Belanghebbende is houder van een Mercedes. Aan de vorige houder van het kenteken, een neef van belanghebbende, is door de Belastingdienst op 12 januari 2014 een creditnota gestuurd van € 310 voor de MRB. Volgens de inspecteur is op 22 januari 2014 een MRB-rekening van € 325 aan belanghebbende gestuurd. Omdat deze niet is betaald, is een naheffingsaanslag MRB opgelegd. Het hof oordeelt dat de inspecteur aannemelijk maakt dat de naheffingsaanslag correct ter post is bezorgd. Volgens een intern rapport maakt de aanslag namelijk deel uit van een partij van bijna 30.000 stukken die correct aan SANDD en PostNL is aangeboden. Het bezwaar is te laat en het hof acht de termijnoverschrijding niet verschoonbaar. Het bezwaar is terecht niet-ontvankelijk verklaard. De naheffing is ook rechtmatig, ondanks dat de creditnota van de vorige houder pas in november 2014 is uitbetaald. Het hof oordeelt dat de belastingplicht van belanghebbende namelijk niet (mede) afhankelijk is van de feitelijke terugbetaling daarvan. Omdat het hof de ongegrondverklaring het beroep door de rechtbank bevestigt, is er geen grond voor toekenning van een door belanghebbende verzochte schadevergoeding.