Per 1 januari 2013 geldt de btw-vrijstelling voor medische diensten zoals bedoeld in art. 11 lid 1 onderdeel g Wet OB 1986 enkel voor diensten die als doel hebben de diagnose, de behandeling en, voor zover mogelijk, de genezing van ziekten of gezondheidsproblemen. In deze bijdrage gaan wij in op de toepassing van medisch btw-vrijstelling met betrekking tot cosmetische of esthetische dienstverlening.
De medische vrijstelling heeft als doel specifieke (para)medische prestaties onder de vrijstelling van btw te brengen. Doel van de vrijstelling is ervoor te zorgen dat de btw geen belemmering is om een beroep te doen op medische zorg. Bij de medische vrijstelling kan dan worden gedacht aan medische diensten op het vlak van gezondheidskundige verzorging door beoefenaren van het (para)medisch beroep, tandartsen en tandtechnici, de thuiszorg en diensten in het kader van dagbesteding, arbeidstraining of dagopvang aan de daartoe aangewezen personen.
Het HvJ heeft reeds beslist dat de medische vrijstelling aldus moet worden uitgelegd dat gezondheidskundige verrichtingen die niet bestaan in gezondheidskundige verzorging van de mens door middel van diagnose en behandeling van ziekten of andere gezondheidsproblemen, niet binnen de werkingssfeer van de medische vrijstelling vallen. De lidstaten mogen aldus het HvJ geen onderscheid maken tussen beoefenaren van verschillende (para)medische beroepen die gelijkwaardige behandelingen bieden (zaak C-384/98, Rosenmayr). Daarnaast speelt bij de interpretatie van de medische vrijstellingen de Btw-richtlijn een belangrijke rol aangezien de vrijstellingen Unierechtelijke begrippen zijn, die een strikte uitleg vergen (zaak C-348/87, SUFA)
Lees het volledige artikel: Hoe medisch is cosmetisch voor btw-vrijstelling? BTW-bulletin 2016/4