Op 24 december 2024 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State de Hoge Raad gevolgd en geoordeeld dat de arbeidsinspecteurs van de Inspectie SZW dienen te wijzen op het recht op rechtsbijstand wanneer zij van plan zijn een bestuurlijke boete op te leggen. Een uitspraak (ECLI:NL:RVS:2024:5293 [1]) die op eerste kerstdag is gepubliceerd, als dat geen kerstcadeautje voor het bestuursrecht is! Voor ons reden om het nieuwe jaar met een korte beschouwing hierover af te trappen.
Recht op bijstand van een raadsman in het bestuursrecht
Op 6 september 2024 oordeelde de Hoge Raad al, in een door ons kantoor gevoerde procedure, dat het recht op bijstand van een raadsman een van de fundamentele kenmerken van een behoorlijk proces in punitieve zaken is en dat gelet op het fundamentele belang van dit recht er geen aanleiding bestaat om het te beperken tot zaken die naar nationaal recht tot het strafrecht behoren. De Hoge Raad oordeelde in deze belastingzaak dat het recht op bijstand van een raadsman dus ook geldt met betrekking tot andere sancties die zijn gebaseerd op een ‘criminal charge’ in de zin van artikel 6 EVRM en artikel 14 IVBPR en derhalve ook geldt voor fiscale bestuurlijke boetes.
Mijn collega, Anke Feenstra, gaf eerder in een interview in Het Financieele Dagblad[2] al aan dat zij meent dat de uitspraak ook gevolgen heeft voor de rechtsbescherming bij verhoren en boetes van andere bestuursorganen en dat een logisch vervolg zou zijn dat de wetgever de plicht om expliciet te wijzen op verhoorbijstand in de Algemene wet bestuursrecht zet.
De Afdeling van de Raad van State heeft daartoe de eerste stap nu gezet. In het arrest van 24 december 2024 is geoordeeld – onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 6 september 2024 – dat de arbeidsinspecteur van de Inspectie SZW dient te wijzen op het recht op rechtsbijstand wanneer zij van plan zijn een bestuurlijke boete op te leggen.
Overigens mocht het appellant in dit geval niet baten. Een dergelijk verzuim van het bestuursorgaan is in beginsel niet te rechtvaardigen, maar beoordeeld dient te worden of sprake is van een behoorlijk proces in het geheel. De vraag of het proces in een punitieve zaak behoorlijk is geweest, moet ook dan worden beoordeeld aan de hand van het verloop van dat proces als geheel met inachtneming van de omstandigheden van het geval.
In dit geval werd het vormverzuim geconstateerd, maar heeft appellant zelf contact opgenomen met een arbeidsinspecteur en te kennen gegeven dat hij een verklaring wilde afleggen en daarbij de mogelijkheid gehad om voorafgaand aan het verhoor een raadsman te raadplegen en om zich tijdens het verhoor te laten bijstaan. Gelet daarop is de Afdeling van oordeel dat de procedure in het geheel eerlijk is verlopen. De Afdeling ziet daarom geen aanleiding om de verklaring uit te sluiten als bewijs.
Te maken met een bestuurlijke boete?
Heb je te maken met een bestuurlijke boete? Zorg dan dat je deze verplichting voor het bestuursorgaan scherp op je netvlies hebt. Het betreft immers een fundamenteel recht waarvan verzuim in beginsel niet kan worden gerechtvaardigd. Wat kun je dan concreet met zo’n verzuim?
Bekijk allereerst of er sprake is van een verzuim. In het Nederlandse strafrecht dient op grond van artikel 27c van het Wetboek van Strafvordering te worden gewezen op het recht op rechtsbijstand voorafgaand aan het eerste verhoor van een verdachte. Artikel 27c Sv is niet van toepassing op bestuurlijke beboeting, maar voor bestuurlijke boetes geldt dat degene tegen wie een strafvervolging is ingesteld, onmiddellijk dient te worden geïnformeerd over diens recht op bijstand van een raadsman en in elk geval voordat diegene met het oog op het opleggen van een bestuurlijke boete wordt verhoord in de zin van artikel 5:10a Awb.
Als dat niet is gebeurd, is er sprake van een verzuim en komt de vraag aan de orde in hoeverre het proces in het geheel eerlijk is geweest. Dat betreft een afweging van alle feiten en omstandigheden. De Afdeling bestuursrechtspraak overweegt dat daarbij mede van belang is in hoeverre degene tegen wie de strafvervolging is ingesteld toch bijstand door een raadsman heeft gekregen. Ook wordt verwezen naar enkele factoren die zijn genoemd door het EHRM op 9 november 2018 in Beuze tegen België. Daarbij moet gedacht worden aan de bijzondere kwetsbaarheid van de verdachte vanwege leeftijd of psychische capaciteit, de kwaliteit van het bewijs en de omstandigheden waaronder het is verkregen, de mogelijkheid om het bewijs te bestrijden en of een verklaring onmiddellijk is ingetrokken of gewijzigd.
Daarbij zij opgemerkt dat de Hoge Raad in het arrest van 6 september 2024 expliciet heeft geoordeeld, dat in gevallen waarin het gaat om een bestuurlijke boete de raadsman niet de hoedanigheid van advocaat hoeft te hebben.
Indien de conclusie is dat er door het verzuim om niet te wijzen op het recht op rechtsbijstand geen sprake is van een eerlijk proces (in het geheel bezien), dienen de verklaringen van degene aan wie de bestuurlijke is opgelegd, uitgesloten te worden van het bewijs. Zoals ook de Hoge Raad oordeelde in het arrest van 6 september 2024.
Tot slot
Kortom, met deze uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak kunnen we wel concluderen dat het wijzen op het recht op rechtsbijstand bij verhoren en boetes inderdaad ook voor andere bestuursorganen dan de Belastingdienst geldt. Het is afwachten of de verplichting om te wijzen op het recht op rechtsbijstand in de Algemene wet bestuursrecht of (weer [3]) in de Algemene wet inzake rijksbelastingen wordt gezet.
De verwachting is in ieder geval dat bestuursorganen hier nu scherp op zijn, maar in veel lopende zaken is het verzuim al een gegeven. Doe er je voordeel mee!
[1] ECLI:NL:RVS:2024:5293, Raad van State, 202207230/1/V6
[2] Fiscus moet recht op bijstand vermelden bij verhoor, FD Anke – Hertoghs advocaten
[3] Artikel 67l AWR luidde tot 2009: “De boete-inspecteur kan de belastingplichtige of de inhoudingsplichtige ten aanzien van wie de redelijke verwachting bestaat dat hem een bestuurlijke boete kan worden opgelegd, oproepen voor een verhoor. In deze oproep deelt de boete-inspecteur hem mede dat hij zich desgewenst kan doen bijstaan.”