Op 26 april 2017 wees het Hof van Justitie van de Europese Unie het Farkas-arrest waarin werd geoordeeld over het recht op aftrek bij ten onrechte betaalde btw (ECLI:EU:C:2016:864). Onder verwijzing naar vaste rechtspraak overwoog het HvJ dat alleen een recht op aftrek bestaat voor verschuldigde btw. Nu de door Farkas betaalde btw niet verschuldigd was en de betaling niet in overeenstemming was met de verleggingsregeling bestond er geen recht op aftrek. Wel kan Farkas zich met zijn vordering richten tot de verkoper. Indien het verhalen van de vordering onmogelijk blijkt kan Farkas zich – gelet op het doeltreffendheidsbeginsel – richten tot de belastingdienst. Ook werd in dit arrest overwogen dat beboeting onder omstandigheden strijdig is met het evenredigheidsbeginsel, indien uit de feiten volgt dat geen sprake is van fraude of enig belastingnadeel. In deze bijdrage aan het BTW-bulletin zetten Roelof Vos en Reinder de Jong de procedure voor het HvJ uiteen, waarna wordt afgesloten met een conclusie.