Het recht op een mondelinge behandeling van het (hoger) beroep is een fundamenteel rechtsbeginsel. Het uitgangspunt in het bestuursrecht is dat partijen conform art. 8:56 Awb worden uitgenodigd om op een zitting te verschijnen. Art. 8:57 Awb vormt een uitzondering op deze hoofdregel. De bestuursrechter kan bepalen dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft indien geen van de partijen, nadat zij zijn gewezen op hun recht ter zitting te worden gehoord, heeft verklaard gebruik te willen maken van dit recht. In deze zaak heeft het Hof de zaak zonder zitting afgedaan, in strijd met art. 8:57 Awb. Hoge Raad erkent schending en kent proceskostenvergoeding toe.
Lees hier alvast de samenvatting:
De auto van belanghebbende stond gedeeltelijk op een betaaldparkerenplaats en gedeeltelijk (met twee wielen) op de stoep. Omdat belanghebbende geen parkeerbelasting had betaald, is een naheffingsaanslag parkeerbelasting aan hem opgelegd. Dat is volgens de Hoge Raad terecht (zie HR 11 maart 2022, nr. 20/03717, ECLI:NL:HR:2022:156, NTFR 2022/1073). Wel klaagt
belanghebbende terecht erover dat het hof de zaak zonder zitting heeft afgedaan. Blijkens het dossier heeft daarentegen namelijk bezwaar gemaakt bij het hof.
De beslissing van het hof is daarom niet in overeenstemming met art. 8:57, lid 1, Awb. De Hoge Raad vernietigt de hofuitspraak echter niet omdat het hof niet tot een ander oordeel inzake de naheffingsaanslag had kunnen komen. Wel ziet de Hoge Raad daarin aanleiding om belanghebbende een vergoeding van het griffierecht en de proceskosten voor de cassatiefase toe te kennen