Voordat in Nederland in juridische zin gesproken kan worden van een strafbaar feit, dient dit duidelijk en van tevoren in de wet te zijn vastgelegd. Dit is uitgedrukt in het legaliteitsbeginsel en het lex certa-beginsel. Maar de wetgever kan bij het maken van wetten lang niet altijd voorzien welke gedragingen op een later moment – soms jaren later – binnen het bereik van deze wetten vallen. Soms kan de (straf)wet het tempo van technologische ontwikkelingen niet bijhouden. Strafrechters kunnen zich dan geconfronteerd zien met tenlastegelegde strafbare gedragingen waar de wetgever bij het maken van de wetten onmogelijk rekening mee heeft kunnen houden. Lees meer over fraude met deepfakes in de nieuwe Vaklunch.
Lees hier alvast een voorproefje van het artikel:
Een voorbeeld van dergelijke technologische ontwikkelingen is deepfake. De Van Dale definieert deepfake als een ‘digitaal gemanipuleerde foto of video van een (bekende) persoon die dingen doet en zegt die hij in werkelijkheid niet gedaan of gezegd heeft’. Deepfake wordt in veel gevallen gebruikt voor vermaak: te denken valt bijvoorbeeld aan een filmpje waarin de maker daarvan een bekende president een liedje laat zingen. Bovendien was het bij deepfakes in het begin overduidelijk dat deze niet echt waren.
Echter kunnen deepfakes ook worden ingezet voor strafbare doeleinden (denk aan de Welmoed Sijtsma-deepfake, waarvoor de maker strafrechtelijk veroordeeld is). Bovendien zijn deze steeds minder goed van echt te onderscheiden. Tegen de achtergrond dat deepfakes vaak steeds lastiger van echt te onderscheiden zijn, is het niet verwonderlijk dat de afgelopen jaren steeds meer deepfakes worden gebruikt. Deze maand nog waarschuwde de Consumentenbond voor een deepfake video waarin premier Dick Schoof op Facebook een nieuw investeringsplatform promoot, met als doel om mensen te verleiden tot investeren. En zo zijn er meer voorbeelden: ook Jort Kelder, John de Mol en Annechien Steenhuizen zijn al opgedoken in deepfakes waarin mensen worden bewogen om investeringen te doen of om persoonlijke gegevens te verstrekken.
De vraag is of dit als een strafbaar feit kan kwalificeren. In de strafrechtspraak zijn nog geen veroordelingen wegens het maken van dergelijke deepfake-video’s gepubliceerd. Het is dus nog onduidelijk onder welke strafbaarstelling het maken en gebruiken van deepfakes kan vallen. De strafbaarstelling van oplichting ex art. 326 Sr is wellicht een mogelijkheid. Toegespitst op deepfakes moet dan bewezen worden dat een van de oplichtingsmiddelen ‘het aannemen van een valse hoedanigheid’ of ‘door listige kunstgrepen’ van toepassing is waarmee iemand wordt ‘bewogen’ om enig goed af te geven of gegevens ter beschikking te stellen.
Lees het volledige artikel hier: #627: Fraude met deepfakes: ooit ondenkbaar, inmiddels strafbaar?