Skip to content

#309 ViDA: een eerlijke risicoverdeling bij btw-fraude

27 March 2023

Met het project VAT in the Digital Age (ViDA) heeft de Europese Commissie een reeks maatregelen aangekondigd die gericht zijn op modernisering van het huidige btw-stelsel en bestrijding van btw-fraude. Bijzondere interesse gaat uit naar het nieuwe centrale VIES-systeem. Zorgt dat voor een eerlijke risicoverdeling tussen lidstaten en belastingplichtige bij btw-fraude?

ViDA: een nieuw VIES-systeem

Met VAT in the Digital Age (ViDA) wordt ingezet op een efficiënte btw-inning, -controle en aanpak van fraude. Dit alles om de btw-kloof te verkleinen. Naast de wijzigingen in de btw-richtlijn die nodig zijn om het ViDA-project te doen slagen, worden ook de Verordening (EU) nr. 904/2010, die ziet op de administratieve samenwerking tussen lidstaten op het gebied van de btw, en de Uitvoeringsverordening (EU) nr. 282/2011 wat betreft informatievereisten voor bepaalde btw-regelingen, ingrijpend gewijzigd.[1]

Een belangrijke verandering is dat de listingverplichting op termijn komt te vervallen en daarvoor een rapportageverplichting op transactiebasis in de plaats komt.

Al deze informatie over belastingplichtigen – op transactieniveau – wordt in het nieuwe centrale VIES-systeem opgeslagen en tussen lidstaten uitgewisseld. Ook worden via dit systeem gegevens uitgewisseld die tot doel hebben om de identiteit van belastingplichtigen vast te stellen. Als gevolg hiervan wordt het centrale VIES-systeem ook aangewezen om aan de lidstaten kenbaar te maken wanneer een btw-identificatienummer in het centrale VIES als ongeldig kwalificeert.

Geen sprake meer van “had moeten weten van btw-fraude”?

Wordt een belastingplichtige het verwijt gemaakt dat hij had moeten weten dat hij door zijn aan- of verkoop deelnam aan een handeling die onderdeel was van een gepleegde btw-fraude, dan kan het verzuim om een zekere zorgvuldigheid aan de dag te leggen tot de weigering van het recht op aftrek of de toepassing van het nihiltarief leiden. Het gaat bij het verwijt van “behoorde te weten” dus om het te leveren bewijs dat de belastingplichtige (bewust) heeft verzuimd om een zekere zorgvuldigheid in acht te nemen én dat hij door het niet in acht nemen van deze zorgvuldigheid onderdeel van de btw-fraude uitmaakte.

Met het nieuwe centrale VIES-systeem krijgen belastingplichtigen de mogelijkheid om recente (voor zover beschikbaar) informatie over diens leverancier of afnemer op te vragen. Het blijft daarbij dus niet langer meer bij een check of het btw-identificatienummer als zodanig wel of niet actief is. Het nieuwe VIES-systeem verplicht lidstaten namelijk om de kwaliteit en beschikbaarheid van gegevens te waarborgen. De lidstaten moeten daarom alle nodige updates uitvoeren en maatregelen treffen om te waarborgen dat de gegevens in het centrale VIES-systeem actueel blijven en volledig en accuraat zijn.

Dit alles betekent dat lidstaten nieuwe of bijgewerkte informatie over specifieke belastingplichtigen onverwijld in het systeem moeten invoeren. Daaruit blijkt of een afnemer of leverancier, volgens een bepaalde lidstaat, te vertrouwen is.

Deze onmiddellijke bijwerking van de informatie is met name van belang voor identificatiegegevens van belastingplichtigen en het verwijt van deelname aan btw-fraude via “had moeten weten”.

Het nieuwe VIES-systeem moet dan ook met zich meebrengen dat belastingplichtigen die het systeem raadplegen als “te goeder trouw” kwalificeren en achteraf niet (meer) het verwijt kunnen krijgen niet als oplettend koopman te hebben gehandeld, omdat zij diens afnemer respectievelijk leverancier onvoldoende hebben gecheckt. Deze verantwoordelijkheid ligt primair bij de lidstaten.

Met het ViDA-project wordt mijn inziens dan ook gezorgd voor een eerlijkere risicoverdeling tussen lidstaten en belastingplichtigen als het gaat om btw-fraude. Als uit het nieuwe VIES- systeem geen onregelmatigheden blijken, hoe kan een belastingplichtige dat dan (behoren te) weten?

 

[1] (voorstel) Verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EU) nr. 904/2010 wat betreft de voor het digitale tijdperk noodzakelijke regelingen voor administratieve samenwerking op het gebied van de btw.

Gepubliceerd door onze specialist:

R. (Ron) Jeronimus