Skip to content

#321 Herstel van vertrouwen in de fiscale overheid

19 June 2023

Het vertrouwen in de (fiscale) overheid is sinds het toeslagenschandaal ernstig aangetast en verdient herstel. Eén van de maatregelen die volgens de overheid hieraan moet bijdragen is het instellen van een laagdrempelige, onafhankelijke fiscale rechtshulp. Daartoe heeft een zogenoemde “kwartiermaker” de opdracht gekregen om het kabinet te adviseren.

Opdracht kwartiermaker

In het coalitieakkoord ‘Omzien naar elkaar’ staat beschreven dat het kabinet inzet op het herstellen van het vertrouwen tussen burgers en de overheid. Toch is het dezelfde overheid die op allerlei vlakken onbetrouwbaar is, of zo overkomt. Het is dan ook terecht dat de overheid specifiek aandacht schenkt aan de menselijke maat en het herstel van vertrouwen.

Eén van de genomen maatregelen is de wens om tot een laagdrempelige, onafhankelijke fiscale rechtshulp te komen. Deze hulp moet voorkomen dat burgers en bedrijven vastlopen bij het halen van hun recht met betrekking tot belastingen en toeslagen. Daarnaast bestaat er voor deze fiscale rechtshulp de opdracht om knelpunten in wetgeving en uitvoering te signaleren en oplossingen aan te dragen.

Met een schuin oog wordt gekeken naar het Amerikaanse systeem van de Taxpayer Advocate Service. De Taxpayer Advocate Service is namelijk een onafhankelijke organisatie binnen de Internal Revenue Service (IRS) met als taak burgers te wijzen op alle fiscale rechten en te waarborgen dat zij eerlijk worden behandeld. Als een zaak door de Taxpayer Advocate Service in behandeling wordt genomen, dan krijgt de belastingplichtige een belastingadvocaat toegewezen die helpt bij het oplossen van het probleem.

Deze belastingadvocaat beoordeelt vervolgens het probleem en adviseert partijen onafhankelijk op welke wijze het opgelost kan worden. In de gevallen dat de IRS (de Belastingdienst) het voorstel naast zich neerlegt, is de Taxpayer Advocate Service wettelijk verplicht deze weigering in haar rapportages aan het Amerikaanse congres te vermelden.

Herstel van vertrouwen; enkele aandachtspunten

Een Taxpayer Advocate Service ontbreekt vooralsnog in Nederland. Indien belastingplichtigen in Nederland ontevreden zijn over de behandeling door de Belastingdienst, kunnen zij (zelf) een klacht indienen. Het alternatief in conflictsituaties is dat tegen een besluit opgekomen moet worden door in bezwaar of beroep te gaan. Echter als de verhoudingen dusdanig verslechterd zijn, is het nog maar de vraag of iedere burger zijn/haar weg naar een belastingadvocaat weet te vinden. De route naar het vinden van een gezamenlijke oplossing voor het probleem wordt dan vaak ten onrechte overgeslagen. Een minnelijke oplossing kan immers ook “gewoon” in de bezwaarfase plaatsvinden – zo is mijn ervaring tenminste.

Ondanks dat ik van mening ben dat een (soortgelijke) Taxpayer Advocate Service een belangrijke bijdrage kan leveren aan de rechtsbescherming van burgers, is de opdracht voor de kwartiermaker opmerkelijk te noemen. In Nederland is de Raad voor Rechtsbijstand een zelfstandig bestuursorgaan dat verantwoordelijk is voor de organisatie van gesubsidieerde mediation en rechtsbijstand. Daarmee bestaat er al een ingang tot een “Advocate Service” voor personen die de weg naar een belastingadvocaat niet kunnen vinden (of niet kunnen betalen). En laat het nou zo zijn dat juist de (meeste) fiscale geschillen voor toevoeging zijn uitgesloten. Het uitgangspunt van de overheid is immers dat burgers in fiscale kwesties geacht worden de eigen belangen te kunnen behartigen.

Het kabinet moet daarom, naast het traject met de kwartiermaker, gelijktijdig naar het huidige stelsel van rechtsbescherming in fiscale (conflict)zaken kijken. Mijn gevoel zegt namelijk dat het vertrouwen van burgers (sneller) wordt herwonnen, als de overheid in geschillen met haar burgers in alle gevallen de menselijke maat als uitgangspunt neemt en deze niet uit het oog verliest zodra er een discussie over belastingheffing of een verdenking van belastingfraude ontstaat.

De Belastingdienst kan beginnen met het opbouwen van vertrouwen door in het begin van een bezwaarfase het volledige dossier te verstrekken en geen stukken achter te houden of volledig zwart te lakken. Ligt er een correctie van de Belastingdienst? Dan moet dát dossier de correctie kunnen dragen. De mogelijkheid om het dossier ná het opleggen van een correctie nog aan te passen, moet voor de Belastingdienst worden uitgesloten.

Verder bouw je aan vertrouwen tussen burger en overheid als de burger gedurende de bezwaarfase altijd uitstel van betaling krijgt. Het betalen van een correctie en mogelijke boete moet pas in beeld komen, zodra er een (definitief) oordeel van de rechter ligt. De burger heeft daardoor de mogelijkheid om zijn/haar dossier te bestuderen en een belastingadvocaat of adviseur te raadplegen, zonder bang te zijn dat invorderingsmaatregelen worden getroffen.

Ontstaat er gedurende de bezwaarfase een discussie met de Belastingdienst waarbij de menselijke maat lijkt te ontbreken? Dan zou het voor de belastingplichtige mogelijk moeten zijn de gehele zaak bij een andere inspecteur onder te brengen. Een bestuursrechtelijke “wraking” van de belastingambtenaar. Alleen op die wijze kan worden gewaarborgd dat er een onafhankelijke inspecteur (de behandeling vindt namelijk binnen dezelfde Belastingdienst plaats) met een frisse blik naar de ingebrachte bezwaren kijkt. Dat zou onderdeel uit kunnen maken van het “dienstbaarheidsbeginsel” dat in de Algemene wet bestuursrecht gecodificeerd wordt. Het sluit ook aan bij het doel van het wetsvoorstel: de menselijke maat in het bestuurs(proces)recht te vergroten en de overheid meer “responsief” te maken.[1]

En in de gevallen dat de Belastingdienst in het ongelijk wordt gesteld, zou een kostenvergoeding op basis van de werkelijk gemaakte kosten het uitgangspunt moeten zijn. Daarmee trekt de burger niet alsnog aan het kortste eind, ondanks dat hij na jaren procederen toch gelijk krijgt (en al had). Wellicht denkt de Belastingdienst dan ook twee keer na voordat er in hoger beroep of cassatie wordt gegaan.

Vertrouwen komt te voet en gaat te paard

Het kabinet zegt grote waarde te hechten aan het herstellen van het vertrouwen tussen burgers en de overheid. Het klopt dat het vertrouwen kan worden hersteld door het instellen van een laagdrempelige, onafhankelijke fiscale rechtshulp. Maar kan de overheid zich dit tempo van herstel permitteren? Met enkele aanpassingen binnen het huidige stelsel kunnen er serieuze stappen gezet worden in het herstel van vertrouwen.

 

[1] Memorie van toelichting wetsvoorstel Wet versterking waarborgfunctie Awb /  Kamerstukken II 2022/23, 29 279, nr. 763, bijlage 1070495.

Gepubliceerd door onze specialist:

R. (Ron) Jeronimus