Spring naar content
Expertise

Ontnemingsvordering

Het strafrecht kent de mogelijkheid om verdachten het vermogen te ontnemen dat ze met strafbare feiten hebben verkregen. De officier van justitie kan daartoe een zogenaamde ontnemingsvordering (artikel 36e Wetboek van Strafvordering) indienen, waarna de strafrechter daarover een beslissing neemt.

Als het voordeel (de schade) al wordt/is verhaald via een civiele procedure dient de officier van justitie niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn ontnemingsvordering. Er is dan geen belang meer bij een ontnemingsvordering. Ontneming is evenmin mogelijk als het gaat om voordeel dat is verkregen met fiscale delicten (artikel 74 Algemene wet inzake rijksbelastingen). Het wordt aan de Belastingdienst overgelaten om het door fiscale delict veroorzaakte belastingnadeel weg te nemen. De Belastingdienst beschikt immers over een eigen wettelijk instrumentarium.

Conservatoir beslag om een ontnemingsvordering veilig te stellen

Om een ontnemingsvordering veilig te stellen, kan al bij het begin van het strafrechtelijk onderzoek conservatoir strafrechtelijk beslag worden gelegd op het vermogen van een verdachte. Het beslag kan op initiatief van de officier van justitie, dan wel op verzoek van de verdediging, (gedeeltelijk) worden opgeheven als het beslag niet langer opportuun is. Dat gebeurt echter niet vaak. Het conservatoir beslag kan dan ook jaren voortduren. Met alle gevolgen van dien.

Het wederrechtelijk verkregen voordeel

In beginsel ligt de bewijslast bij het Openbaar Ministerie, die aannemelijk moet maken dat het voordeel verband houdt met criminele gedragingen. Om ontneming te voorkomen zal de betrokkene de aanspraak van het OM gemotiveerd moeten betwisten, waarbij uitdrukkelijk niet kan worden volstaan met een verklaring die ‘niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk’ is. De rechter moet uiteindelijk buiten redelijke twijfel kunnen vaststellen dat de strafbare feiten door betrokkene zijn begaan.

De ontnemingsvordering hoeft niet alleen te zien op het wederrechtelijk verkregen voordeel dat is verkregen uit het feit waarvoor de betrokkene is veroordeeld. Het kan zich ook uitstrekken over andere strafbare feiten, dat wil zeggen waarvoor de betrokkene niet is veroordeeld. In dat geval moeten er voldoende aanwijzingen bestaan dat de strafbare feiten door de betrokkene zijn begaan. Het Openbaar Ministerie moet met voldoende aanwijzingen komen en ook concretiseren om welke andere strafbare feiten het precies gaat. Dat laatste geldt weer niet als sprake is van een veroordeling voor een misdrijf waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd (€ 90.000). Er zijn geen vereisten ten aanzien van de aard of zwaarte van deze andere feiten. Het Openbaar Ministerie kan dus voor een relatief klein en niet-winstgevend strafbaar feit vervolgen, om vervolgens de ontneming te vorderen van voordeel dat door middel van zwaardere delicten is verkregen, waarvoor een veel lagere bewijsdrempel geldt. Oplettendheid is daarom geboden.

De omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel

In onze praktijk zien we vaak discussies over de hoogte van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Dit komt met name door het feit dat de toepassing niet beperkt is in periode waarover het wederrechtelijk voordeel mag worden berekend.

De hoogte van het te ontnemen bedrag wordt na de veroordeling (naar schatting) in een afzonderlijke procedure door de ontnemingsrechter vastgesteld. Deze procedure kan ook parallel lopen aan de inhoudelijke behandeling van de strafzaak. Uitgangspunt bij ontneming is dat alleen voordeel kan worden afgepakt dat daadwerkelijk door de veroordeelde is behaald met het strafbare feit. Vastgesteld moet dus worden dat de veroordeelde zelf aan het plegen van strafbare feiten heeft “verdiend”. De betaalde belasting over de crimineel verdiende inkomsten mag op dit bedrag niet in mindering worden gebracht.

Wij menen dat het van belang is om scherp toe te zien op welke wijze dit verdiende bedrag wordt berekend. Soms bestaat namelijk de neiging (te) lichtvaardig bedragen aan de veroordeelde toe te rekenen zonder zorgvuldige beoordeling of het daadwerkelijk voordeel betreft dat door hem of haar is verkregen. Dat geldt zeker in gevallen waarin het gaat om niet-geconcretiseerde andere strafbare feiten.

Heeft u te maken met een ontnemingsvordering? Dan helpen wij u graag verder.

 

Ontnemingszaak
Conservatoir beslag

Contact our specialists

Mr. R.J. (Reinder) de Jong

Kennisartikelen over dit onderwerp

Discutabele rol van de overheid bij het gedogen van wetsovertredingen

Over de discutabele rol van de overheid bij het gedogen van wetsovertredingen – TBS&H 2022, nr. 5. Een…

Read more

#276 Het (oneigenlijk) wedden op twee paarden: straf en civiel

Afhankelijk van de rol die iemand in het strafproces inneemt, kunnen het civiele recht en strafrecht elkaar aanvullen,…

Read more

Non-conviction based confiscation: eerst het middel, dan de kwaal? TBS&H 2021, nr 3

Eind 2020 kondigde demissionair minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid middels een brief aan de Tweede Kamer een…

Read more

#193 1 + 1 = 3?

Dat het strafrecht en het fiscale recht onrechtvaardig op elkaar uit kunnen werken wordt duidelijk in een recent…

Read more

#69 Ontneming en fiscaliteit: oproep tot een menselijke maat!

Het strafrecht biedt de strafrechter de mogelijkheid om verdachten het vermogen te ontnemen dat ze met strafbare feiten…

Read more

De verbeurdverklaring als ontnemingsinstrument. TBS&H 2017, nr 3

Onlangs is in het Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving een publicatie verschenen van Mariëlle Boezelman en Maaike…

Read more