Skip to content

#386 Box 3: Niet-massaalbezwaarmakers vallen weer buiten de boot

02 December 2024

Na de box 3-arresten van 6 juni[1] en 14 juni 2024[2] heeft het Ministerie van Financiƫn wederom nagedacht over de vraag aan welke groep rechtsherstel wordt verleend als gevolg van deze arresten. De Hoge Raad oordeelde namelijk dat de Wet rechtsherstel box 3 en de overbruggingswet box 3 in strijd zijn met het discriminatieverbod in combinatie met de bescherming van het eigendomsrecht in gevallen waarin het forfaitaire rendement hoger is dan het werkelijke rendement. Het ministerie kiest nu voor het verlenen van rechtsherstel aan een brede doelgroep. Dit heeft tot gevolg dat in feite alleen de niet-massaalbezwaarmakers niet voor rechtsherstel in aanmerking komen. Wij menen dat deze groep ten onrechte buiten de boot valt.

Rechtsherstel brede doelgroep

In de kamerbrief van 17 september 2024 licht voormalig staatssecretaris van FinanciĆ«n Idsinga toe welke doelgroep voor rechtsherstel in aanmerking komt. Er wordt uitgegaan van een ā€œruime benaderingā€ van de doelgroep die hiervoor in aanmerking komt. Dit betekent dat degenen van wie de aanslag op 6 juni 2024 al wel onherroepelijk vaststond, maar die op 24 december 2021 nog niet in aanmerking kwamen voor aanvullend rechtsherstel, tijdig een verzoek om ambtshalve vermindering moeten indienen. De enige groep waarvoor een verzoek om ambtshalve vermindering niet mogelijk is, betreft degenen van wie de aanslag op 24 december 2021 onherroepelijk vaststond. Dit is wat mij betreft niet uit te leggen.

Destijds werd met name vanwege budgettaire redenen ervoor gekozen om geen rechtsherstel te bieden aan de niet-massaalbezwaarmakers. Voormalig Staatssecretaris Van Rij voelde mee met de niet-massaalbezwaarmaker, maar kende uiteindelijk geen rechtsherstel toe. Het tij kan echter alsnog worden gekeerd., al lijkt de huidige staatssecretaris van Financiƫn, Van Oostenbruggen, daartoe niet bereid te zijn getuige de antwoorden op de Kamervragen bij de brief van 22 november 2024.[3] Hij verwijst met name naar het besluit dat destijds door zijn voorganger Van Rij is genomen en naar budgettaire redenen. Dat is als je het mij vraagt echt te kort door de bocht.

Laten we even teruggaan in de tijd. De box 3-procedure waarin de Hoge Raad het Kerstarrest[4] wees, was onderdeel van een massaalbezwaarprocedure. Tot het jaar 2016 liep iedereen automatisch mee in de massaalbezwaarprocedure. Bij de box 3 massaalbezwaarprocedure was dat niet meer het geval. De burger is er door de Belastingdienst niet nadrukkelijk op gewezen dat hij zelf bezwaar moest maken als hij vond dat de heffing die conform de wet plaatsvond niet door de beugel kon.

Dit komt deze burger nu duur te staan. De staatssecretaris biedt immers de groep waarvoor de aanslag op 24 december 2021 onherroepelijk vaststond nog steeds geen rechtsherstel. In de massaalbezwaarplusprocedure wordt getoetst of alsnog rechtsherstel dient te worden geboden voor deze groep. Ook ligt de route naar de civiele rechter en/of het EHRM nog open en daar is het ministerie zich ook van bewust, zo blijkt uit geopenbaarde interne stukken. Als de staatssecretaris niet alsnog rechtsherstel verleent, kan het aldus nog lang duren voordat uiteindelijk duidelijkheid ontstaat.

Na de juni-arresten worden dit soort procedures voorkomen doordat ook rechtsherstel wordt verleend aan de niet-bezwaarmakers. Voorwaarde is dat de aanslag na het Kerstarrest onherroepelijk is komen vast te staan en dat om ambtshalve vermindering is verzocht. Volgens de voormalig staatssecretaris zijn de juni-arresten geen nieuwe jurisprudentie waardoor ambtshalve vermindering mogelijk is.

Uit de beantwoording van de Kamervragen op 22 november jl. blijkt dat de burger via informatiebrieven wordt gewezen op de mogelijkheid een verzoek om ambtshalve vermindering in te dienen. De staatssecretaris onderschrijft dat veel belastingplichtigen het niet bieden van rechtsherstel aan de niet-massaalbezwaarmakers onrechtvaardig zullen vinden. Toch begint hij er – naar ik begrijp – vanuit financiĆ«le overwegingen niet aan. De vraag of gedupeerden met veel doenvermogen een voordeel hebben om volledig en maximaal te profiteren van rechtsherstel ten opzichte van gedupeerden zonder doenvermogen wordt niet beantwoord. Wat mij betreft is overduidelijk dat doenvermogen een rol speelt bij de keuze of destijds bezwaar is gemaakt tegen de box 3-heffing.

Doordat na de juni-arresten – terecht – ruim rechtsherstel wordt geboden, vindt voor de meeste belastingplichtigen, en over de meeste jaren vanaf 2017,belastingheffing plaats over het werkelijk rendement in box 3 dan wel over het lagere forfaitaire rendement. Met name over de jaren 2017 en 2018 wordt voor een grote groep geen rechtsherstel verleend. Een verzoek om ambtshalve vermindering is immers nu nog mogelijk over de jaren 2019 tot en met 2023 en kan reeds zijn gedaan over de jaren 2017 en 2018. Dit verzoek wordt in beginsel afgewezen als de aanslag voor 24 december 2021 onherroepelijk vaststond. Dat zal vaak in ieder geval over de jaren 2017 en 2018 het geval zijn.

Voor de jaren 2017 tot en met heden staat vast dat de box 3-heffing in strijd is met het eigendomsrecht in combinatie met het gelijkheidsbeginsel als het werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement. Voor het ene jaar wordt wel rechtsherstel verleend via een verzoek om ambtshalve vermindering en voor het andere jaar niet. Van gelijke behandeling van gelijke gevallen is dan mijns inziens geen sprake.

De overheidsfinanciƫn kunnen dat verschil wat mij betreft niet rechtvaardigen. Daarom zou alsnog rechtsherstel moeten worden verleend aan de niet-massaalbezwaarmakers, oftewel de groep die deelneemt aan de massaalbezwaarplusprocedure.

Binnenkort verschijnt in WFR een uitgebreidere analyse Ruben Scherpenisse en mij.

 

 

[1] HR 6 juni 2024, ECLI:NL:HR:2024:705, BNB 2024/85.
[2] HR 14 juni 2024, ECLI:NL:HR:2024:857.
[3] Brief van de staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienst van 17 september 2024 met kenmerk 2024-0000443291.
[4] Hoge Raad 24 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1963, BNB 2022/27.

Gepubliceerd door onze specialist:

A.J.C. (Angelique) Perdaems