Skip to content

Navordering zonder nieuw feit na verandering toerekening tussen partners. Annotatie NTFR 2023/127

Navordering is mogelijk zonder nieuw feit na verandering toerekening tussen partners. 

Voor NTFR schreef Antoine Blomen een annotatie bij een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 8 december 2022.

In beginsel moet de belastingplichtige erop kunnen vertrouwen dat hij met het vaststellen van de aanslag weet waar hij aan toe is (rechtszekerheidsbeginsel). Door de navordering wordt een inbreuk op dit beginsel gemaakt. De navorderingsbevoegdheid van de inspecteur is dan ook aan strikte voorwaarden verbonden die zijn vastgelegd in art. 16 AWR. Op basis van het eerste lid van dit artikel mag de inspecteur alleen navorderen indien sprake is van een nieuw feit (behoudens kwade trouw van de belastingplichtige). Hierop zijn door de wetgever enkele uitzonderingen gemaakt die zijn vastgelegd in het tweede lid. Eén van de uitzonderingen is opgenomen in onderdeel b van dit lid. Op basis hiervan is navordering ook mogelijk indien zich een geval voordoet als bedoeld in art. 2.17 lid 3 of 4 Wet IB 2001. Kort gezegd betekent dit dat de inspecteur kan navorderen indien bij een belastingplichtige en zijn (fiscale) partner gemeenschappelijke inkomensbestanddelen niet volledig in aanmerking zijn genomen. De gemeenschappelijke inkomensbestanddelen kunnen zien op inkomsten maar ook op aftrekposten.

Dit geval gaat over deze uitzondering. Voor zover ik kan opmaken uit de feiten was er sprake van een ijverige inspecteur die ondanks dat belanghebbende in de aangifte geen verdeling had gemaakt van de negatieve inkomsten tussen haar en de partner, de volledige inkomsten aan belanghebbende had toegerekend. In de aangifte van de partner is echter – op verzoek van belanghebbende en de partner – óók het volledige bedrag in aanmerking genomen. Concreet komt dit erop neer dat de negatieve inkomsten twee keer in aanmerking zijn genomen. De inspecteur legt dan ook een navorderingsaanslag op aan belanghebbende waarin dit wordt gecorrigeerd. Belanghebbende stelt dat de inspecteur geen navorderingsbevoegdheid heeft, omdat zij de inkomsten niet zelf in haar aangifte in aftrek had gebracht, maar (voor zover ik kan opmaken) de inspecteur dit uit eigen beweging had gedaan. De rechtbank concludeert dat dit niet van belang is en dat de inspecteur kan navorderen.

Dit oordeel van de rechtbank kan ik volgen. Art. 2.17 lid 4 Wet IB 2001 bepaalt dat de partners de toerekening van een gemeenschappelijk inkomensbestanddeel kunnen wijzigen totdat de (navorderings)aanslagen van beide partners onherroepelijk vaststaan. Dit is door belanghebbende en haar partner gedaan door het volledige negatieve inkomen uiteindelijk bij de partner in aanmerking te nemen. Navordering bij belanghebbende is dan ook mogelijk op grond van art. 16 lid 2 onderdeel b. Dit neemt niet weg dat het naar mijn mening op de weg van de inspecteur had gelegen om naar aanleiding van de aangifte van belanghebbende contact op te nemen en vragen te stellen over de toerekening. Dan was een procedure voorkomen.

Lees meer: NTFR 2023-127: ‘Navordering is mogelijk zonder nieuw feit na verandering toerekening tussen partners’

Gepubliceerd door onze specialist:

A.H.G.M. (Antoine) Blomen