In deze rubriek wordt aandacht geschonken aan recente jurisprudentie van de afgelopen periode. Allereerst wordt het recente arrest Chambaz besproken over het nemo tenetur-beginsel. Vervolgens volgen enkele fiscaal strafrechtelijke uitspraken van de strafkamer van de Hoge Raad alsmede een uitspraak van de civiele Kamer van de Hoge Raad over de reikwijdte van het (afgeleid) verschoningsrecht van een trustkantoor ten opzichte van de Belastingdienst. Ten slotte komt een tweetal uitspraken van gerechtshoven aan de orde met betrekking tot de samenloop van een fiscale strafzaak en een ontnemingsvordering.
Lees hier alvast een voorproefje:
Er is al veel geschreven over de spanning tussen het nemo teneturbeginsel versus de inlichtingenverplichting van artikel 47 AWR. Het Chambaz-arrest vormt een nieuwe uitspraak in de reeks van arresten over de verhouding tussen artikel 6 EVRM en de verplichting om informatie te verstrekken ten behoeve van belastingheffing.
In deze Zwitserse zaak menen de fiscale autoriteiten dat de heer Chambaz niet zijn gehele inkomen heeft aangegeven en stellen daarom het belastbare inkomen op een hoger bedrag vast. Daartegen maakt de heer Chambaz bezwaar. Tijdens deze bezwaarprocedure wordt door de fiscus verzocht om documenten over het inkomen en vermogen van de heer Chambaz te overleggen, hetgeen door hem wordt geweigerd. De heer Chambaz wordt door de lokale Zwitserse fiscus beboet voor deze weigering. De federale fiscale autoriteiten stelden, op het moment dat een beroepsprocedure aanhangig is ter zake van de beboeting, een strafrechtelijk onderzoek in naar belastingontduiking.
Uiteindelijk werden aan Chambaz hoge navorderingsaanslagen met boetes opgelegd. De heer Chambaz wendt zich tot het EHRM. De heer Chambaz stelt dat indien hij de gevorderde documenten had verstrekt, de fiscus de mogelijkheid had om onmiddellijk een strafrechtelijke procedure jegens hem te beginnen. Door overlegging van de documenten liep hij derhalve het risico dat de documenten in een strafrechtelijke procedure gebruikt zouden gaan worden. Bovendien klaagt de heer Chambaz dat de administratieve rechtbank en het Federale Hof de opgelegde boetes hebben bekrachtigd terwijl hij onderwerp was van een strafrechtelijk onderzoek (over dezelfde belastingtijdvakken) (r.o. 50).
De Zwitserse regering stelt (onder verwijzing naar Allen, EHRM 10 september 2002, nr. 76574/01) dat de verplichting om informatie te verschaffen tijdens een procedure ten behoeve van de
belastingheffing, geen schending kan inhouden van het verbod op zelf-incriminatie. Hier voegt zij aan toe dat de administratieve procedure en het strafrechtelijk onderzoek, aparte procedures betreffen. Ook gaat de regering in op de toepassing van de zaak-Funke (EHRM 25 februari 1993, LJN AD1839). Volgens de regering verschilt de zaak van de heer Chambaz in zoverre van de zaak-Funke dat het verzoek om informatie slechts ziet op de vaststelling van de fiscale heffingsbevoegdheid en niet op een latere strafrechtelijke procedure (r.o. 51).