Skip to content

Straf- en boeterechtelijke aansprakelijkheid van dementerende (verdachte) belastingplichtigen. WFR 2018/44

05 March 2018

In de fiscale praktijk worden geregeld boetes opgelegd aan dementerende belastingplichtigen. Dementie kan de geestelijke capaciteiten van een belastingplichtige ernstig aantasten. In dit artikel wordt onderzocht of het in dat geval gerechtvaardigd is een boete op te leggen. Bezien wordt of in het boeterecht lessen kunnen worden getrokken uit de strafpraktijk.

Lees hier alvast een voorproefje:

“Op zaterdagmorgen loopt Peter naar het verzorgingstehuis waar zijn moeder is opgenomen. Ze is dementerend en kan niet meer voor zichzelf zorgen. Kleine dingen zorgen al voor stress. Vertwijfeld kijkt Peter naar de blauwe envelop in zijn handen. Een brief van de Belastingdienst. Hij verkeert hierover nog steeds in tweestrijd…”

Het begin van een spannend boek of “gewoon” een fiscaal-juridisch artikel over beboeting van belastingplichtigen (of verdachten) die lijden aan een ziekte, zoals dementie. Inherent aan een dergelijke ziekte is dat zij geen c.q. een verminderd besef hebben van boetes die worden opgelegd door de Belastingdienst of een strafvervolging die wordt ingesteld door het Openbaar Ministerie. Is het dan wel nog redelijk om hen te beboeten c.q. bestraffen? Moet dit leiden tot een vermindering van de strafrechtelijke aansprakelijkheid? Worden de oorspronkelijke doeleinden van beboeting en bestraffing wel bereikt in zo’n geval of moet een sanctie volledig achterwege blijven? In deze bijdrage gaan wij nader in op de geformuleerde vragen.

Lees verder.