Skip to content

Bij belastingrente speelt compensatiegedachte geen rol. Annotatie NTFR 2021/3389

Naar aanleiding van de aangifte is aan belanghebbende een voorlopige aanslag IB/PVV 2015 opgelegd van (negatief) € 81.970. De definitieve aanslag bedroeg een te betalen bedrag van € 145.948. De vraag is of terecht € 12.214 aan belastingrente in rekening is gebracht. In tegenstelling tot Rechtbank Noord-Holland oordeelt het hof dat bij de belastingrente niet de compensatiegedachte centraal staat, maar de verzuimgedachte.

Lees hier alvast een voorproefje:

In de praktijk wordt nog weleens de afweging gemaakt om alvast een bedrag over te maken naar de rekening van de Belastingdienst, om zo het laten oplopen van belastingrente te voorkomen. Maar ook als de belastingplichtige die route volgt, kan niet altijd worden voorkomen dat de belastingrente blijft doorlopen, zo oordeelt het hof.

In deze zaak had de Belastingdienst al de beschikking over het geld (het betrof immers door de werkgever ingehouden loonheffing), maar was de belastingrente van ruim € 12.000 berekend alsof dat geld nog niet aan de Belastingdienst was betaald. Daar was de belastingplichtige het niet mee eens. Die vond het niet redelijk om belastingrente te berekenen over een periode waarin de inspecteur de beschikking had over het belastinggeld. De rechtbank gaf hem gelijk, maar de inspecteur ging in hoger beroep. Het hof komt vervolgens tot een ander oordeel.

Lees verder.