Skip to content

#358 ‘Beleidsrichting direct aanpassen’: een wolf in schaapskleren?

22 April 2024

Op 3 april 2024 is de ‘beleidsrichting direct aanpassen’ in pre-consulatie gegaan.[1] De Staatssecretaris schrijft dat het doel is om de wettelijke regels eenvoudiger te maken waardoor het voor burgers en bedrijven eenvoudiger wordt om onjuistheden bij de heffing van belasting te herstellen. Hiermee wordt het fiscale (proces)recht rechtvaardiger en toekomstbestendiger. Zo op het eerste oog is dit een nobel en terecht doel waar zelfs uitvoering aan wordt gegeven door bij navordering geen verschil meer te maken tussen binnenlandse en buitenlandse situaties. Na een nadere bestudering blijkt echter dat het voorstel vooral ten voordele van de Belastingdienst uitpakt en ten nadele van de belastingplichtige. In deze Hertoghs Beschouwt beperk ik mij tot het voorstel ten aanzien van de termijn voor de aanslagbelastingen.

Herziening

In plaats van het huidige systeem van (direct) bezwaar, ambtshalve vermindering en navordering wordt voorgesteld een herziening te hanteren. Deze herziening kan zowel vanuit de belastingplichtige als de belastinginspecteur worden geïnitieerd, en dus ook ten voordele of ten nadele van de belastingplichtige zijn. Voorgesteld wordt om een herzieningstermijn te hanteren van drie jaar na afloop van het belastingjaar. De belastingplichtige kan dus nadat de aanslag is opgelegd een verzoek tot herziening doen waarop de inspecteur dient te beslissen. Wijst de inspecteur het verzoek af, dan doet hij dit bij een voor bezwaar vatbare beschikking. In feite komt dit er dus voor bijvoorbeeld de inkomstenbelasting op neer dat de termijn voor een verzoek ambtshalve vermindering wordt beperkt van vijf naar drie jaar. Dit is een nadeel voor de belastingplichtige.

De omgekeerde situatie is naar mijn mening nog zorgwekkender. Momenteel dient voor een navorderingsaanslag een navorderingsgrond aanwezig te zijn. Met het voorstel komt deze navorderingsgrond voor de Belastingdienst te vervallen binnen de termijn van herziening. Dit heeft tot gevolg dat zelfs na het vaststellen van de definitieve aanslag het jarenlang nagelbijten is voor de belastingplichtige of de aanslag in stand blijft. Het behoeft geen betoog dat dit de rechtszekerheid niet ten goede komt, hetgeen overigens (gelukkig) ook door de Staatssecretaris is opgemerkt. Een concrete oplossing hiervoor ontbreekt echter.

Nadere termijn herziening

Buiten de reguliere herzieningstermijn ten nadele van de belastingplichtige van drie jaar wordt de inspecteur verder een nadere herzieningstermijn van vijf jaar gegund om te herzien ten nadele van de belastingplichtige in situaties die dat rechtvaardigen. Op dit moment wordt in het wetsvoorstel als voorbeeld aangehaald de situatie waarbij het te wijten is aan kwade trouw van de belastingplichtige dat te weinig belasting is geheven of dat een te hoge teruggaaf is verstrekt. Dit voorbeeld is één van de gevallen waarvoor in de huidige situatie op grond van artikel 16 AWR nagevorderd kan worden. Verder wordt nog nagedacht over welke situaties de verlengde termijn nog meer rechtvaardigen, waarbij de Staatssecretaris onder andere de overige navorderingsgronden uit artikel 16 AWR aanstipt.

Voor de huidige navorderingsregeling geldt echter een termijn van vijf jaar. Met de verlengde herzieningstermijn zal dit dus acht jaar worden. Een rechtvaardiging voor dit verschil wordt niet gegeven. Overigens is het voorstel gelukkig niet louter kommer en kwel. Positief is namelijk dat wordt voorgesteld voor navordering geen verschil meer te maken tussen binnenlandse en buitenlandse situaties nu dit meer in overeenstemming is met het EU-recht. Een voorstel dat ik toejuich. De rechtvaardiging voor de huidige verlengde navorderingstermijn voor buitenlandse situaties (kort gezegd: gebrek aan controlemogelijkheden van de Nederlandse Belastingdienst in het buitenland) gaat gelet op de huidige stand van de internationale gegevensuitwisseling tussen belastingautoriteiten niet meer op.

Achteruitgang

Alles bij elkaar genomen ben ik van mening dat de bedoeling goed is, maar het voorgestelde plan te wensen over laat. De termijn voor een verzoek om ambtshalve vermindering wordt ingekort van vijf naar drie jaar. Er wordt voor de inspecteur een mogelijkheid  voor navordering zonder voorwaarden gecreëerd van drie jaar en de huidige navorderingstermijn wordt (verkapt) verlengd van vijf naar acht jaar. De belastingplichtige komt er bekaaid vanaf in tegenstelling tot de Belastingdienst. Ik stel dan ook voor dat terug wordt gegaan naar de tekentafel.

 

[1] Beleidsrichting direct aanpassen | Publicatie | Rijksoverheid.nl.

 

Gepubliceerd door onze specialist:

A.H.G.M. (Antoine) Blomen