Skip to content

Cassatienieuws: belastingrente

06 October 2025

De conclusie van A-G Robert Jan Koopman over de belastingrente haalde deze week het Het Financieele Dagblad. En terecht. Na bestudering van de conclusie blijkt dat de A-G op 3 (!) afzonderlijke gronden tot de conclusie komt dat de in het Besluit vastgestelde belastingrente onverbindend is:

  1. De besluitgever heeft met het vaststellen van een percentage van 8 zijn bevoegdheid overschreden.
  2. Het motiveringsbeginsel is geschonden
  3. Het rentepercentage van 8 is niet evenredig.

Daarmee acht ik de kans groot dat de Hoge Raad tot het oordeel komt dat 8% belastingrente voor de vpb onverbindend is. En wat dan?

De A-G adviseert de Hoge Raad der Nederlanden de stoute schoenen aan te trekken en als alternatief voor het Besluit te kiezen voor aansluiting bij de wettelijke (niet-handels)rente van art. 6:119 BW. Ook het terugvallen op het voorheen geldende percentage van 4% wordt genoemd.

Op andere belastingen dan de vpb gaat de A-G niet in. Hij benoemt slechts dat de Hoge Raad zich op glad ijs begeeft als daarover wordt geoordeeld omdat geen partijdebat heeft plaatsgevonden. Die redenering begrijp ik. Niettemin heeft de praktijk behoefte aan duidelijkheid en is het de vraag wat een partijdebat aan deze juridische afwegingen kan toevoegen. Ik verwacht dat dit beperkt is, omdat de doelen die met de belastingrente zijn beoogd voor de verschillende heffingen gelden.

Uit de conclusie begrijp ik ook dat de input van de amicuscuriae beperkt inhoudelijke inzichten heeft opgeleverd, maar met name is gericht op het standpunt dat de belastingrente in geen verhouding staat tot de marktrente en als een boete wordt ervaren.

De Hoge Raad is aan zet!

Gepubliceerd door onze specialist:

A.J.C. (Angelique) Perdaems