Skip to content

Beschikking op aanvraag; dwangsomregeling niet van toepassing. NLF 2024/1077

Bestuursorganen moeten tijdig beslissen op aanvragen van burgers en kunnen volgens de dwangsomregeling een dwangsom krijgen als ze te laat zijn. Dit geldt voor alle beschikkingen op aanvraag, zoals bepaald in artikel 4:17 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

De Hoge Raad heeft verduidelijkt dat ook verzoeken om ambtshalve vermindering van belastingaanslagen onder deze regeling vallen. Bovendien is in een recent arrest vastgesteld dat ook beschikkingen die verplicht moeten worden afgegeven daaronder vallen. De ingebrekestelling is pas geldig als deze na de aanvraag volgt en niet als deze in dezelfde brief wordt gedaan.

Angelique Perdaems schreef hier een noot over in NL Fiscaal 2024/1077: “Beschikking op aanvraag; dwangsomregeling niet van toepassing”. We geven u alvast een voorproefje uit het artikel:

“In het onderhavige arrest beantwoordt de Hoge Raad de vraag of sprake is van een aanvraag als de Inspecteur wettelijk – in dit geval op grond van artikel 18a AWR – is gehouden om een beschikking af te geven. Artikel 18a AWR bepaalt kort gezegd dat bij verlaging van de WOZ-waarde de Inspecteur de daarop gebaseerde belastingaanslag dienovereenkomstig vermindert. De Inspecteur heeft dit niet gedaan binnen de wettelijke termijn, waarna bij brief is verzocht de aanslagen inkomstenbelasting en premies volksverzekering te verminderen.”

“In dezelfde brief is de Inspecteur ook direct in gebreke gesteld. De Hoge Raad overweegt dat artikel 4:17 Awb een onderscheid maakt tussen de aanvraag en de ingebrekestelling en dat een redelijke wetsuitleg meebrengt dat ingebrekestelling pas mogelijk is indien de Inspecteur niet binnen een redelijke termijn na ontvangst van de aanvraag de gevraagde artikel 18a AWR-beschikking heeft gegeven. De Hoge Raad stelt die redelijke termijn op twee weken. De belastingplichtige ontvangt dus geen dwangsommen, omdat de aanvraag en ingebrekestelling in dezelfde brief staan.”

“De Hoge Raad wijst ambtshalve nog op de mogelijkheid om via de regeling van het instellen van beroep wegens het niet tijdig nemen van een besluit de vermindering op grond van artikel 18a AWR af te dwingen. Nadat de termijn van artikel 18a AWR is verstreken (acht weken nadat de beschikking tot herziening van de WOZ-waarde onherroepelijk is geworden) kan de Inspecteur direct in gebreke worden gesteld op grond van artikel 6:12, lid 2, Awb. Voor de dwangsomregeling is een aanvraag en na afloop van de termijn een ingebrekestelling vereist en voor het in beroep gaan wegens het niet tijdig nemen van een besluit is geen aanvraag vereist, maar dient de wettelijke termijn van artikel 18a AWR te zijn verstreken.”

Bent u benieuwd naar de volledige noot? Lees hier meer: Beschikking op aanvraag; dwangsomregeling niet van toepassing, NLF 2024/1077.

Gepubliceerd door onze specialist:

A.J.C. (Angelique) Perdaems