Skip to content

De verbeurdverklaring als ontnemingsinstrument. TBS&H 2017, nr 3

Onlangs is in het Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving een publicatie verschenen van Mariëlle Boezelman en Maaike Coenen. In deze publicatie gaan zij in op het toenemende gebruik van de verbeurdverklaring als instrument om crimineel vermogen af te pakken en hoe hiertegen verweer kan worden gevoerd.

Lees hier alvast een voorproefje van het artikel:

De verbeurdverklaring van voorwerpen en rechten is mogelijk bij veroordeling voor vrijwel elk strafbaar feit, mits is voldaan aan de eisen van artikel 33 Sr en verder. Kortgezegd is vereist dat sprake is van een relatie tussen het voorwerp en het delict (‘vatbaar’ ervoor) en dat voldaan is aan het vereiste van toebehoren. Artikel 33a Sr bepaalt welke voorwerpen vatbaar
zijn voor verbeurdverklaring. Naast de voorwerpen met behulp waarvan het feit is begaan – zoals de motorboot inclusief navigatieapparatuur waarmee cocaïne is ingevoerd of de auto waarmee iemand opzettelijk is aangereden – of die tot het begaan van het misdrijf zijn vervaardigd, is het ook mogelijk de (financiële) opbrengsten van een strafbaar feit verbeurd te verklaren.

Hoewel de verbeurdverklaring een bijkomende straf is volgens artikel 9 Wetboek van Strafrecht (Sr), kan via de verbeurdverklaring ook profijt en sinds 2011 vervolgprofijt worden ontnomen

Lees verder.