De termijn voor bezwaar en beroep tegen de onderhavige samenhangende belastingaanslagen heeft vier jaren en vijf maanden en twaalf dagen geduurd. In verband hiermee heeft Hof Amsterdam 26 april 2016, nrs. 14/00585 t/m 14/00588 en 14/00591 belanghebbende een vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn toegekend van 9 x € 500 = € 4.500. In cassatie klaagt de staatssecretaris er terecht over dat het hof is vergeten de standaardtermijn van twee jaar daarvan af te trekken. De Hoge Raad corrigeert dat en kent een vergoeding toe van € 2.500.