Skip to content

#283 Inzicht in derdenonderzoeken!

12 September 2022

Derdenonderzoeken zijn een belangrijk controlemiddel voor de Belastingdienst. De resultaten worden vaak gebruikt om correcties op te leggen aan een belastingplichtige. De informatie die met een derdenonderzoek wordt verkregen, is cruciaal voor de belastingplichtige in zijn verweer tegen de correcties. Rechtbank Noord-Nederland oordeelde dat het niet verstrekken van stukken die met een derdenonderzoek zijn verkregen in dit geval tot vernietiging van één van de navorderingsaanslagen leidde.

De stukken in verband met een derdenonderzoek zijn op de zaak betrekking hebbende stukken (8:42 Awb). De inspecteur dient deze stukken in bezwaar ter inzage te geven en in beroep aan de rechtbank te verstrekken.

In een procedure bij rechtbank Noord-Nederland[1] verstrekte de inspecteur niet alle stukken die zagen op het derdenonderzoek. Zo is de aankondiging van het derdenonderzoek niet ingebracht en de reactie van het bedrijf waar het derdenonderzoek is uitgevoerd ook niet. Bij die reactie zijn stukken aan de Belastingdienst verstrekt waaronder stukken over de scheepsinvestering van de belanghebbende. Die stukken zijn van belang voor de vraag, of de inspecteur over een nieuw feit beschikt en mag navorderen. En daarmee dus van belang voor de beslissing van het geschil. De rechtbank oordeelt dat de stukken van het derdenonderzoek op de zaak betrekking hebbende stukken zijn en door de inspecteur hadden moeten worden ingebracht.

Rechtbank maakt korte metten

Interessant is het gevolg dat de rechtbank daaraan verbindt. De rechtbank vernietigt de navorderingsaanslag over het jaar 2013. De rechtbank acht van belang dat diverse keren is verzocht om de stukken die met het derdenonderzoek zijn verkregen én dat verweerder steeds onjuiste informatie heeft gegeven over de stukken die hij heeft verkregen bij dit onderzoek. De inspecteur heeft zelfs in zijn verweerschrift nog de stelling ingenomen dat hij bij het derdenonderzoek de participatieovereenkomst niet heeft gekregen, maar pas later tijdens het onderzoek bij de belanghebbende.

Ook blijkt uit andere gedingstukken, zoals een interne notitie, dat de inspecteur al vanaf het derdenonderzoek over de participatieovereenkomst beschikte. De inspecteur heeft dus onjuiste informatie verstrekt en de stukken, waaruit blijkt dat dit onjuist is, achtergehouden. De rechtbank maakt daar terecht korte metten mee.

De informatie uit het derdenonderzoek is van belang bij de beoordeling of de inspecteur een nieuw feit heeft. Uit de stukken van het derdenonderzoek blijkt dat de inspecteur al ruim voor het vaststellen van de definitieve aanslag beschikte over de documenten die ten grondslag liggen aan de correctie in de navorderingsaanslag. De rechtbank vindt deze schending dusdanig ernstig dat de navorderingsaanslag over het jaar 2013 wordt vernietigd. Dat de inspecteur de stukken alsnog heeft ingebracht, nadat de rechtbank hem in de gelegenheid stelde te reageren op het oordeel dat die stukken op grond van artikel 8:42 moesten worden ingebracht, doet daar niet aan af. Dat was te laat.

Een terecht oordeel

Een terecht oordeel van de rechtbank. Het niet verstrekken van stukken uit het derdenonderzoek, terwijl daaruit blijkt dat informatie al veel langer bekend was dan is voorgespiegeld, is kwalijk. Sterker, ook uit interne memo’s bleek dat de stukken al eerder aan de inspecteur waren verstrekt. De stukken waren dus ruim voor het vaststellen van de definitieve aanslag bij de inspecteur bekend. Beoordelen of navordering op grond van een nieuw feit mogelijk is, kan alleen als de inspecteur alle stukken waarover hij beschikt verstrekt. Dus alle stukken uit derdenonderzoeken, verkregen vanuit renseignering, tips en dergelijke dienen aan het dossier te worden toegevoegd.

Dit is niet alleen relevant bij de beoordeling of een nieuw feit aanwezig is. Ook de reden waarom een onderzoek is gestart, dus de startinformatie moet kunnen worden getoetst. Daarnaast is het van belang de informatie uit een derdenonderzoek te kunnen weerspreken. Degene waar het onderzoek wordt verricht, kan inlichtingen verstrekken die onjuist zijn. Verslagen van derdenonderzoeken moeten dan ook worden ingebracht, zodat het mogelijk is de inhoud daarvan te weerleggen.

Door dozen heen worstelen?

Het blijft dus relevant dat alle stukken die de inspecteur ter beschikking staan, of hebben gestaan, in worden gebracht als op de zaak betrekking hebbende stukken. Hoe kan dan worden voorkomen dat de rechter zich door dozen ordners heen moet worstelen?

Daar vond deze rechtbank een oplossing voor in artikel 8:32a Awb. Gegevens en bescheiden kunnen buiten beschouwing worden gelaten als de partij – na verzoek van de rechter – niet aangeeft ter toelichting of staving van welke stelling de stukken zijn bedoeld. De rechtbank oordeelt dat de bijlagesets die bestaan uit vijf verhuisdozen buiten beschouwing worden gelaten, omdat niet duidelijk is gemaakt ter onderbouwing van welke stellingen deze zijn ingebracht. De rechtbank heeft partijen nog in de gelegenheid gesteld te onderbouwen welke stukken relevant zijn. Dat leverde niet voldoende op.

Dit oordeel van de rechtbank kan ik in deze context volgen. De rechter hoeft geen argumenten te gaan zoeken in de stukken. Als een stelling wordt ingenomen, moet deze worden onderbouwd. En als daarvoor stukken relevant zijn dan moet daarnaar worden verwezen.

 

[1] Rechtbank Noord-Nederland 3 mei 2022, ECLI:NL:RBNNE:2022:1426.

Gepubliceerd door onze specialist:

A.J.C. (Angelique) Perdaems