Voor NTFR schreef Antoine Blomen een annotatie bij het arrest van de Hoge Raad van 28 oktober 2022.
In de procedure waren twee aanslagen watersysteemheffing gebouwd in het geding over het jaar 2019. Door de gemachtigde was beroep ingesteld op 16 oktober 2020 met overlegging van een schriftelijke machtiging van 4 augustus 2017. De machtiging dateert dus van geruime tijd vóórdat de aanslagen überhaupt zijn vastgesteld, waardoor het doel van de machtiging niet specifiek deze procedure kan zijn. Dat de rechtbank een recente machtiging wenste te ontvangen, komt ons dan ook niet onredelijk voor.
De Hoge Raad oordeelt uiteindelijk dat het de rechtbank onder de gegeven omstandigheden vrij stond het beroep niet-ontvankelijk te verklaren. Nu specifiek wordt verwezen naar de omstandigheden in deze procedure, betekent dit uiteraard niet dat in alle gevallen een recente machtiging dient te worden overgelegd.
Lees meer: NTFR 2022-3596: ‘Beroep terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-overleggen recente machtiging’.