In de praktijk van de advocaat, notaris, fiscalist of accountant (hierna ook: professionals) kunnen zich situaties voordoen waarin zowel het tuchtrecht als het strafrecht hun schaduw vooruit werpen. De vraag welke weg bewandeld moet worden – of soms ongewild wordt ingeslagen – is daarbij niet altijd eenvoudig te beantwoorden. Hoewel beide rechtsgebieden hun eigen doelstellingen, procedures en sanctiemechanismen kennen, raken ze elkaar regelmatig in de dagelijkse praktijk.
De samenloop tussen tuchtrecht en strafrecht doet zich bijvoorbeeld voor bij een onverwachte FIOD-inval of een bezoek van een toezichthouder. Wat zijn in zo’n geval de rechten en plichten van de professional? Hoe voorkom je dat ondoordachte reacties of het delen van informatie in het ene traject nadelige gevolgen hebben in het andere?
Een ander thema, waarbij deze samenloop centraal staat, is hoe een advocaat zorgvuldig moet omgaan met (mogelijke) getuigen. Mag een professional zomaar een verklaring afleggen over zijn cliënt? Wanneer slaat beïnvloeding om in strafbaar handelen? En hoe ga je als professional om met het spanningsveld tussen de tuchtrechtelijke verplichting tot medewerking en het strafrechtelijke recht om te zwijgen?
Tot slot is er de steeds duidelijker zichtbare trend dat het Openbaar Ministerie en toezichthouders in lopende strafzaken actief gebruik maken van tuchtrechtelijke middelen. Deze hybride aanpak kan zowel strategische voordelen als aanzienlijke risico’s met zich meebrengen. Hoe verhouden deze rechtsgebieden zich tot elkaar, en wat betekent dit voor de verdediging van de professional die zich geconfronteerd ziet met een dubbele aanval op zijn of haar handelen?
In dit artikel worden deze vragen verkend en worden praktische handvatten geboden voor juridische, fiscale en financiële dienstverleners die zich willen voorbereiden op een situatie van samenloop – of zich er middenin bevinden.
Lees het volledige artikel in Tijdschrift Tuchtrecht 2025/12.