Spring naar content
Expertise

Wet op de economische delicten

Naast het commune strafrecht (het Wetboek van Strafrecht) kent Nederland ook het economisch strafrecht (de Wet op de economische delicten), als onderdeel van het bijzonder strafrecht.

Het economisch strafrecht – de Wet op de economische delicten

Het economisch strafrecht omvat talloze overtredingen van voorschriften die volgens een eigen systematiek als overtreding dan wel als misdrijf worden aangemerkt. Al deze economisch delicten zijn opgenomen in de Wet op de economische delicten, oftewel de WED. Een aantal voorbeelden van gedragingen uit de WED zijn: het overtreden van voorschriften uit douanewetgeving, milieuwetgeving, de Sanctiewet,  de Wet op het financieel toezicht en – wellicht de bekendste – de Wet ter voorkoming van witwassen en financiering en terrorisme (Wwft).

Overtredingen van economische delicten kunnen zowel strafrechtelijk als bestuursrechtelijk worden bestraft. Bestuursrechtelijk kan een verdachte te maken krijgen met diverse toezichthoudende instanties zoals de AFM, DNB, de Kansspelautoriteit of de NVWA. In dat geval kan een boete of een taakstraf worden opgelegd, zij het dat sommige toezichthouders tevens opsporingsambtenaren zijn. Strafrechtelijk zal de verdachte met de FIOD, de ILT, de NVWA, de Arbeidsinspectie en/of het Openbaar Ministerie te maken krijgen. In dat geval kan – als een bewezenverklaring door de economische strafkamer volgt – een boete of een taakstraf, dan wel een gevangenisstraf van een aantal jaar, worden opgelegd. Daarnaast kunnen ook vergaande bijkomende (ingrijpende) straffen worden opgelegd, zoals het stilleggen van de onderneming.

De ‘lage’ drempel van kleurloos opzet 

Wanneer economische delicten opzettelijk zijn begaan (en bij bepaalde daartoe aangewezen economische delicten[1]), is sprake van een misdrijf en zal over het algemeen de strafrechtelijke route worden bewandeld. De de Wet op de economische delicten verschilt op het punt van ‘opzet’ nogal van het commune strafrecht. Beoordeeld moet namelijk worden of sprake is van kleurloos opzettelijk handelen door de verdachte in plaats van ‘boos opzet’. Bij kleurloos opzet gaat het om opzet op de gedraging en niet op het overtreden van het voorschrift.[2] Voor strafbaarheid op grond van de Wet op de economische delicten hoeft een verdachte zich dus niet bewust te zijn van de strafbaarheid van zijn handelen.

Een voorbeeld: met de Wwft wordt beoogd om witwassen en terrorismefinanciering te bestrijden en te voorkomen doordat bepaalde (financiële) instellingen ongebruikelijke transacties moeten melden bij FIU-Nederland. Het niet-melden van deze transacties is in de Wet op de economische delicten strafbaar gesteld, waarbij het voor de strafbaarstelling an sich niet uitmaakt of de instelling zich ervan bewust was dat de Wwft van toepassing is. Dat sluit ook gelijk het verweer uit dat een verdachte niet wist dat er een bepaald ver- of gebod (een meldingsplicht) was en daarom niet opzettelijk zou hebben gehandeld. De drempel voor strafbaarstelling op grond van de Wet op de economische delicten is daardoor laag.

Onze hulp

De handhaving van een economisch delict is erg ingrijpend. Vanwege de complexiteit van de Wet op de economische delicten en de onderliggende wet- en regelgeving, waarbij al snel sprake is van een forse bestuursrechtelijke of strafrechtelijke sanctie, is de hulp van een gespecialiseerde advocaat aan te raden. Wij kunnen u dit specialisme bieden.

 

[1] Artikel 2, lid 5 WED.
[2] HR 18 maart 1952, ECLI:NL:HR:1952:1.

 

Civil and Criminal Indemnity
Criminal prosecution or administrative fine
WED

Contact our specialists

Mr. P.J. (Peter) van Hagen

Mr. A.A. (Anke) Feenstra

Mr. J.N. (Judith) de Boer

Mr. G.M. (Mariëlle) Boezelman

Kennisartikelen over dit onderwerp

Het kluitje en het riet: over kleurloos opzettelijk handelen bij een Wwft-melding op basis van de subjectieve indicator. TvS&O 2021, nr 3/4

In de Wwft zijn diverse indicatoren opgenomen op basis waarvan kan worden beoordeeld of een bepaalde transactie ongebruikelijk…

Read more