Skip to content

#288 Afpakken en fiscaliteit: it’s all in the details!

17 October 2022

Afpakken is een thema op de website van het Openbaar Ministerie. Als de FIOD een inval doet in het kader van een strafrechtelijk onderzoek worden vaak auto’s, contant geld, tegoeden op bankrekeningen en onroerend goed in beslag genomen. Dit gebeurt ten behoeve van de waarheidsvinding, maar ook als zekerheid voor de betaling van op te leggen geldboetes, verbeurdverklaring of ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

De wijze waarop een strafzaak wordt afgewikkeld, heeft niet alleen gevolgen voor het strafrecht, maar heeft ook bijkomende gevolgen, zoals de fiscale behandeling van verbeurdverklaring of ontneming. Dat de Belastingdienst de strafrechtelijke definities niet altijd scherp op het netvlies heeft, blijkt uit een uitspraak van 1 september 2022 van de belastingkamer van de rechtbank Zeeland-West-Brabant[1]. En dit terwijl de fiscale gevolgen groot zijn.

Verbeurdverklaring of ontneming?

In deze fiscale zaak was in geschil of een bedrag van € 135.410, dat contant was aangetroffen tijdens een witwasonderzoek, als belastbaar inkomen uit werk en woning in aanmerking moest worden genomen of niet. Een belangrijk onderscheid hiervoor is het verschil tussen verbeurdverklaring en ontneming.

Verbeurdverklaring heeft een punitief karakter en geldt als een straf. Als gevolg daarvan zijn verbeurdverklaarde geldbedragen, net als geldboetes, niet fiscaal aftrekbaar op grond van artikel 3.14, lid 1 aanhef en onderdeel d Wet IB.

Ontneming is gericht op rechtsherstel, kwalificeert als een maatregel en is dus geen straf. Een geldbedrag dat is ontnomen kan in aftrek worden genomen in het jaar dat de ontnemingsvordering wordt betaald[2].

De strafrechtelijke rechtsgrond voor het afpakken van een geldbedrag is dus voor de fiscaliteit heel relevant.

Afgepakt bedrag is aftrekpost

In het kader van het strafrechtelijk onderzoek dat voorafging aan de fiscale discussie, is de belastingplichtige veroordeeld voor het opzettelijk aanwezig hebben van verdovende middelen en het witwassen van een geldbedrag van € 135.410. Dat bedrag werd door de strafrechter verbeurdverklaard. Naar aanleiding van de strafrechtelijke veroordeling heeft de belastinginspecteur een navorderingsaanslag IB/PVV over het jaar 2017 opgelegd aan de belastingplichtige. Daarbij heeft de inspecteur onder andere een bedrag van € 135.410 als resultaat uit overige werkzaamheden in aanmerking genomen.

Tegen deze navorderingsaanslag heeft de belastingplichtige bezwaar gemaakt. Naar aanleiding daarvan stuurt de inspecteur aan de belastingplichtige een brief, waarin hij bevestigt dat het ontnomen bedrag voor de belastingheffing wordt aangemerkt als aftrekbare kosten. Hij gaat ermee akkoord dat het bedrag in 2017 wordt verrekend, waardoor het vastgestelde belastbaar inkomen met € 135.410 mag worden verminderd.

Bij de uitspraak op bezwaar komt de inspecteur op deze toezegging terug, omdat hij kennelijk heeft geconstateerd dat het bedrag is ontnomen als bijkomende straf. Daardoor is aftrek alsnog niet mogelijk.

Opgewekt vertrouwen

De discussie bij de belastingkamer van de rechtbank spitst zich vervolgens toe op de vraag of de belastingplichtige vertrouwen mocht ontlenen aan de brief van de inspecteur. De belastingrechter gaat hierin mee, omdat de inspecteur door de gemachtigde van de belastingplichtige niet op het verkeerde been is gezet en de toezegging ondubbelzinnig is gedaan. In de onderlinge correspondentie worden verbeurdverklaring en ontneming door elkaar gebruikt. Het in de brief ingenomen standpunt dat een verbeurdverklaard bedrag aftrekbaar is – net zoals een ontnomen bedrag – is naar het oordeel van de rechtbank niet zo duidelijk in strijd met een juiste wetstoepassing dat belanghebbende niet op nakoming zou mogen rekenen. Het bedrag van € 135.410 mag derhalve in mindering worden gebracht op het belastbaar inkomen. Het beroep van de belastingplichtige wordt gegrond verklaard en de navorderingsaanslag wordt verminderd.

Het snijvlak van fiscaal recht en strafrecht

Deze uiteindelijk semantische discussie bij de belastingrechter onderstreept niettemin het belang van het zorgvuldig afwegen van de diverse afdoeningsmodaliteiten in een strafzaak. Kennis van de fiscaliteit kan bij de behandeling van sommige strafzaken dus een belangrijk voordeel opleveren. En dat geldt vice versa voor kennis van strafrechtelijke definities bij het indienen van de belastingaangifte, of als de Belastingdienst zich meldt naar aanleiding van een strafrechtelijk onderzoek. Afpakken en fiscaliteit: it’s all in the details!

 

[1] Rechtbank Zeeland-West Brabant, 1 september 2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:5080.
[2] Artikel 3.14, lid 3 en 4, Wet IB.

Gepubliceerd door onze specialist:

A.A. (Anke) Feenstra