Skip to content

Fiscaal strafrecht. DD 2018/66

20 November 2018

Op 25 juni 2018 is de Mandatory Disclosure Richtlijn (Richtlijn 2018/822/EU van de Raad van 25 mei 2018 tot wijziging van de Richtlijn 2011/16/EU wat betreft automatische uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied met betrekking tot meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies, hierna: MDR) in werking getreden. Daarin zijn de meest recente Europese maatregelen tegen zowel belastingontduiking als -ontwijking vervat.

Daarnaast schenken we aandacht aan enige recente in het oog springende vonnissen en arresten.

Lees hier alvast een voorproefje van het artikel:

Op grond van de Mandatory Disclosure Richtlijn moeten lidstaten een meldplicht invoeren voor intermediairs en hun klanten aan de belastingdienst ten aanzien van potentiële ‘agressieve fiscale planningsconstructies’ met een grensoverschrijdend karakter. Daarnaast regelt de MDR dat de belastingdiensten van de lidstaten deze informatie automatisch met elkaar uitwisselen. Lidstaten zijn verplicht om sancties vast te stellen bij inbreuk op de voorschriften in de Mandatory Disclosure Richtlijn. Met deze maatregelen wordt beoogd inzicht te verkrijgen in ‘agressieve tax planning’ zodat daartegen kan worden opgetreden.

Belangrijker is echter dat men hoopt dat openbaarmaking en uitwisseling van dergelijke tax planning een afschrikwekkend effect zal hebben. Uiterlijk 1 januari 2020 moet de richtlijn in de nationale wetgeving van de lidstaten geïmplementeerd zijn en uiterlijk per 1 juli 2020 worden toegepast. Vanwege de opgenomen overgangsregeling zal de meldingsplicht echter al van toepassing zijn voor constructies, die in de periode vanaf 25 juni 2018 worden geconstateerd.

Het lijkt waarschijnlijk dat de sancties, die verband houden met deze meldingsplicht ook een fiscaal-strafrechtelijke pendant zullen krijgen. Dat roept direct de vraag op of deze van toepassing kan zijn op constructies die tot 2020 worden geïnventariseerd en of ook deze strafbepaling in relatie tot een meldingsplicht in strijd moet worden geacht met het nemo tenetur-beginsel (zie hierna Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 12 juni 2018, ECLI:GHSHE:2018:2879). Zodra het wetsvoorstel over deze meldingsplicht is verschenen, zullen wij de strafrechtelijke implicaties nader in deze rubriek bespreken.

Lees verder.

Gepubliceerd door onze specialist:

A.A. (Anke) Feenstra