Douane-expediteurs beslissen onder grote (tijds)druk. Daardoor blijft gedegen onderzoek naar de gegevens die klanten leveren soms achterwege. De vraag is of het nalaten onderzoek te doen tot (voorwaardelijk) opzet kan leiden. Want dan kunnen de gevolgen van een verkeerde beslissing ingrijpend zijn.
Lees hier alvast een voorproefje van het artikel:
Over het douanestrafrecht wordt nauwelijks geschreven. Het aantal publicaties op dit (deel)terrein is beperkt. Een actueel boekwerk of recent artikelsgewijs commentaar is niet voorhanden. Onbekend maakt onbemind? Er is ook betrekkelijk weinig jurisprudentie gepubliceerd op het terrein van het douanestrafrecht (om over het bestuurlijke boeterecht in douanezaken maar te zwijgen). En de jurisprudentie die wel is gepubliceerd, is van weinig principiële betekenis.
Dat kan erop duiden dat betrekkelijk weinig douanezaken strafrechtelijk worden opgepakt, of dat weinig (serieuze) douanedelicten worden gepleegd. Wel dient de kanttekening te worden geplaatst dat de douane op grond van art. 10:15 Algemene douanewet (Adw) strafbeschikkingen kan uitvaardigen en dat strafzaken langs die geruisloze weg kunnen zijn afgedaan. Waarom dan toch aandacht voor het douanestrafrecht? De positie van de douane-expediteur is – vanuit een strafrechtelijk perspectief – kwetsbaar. Douane-expediteurs gaan veelal af op de informatie die door opdrachtgevers wordt aangereikt, waarop ook snel moet worden geacteerd. Er is weinig tijd (en geld) voor al te diep onderzoek naar de juistheid van die informatie.