Skip to content

Rechtsherstel box 3: onherroepelijk is niet onaantastbaar – WFR

Vorige week verscheen in het Weekblad Fiscaal Recht het artikel van Angelique Perdaems and Ruben Scherpenisse over het rechtsherstel dat wordt verleend met betrekking tot box 3. Opvallend is dat de staatssecretaris rechtsherstel verleend aan een ‘ruime doelgroep’, maar hierbij nog steeds niet-massaalbezwaarmakers buiten de boot laat vallen.

De auteurs begrijpen de wens om vanuit budgettair oogpunt de groep die in aanmerking komt voor rechtsherstel beperkt te houden, maar de keuze om geen rechtsherstel te bieden aan deze groep belastingplichtigen snijdt naar hun mening juridisch gezien geen hout. In onze bijdrage pleiten zij er daarom voor dat ook aan deze groep rechtsherstel wordt geboden.

Lees hier alvast een voorproefje van het artikel of scrol naar beneden om het volledige artikel te lezen.

De afbakening van de doelgroep die in aanmerking komt voor het rechtsherstel vanwege ten onrechte geheven box 3-belasting is al langer een heet hangijzer. Zo leeft vanuit budgettair oogpunt de wens bij de wetgever om de doelgroep beperkt te houden, maar is er voorts de noodzaak om te voorkomen dat de wetgever in de rechtszaal ook met het geboden rechtsherstel de spreekwoordelijke deksel op zijn neus krijgt.

Na de box 3-arresten van 6 juni 2024 en 14 juni 2024 heeft het Ministerie van Financiën wederom nagedacht over de vraag aan welke groep rechtsherstel wordt verleend als gevolg van deze arresten. In deze arresten oordeelde de Hoge Raad dat de Wet rechtsherstel box 3 en de Overbruggingswet box 3 in strijd zijn met het discriminatieverbod in combinatie met de bescherming van het eigendomsrecht in gevallen waarin het forfaitaire rendement hoger is dan het werkelijke rendement. Naar aanleiding van deze arresten licht voormalig Staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienst Idsinga in de Kamerbrief van 17 september 2024 toe welke doelgroep voor rechtsherstel in aanmerking komt.

In de brief gaat de staatssecretaris uit van een ‘ruime benadering’ van de doelgroep die in aanmerking komt voor rechtsherstel. Niettemin vallen onder het voorstel van de staatssecretaris de belastingplichtigen waarvan de belastingaanslag inkomstenbelasting vóór 24 december 2021 (het Kerstarrest) onherroepelijk vaststond – de zogeheten ‘niet-bezwaarmakers’ – nog altijd
buiten de boot. Zoals vaker het geval is bevatten de beleidsnota’s echter smeuïge zinssneden waaruit blijkt dat ‘nieuwe jurisprudentie’ mogelijk ook dient te worden toegepast op belastingaanslagen die al onherroepelijk vaststaan.

In deze bijdrage zullen wij dan ook betogen dat de redenering die leidt tot het via de ruime benadering verlenen van rechtsherstel aan de brede doelgroep ook zou moeten leiden tot het verlenen van rechtsherstel aan de niet-bezwaarmakers. Dit lichten wij toe aan de hand van de overwegingen uit de beslisnota’s, waarbij wij de volgende onderwerpen bespreken:

  • Welke doelgroepen krijgen rechtsherstel op basis van het voorstel van 17 september 2024 (par. 2);
  • Welke argumenten liggen ten grondslag aan het niet-compenseren van de niet-bezwaarmakers (par. 3);Welke argumenten liggen ten grondslag aan het bieden van rechtsherstel voor de als ruim gedefinieerde doelgroepen in de brief van 17 september 2024 (par. 4).

Afsluitend concluderen wij dat de niet-bezwaarmakers ten onrechte als enige doelgroep geen mogelijkheid voor rechtsherstel wordt geboden. Het onderscheid dat ontstaat door het beperkt verlenen van rechtsherstel na het Kerstarrest en het verlenen van rechtsherstel aan de brede doelgroep na de juni-arresten achten wij niet gerechtvaardigd. Wij roepen de minister dan ook op alsnog van zijn bevoegdheid gebruik te maken en verzoeken om ambtshalve vermindering van de niet-bezwaarmakers in behandeling te nemen.

Lees hier het volledige artikel: WFR 2025 23 – Rechtsherstel box 3 onherroepelijk is niet onaantastbaar

Gepubliceerd door onze specialist:

A.J.C. (Angelique) Perdaems

Mr. R. (Ruben) Scherpenisse