Spring naar content
Expertise

Btw-procedure

De belasting over de toegevoegde waarde (btw) is de belasting die een ondernemer betaalt over zijn omzet. In de btw geldt als uitgangspunt dat goederen en diensten aan het algemene btw-tarief van 21% zijn onderworpen. Voor bepaalde aangewezen goederen en diensten geldt echter een btw-vrijstelling, dan wel een verlaagd tarief van 0% of 9%.

De ondernemer berekent de btw door in de prijs voor zijn geleverde goederen of diensten. Wanneer de ondernemer aangifte doet (per maand of kwartaal) geeft hij de in rekening gebrachte btw aan en betaalt hij deze. De ondernemer kan de btw die hij zelf heeft betaald over zijn zakelijke kosten onder voorwaarden terugvorderen c.q. aftrekken. Dit betreft het zogenaamd ‘recht op aftrek’.

De ondernemer berekent de btw door in de prijs voor zijn geleverde goederen of diensten. Wanneer de ondernemer aangifte doet (per maand of kwartaal) geeft hij de in rekening gebrachte btw aan en betaalt hij deze. De ondernemer kan de btw die hij zelf heeft betaald over zijn zakelijke kosten onder voorwaarden terugvorderen c.q. aftrekken. Dit betreft het zogenaamd ‘recht op aftrek’.

Daarnaast bestaat er onder voorwaarden een ‘recht op nultarief’ (oftewel een vrijstelling met recht op aftrek). Dit houdt in dat een ondernemer, die goederen intracommunautair levert aan een ondernemer in een andere lidstaat, geen btw in rekening brengt aan de afnemer, maar wel de btw die aan hem in rekening is gebracht mag aftrekken.

Als blijkt dat de ondernemer over een bepaald aangiftetijdvak minder btw moet betalen dan dat hij kan terugvorderen, ontstaat er een ‘recht op teruggaaf’. Het verzoek om btw-teruggaaf geschiedt bij de aangifte of door een daartoe apart verzoek.

Geschillen met de Belastingdienst

In de praktijk zien we dat nogal eens onenigheid ontstaat met de Belastingdienst over het van toepassing zijnde tarief, dan wel over het recht op aftrek, het recht op teruggaaf en/of het recht op nultarief (de zogenaamde ‘btw-rechten’ van de ondernemer). Dergelijke geschillen kunnen uiteindelijk leiden tot een btw-naheffingsaanslag al dan niet met boete.

Als een ondernemer het niet eens is met de toepassing van een bepaald tarief of zijn btw-rechten kan hij – om een naheffingsaanslag te voorkomen – ook al eerder actie ondernemen.

Er dient dan bezwaar te worden gemaakt tegen de eigen voldoening op btw-aangifte. En wel binnen zes weken, nadat de btw op aangifte is voldaan (lees: betaald). Als bezwaar wordt gemaakt buiten deze termijn, zal de inspecteur het bezwaar aanmerken als een ambtshalve verzoek om teruggaaf. Dit verzoek kan tot vijf jaar na het einde van het kalenderjaar waarin de belastingschuld is ontstaan of waarop de teruggaaf betrekking heeft. Tegen de beslissing van de inspecteur op het verzoek staat geen beroep open bij de belastingrechter. De rechtsbescherming is dus na zes weken na de voldoening op aangifte al zeer beperkt.

Heeft u een geschil met de Belastingdienst over de btw-aangifte of over een (op te leggen) btw-naheffingsaanslag? Wij weten als geen ander wat uw rechten zijn.

Btw-fraude en de invloed van de Europese Unie

De btw is door middel van de zogenaamde Btw-richtlijn de enige geharmoniseerde belasting binnen de Europese Unie. Dit heeft tot gevolg dat onze nationale wetgeving niet in strijd mag zijn met deze Europese Richtlijn en de toepassing ervan voor een groot deel wordt bepaald door het Hof van Justitie van de Europese Unie. De invloed van Europa is met name terug te zien als het gaat om btw-fraude. Btw-fraude staat hoog op de agenda van de Europese Commissie. Deze fraude wordt steeds consequenter aangepakt waardoor het eerder aan de lidstaten wordt overgelaten het recht op het nultarief, het recht op teruggaaf of het recht op aftrek te weigeren.

Fraude komt in vele varianten voor. Denk bijvoorbeeld aan fraude met de hoogte van rekeningen en bedragen of het bewust niet voldoen aan formele verplichtingen, zoals het niet (volledig of correct) voeren van een boekhouding, het niet registreren van betaalde en/of opgemaakte facturen, het niet betalen van btw en het niet doen van btw-aangifte.

Btw-carrousel

Een van de meest voorkomende vormen van fraude is de zogenoemde btw-carrouselfraude. Deze fraude kent vele vormen, maar wordt gekenmerkt doordat bij bijna iedere variant minstens drie partijen betrokken zijn. De leverancier uit de ene lidstaat levert goederen tegen het btw-nultarief aan een ondernemer in een andere lidstaat. Deze tweede ondernemer is de fraudeur (de ‘ploffer’), omdat hij bij de wederverkoop van de goederen btw rekent, maar deze niet afdraagt. Hierdoor betaalt hij geen enkele keer btw. De afnemende ondernemer kan vervolgens echter wel weer de betaalde btw in aftrek brengen. De Europese schatkist ziet op deze manier veel inkomsten verloren gaan.

Omdat de ploffer vaak zelf niet meer te vinden is, richt de Belastingdienst dan wel het Openbaar Ministerie zijn pijlen op de oorspronkelijke leverancier dan wel op de tweede afnemer. Daarbij wordt het criterium van het Hof van Justitie gehanteerd dat als deze ondernemer wist of had moeten weten dat de ondernemer (de ploffer) waarmee hij zaken deed onderdeel was van een fraude, hij daar ook zelf onderdeel van is. In dat geval kunnen de btw-rechten van die ondernemer worden geweigerd en wordt vaak ook een boete opgelegd, omdat hij wist of beter had moeten weten. Ook is het mogelijk dat het Openbaar Ministerie overgaat tot strafrechtelijke vervolging.

Met grote stappen snel thuis

In onze praktijk zien wij regelmatig dat ondernemers van btw-fraude worden beschuldigd, zonder dat die aantijgingen met bewijsmiddelen zijn onderbouwd. Zowel in fiscale als in strafrechtelijke procedures wordt vaak verwezen naar vage stellingen, zonder dat concreet wordt gemaakt waarom er sprake is van fraude. Algemene kenmerken zoals een snelle wisseling van leveranciers en afnemers, het gebruik van tussenhandelaren of aflevering van goederen op een andere locatie dan de vestigingsplaats van de afnemers, maar bijvoorbeeld ook het gebruik van een hotmail-adres leveren zonder nadere onderbouwing geen bewijs van fraude op. Wij zijn van mening dat zowel in de fiscale als in de strafrechtelijke praktijk een degelijk onderzoek van de Belastingdienst dan wel het Openbaar Ministerie ten grondslag moet liggen aan dergelijke serieuze fraudebeschuldigingen. Een kritische blik is daarom onmisbaar.

Wordt u een verwijt gemaakt onderdeel uit te maken van btw-(carrousel)fraude? Dan helpen wij u met onze expertise graag verder.

 

Geschillen met de Belastingdienst

Btw-fraude – invloed EU

Btw-carrousel

Contact our specialists

Mr. R. (Roelof) Vos

Mr. R.J. (Reinder) de Jong

Kennisartikelen over dit onderwerp

Sorry, we konden geen publicaties vinden. Probeer andere zoekterm(en).