Spring naar content
Expertise

Money laundering

In this age of fraud prevention, it is now common practice for the prosecution to add a suspicion of money laundering to criminal investigations. Unfortunately, such suspicions are even being raised against facilitators such as accounting firms, tax services providers and financial institutions. Criminal investigations have far-reaching consequences that may well go beyond the boundaries of criminal law. However, we have the knowledge and experience to help you navigate them.

Witwassen ligt op de loer

Wereldwijd staat de aanpak van fraude, en daarmee ook van witwassen, hoog op de agenda. Met name de Europese wet- en regelgeving heeft in Nederland geleid tot een systeem waarin veel informatie over risico’s op witwassen wordt verzameld door verschillende dienstverleners – zoals banken – die vervolgens wordt gebruikt voor opsporingsdoeleinden. Zo kan een onderzoek van een bank naar een bepaalde transactie achteraf bezien het startpunt zijn voor een strafrechtelijk onderzoek door het Openbaar Ministerie.

 

Witwassen is het verrichten van handelingen met als doel de illegale oorsprong van een voorwerp te maskeren. Het gaat dus altijd om een voorwerp dat afkomstig is uit een voorgaand delict – het gronddelict – dat in het economisch verkeer wordt gebracht als ware het een voorwerp met een legale herkomst. Gedacht kan worden aan het fictief verhogen van de omzet van een horecabedrijf, waarna het wordt gepresenteerd als normale omzet. Maar ook belastingfraude[1] kan ten grondslag liggen aan witwassen. Het hoeft echter niet altijd om geld te gaan, zo kan handel in cryptovaluta of luxe goederen ook voorwerp zijn van witwassen.

Wat als het gronddelict niet bekend is?

Voorop staat dat van witwassen enkel sprake kan zijn als het voorwerp een illegale herkomst heeft. Het gronddelict hoeft echter niet bewezen te worden verklaard. Het is voldoende dat bewezen wordt verklaard dat sprake is van een voorwerp dat “afkomstig is uit misdrijf”. In de praktijk komt het regelmatig voor dat sprake is van een vermoeden dat het voorwerp uit een strafbaar feit is verkregen, maar het gronddelict niet is geïdentificeerd. Voor die gevallen wordt het volgende in de jurisprudentie ontwikkelde stappenplan gehanteerd:

  1. Er is geen bewijs voor een specifiek gronddelict;
  2. Er is sprake van, op grond van vastgestelde feiten en omstandigheden die het Openbaar Ministerie moet bewijzen, een vermoeden dat het voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf;
  3. Als dat vermoeden er is, mag van de verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van het voorwerp. Dit is een belangrijke stap, omdat als een verdachte weigert zo’n verklaring te geven dit mag worden meegewogen bij de conclusie dat het voorwerp uit misdrijf afkomstig is;
  4. De verklaring van de verdachte moet “concreet, min of meer verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk” zijn. Het feit dat zo’n verklaring van de verdachte mag worden verlangd, betekent niet dat de verdachte moet bewijzen of aannemelijk maken dat het voorwerp een legale herkomst heeft. Zo hoeft de verdachte in principe geen stukken aan te leveren om zijn verklaring te onderbouwen;
  5. Indien de verdachte zo’n verklaring geeft dan dient het Openbaar Ministerie die verklaring te verifiëren;
  6. Op basis van het voorgaande onderzoek wordt beoordeeld of het met voldoende mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat het niet anders kan dan dat het voorwerp afkomstig is uit misdrijf.

Het toetsingskader kent in de praktijk – zeker in de onderzoeksfase – vele haken en ogen. Het blijkt in de praktijk in het belang van de verdachte om een actieve verdediging te voeren als sprake is van een verdenking van witwassen. Het komt met enige regelmaat voor dat het Openbaar Ministerie een verklaring van de verdachte verlangt, maar de eigen verplichtingen uit het stappenplan minder serieus neemt. Er moet in de praktijk voor gewaakt worden dat de uitvoering van het stappenplan in het strafrechtelijk onderzoek neigt naar het omkeren van de bewijslast. Die bewijslast rust echter niet op de verdachte, maar altijd op het Openbaar Ministerie.

Mocht u worden verdacht van witwassen, neem dan contact met ons op. Wij denken graag met u mee over uw verdediging.

 

[1] Hoge Raad 7 oktober 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD2774.

Contact our specialists

Mr. J.N. (Judith) de Boer

Mr. G.M. (Mariëlle) Boezelman

Mr. L.M. (Luce) Smithuijsen

Mr. J.R.J. (Judith) Gijsen

Kennisartikelen over dit onderwerp

Door de bank genomen. Vaklunch.nl #478

In onze praktijk zien we de gevolgen van de strenge anti-witwascontroles van banken. De onderzoeken lijken steeds verder…

Read more

Omgekeerd witwassen, kan dat?

De druk van DNB op naleving van Wwft verplichtingen leidt tot veel klantcontroles bij banken. Deze controles lijken…

Read more

#268 Beroepsmatig witwassen: het is niet wat het lijkt

Een van de delicten die wij in onze praktijk het meeste tegenkomen, is witwassen. Dit feit komt in…

Read more

Een onvervalst causaal verband? DD 2020/52

Wanneer wordt wit geld zwart en kan het dus worden witgewassen? Deze vraag is niet altijd eenvoudig te…

Read more

Overpeinzingen over omkoping en belastingfraude in het Caribische deel van het Koninkrijk. TBS&H 2019, nr 3

In hun bijdrage voor de Caribische editie van het Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving schrijven Kim Demandt…

Read more

Annotatie bij vonnis in de zaak Tromp (Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 17 november 2017, ECLI:NL:OGEAC:2017:167). TvS&O 2018, nr 1

In het najaar van 2017 heeft het Gerecht in eerste aanleg te Curaçao een lezenswaardig vonnis gewezen. Het…

Read more