Transacties behoren nog altijd tot het arsenaal van het Openbaar Ministerie om strafzaken af te doen. Hoewel wij signaleren dat het OM de afgelopen jaren steeds terughoudender is geworden met het aanbieden van transacties, blijkt deze afdoeningsmodaliteit nog altijd te worden gereserveerd voor specifieke zaken.
Afgelopen week maakte het OM bekend dat een transactie tot stand was gekomen tussen het OM en (het voormalige) Credit Suisse. Met deze transactie is een boetecomponent van € 5 miljoen gemoeid. Deze transactie betekende het sluitstuk van een strafrechtelijk onderzoek naar ‘faciliterende dienstverlening’ door Credit Suisse. Hierbij zou zijn bijgedragen aan onjuiste belastingaangiften van zogenaamde ‘zwartspaarders’. De juridische inkleding van het OM kwam erop neer dat Credit Suisse zich mogelijk schuldig zou hebben gemaakt aan medeplichtigheid bij het doen van onjuiste aangiften, gepleegd door haar klanten. Of hiervan daadwerkelijk sprake was (lees: of wettig en overtuigend kon worden bewezen dat was voldaan aan alle juridische criteria, waaronder dubbel opzet), zal in het midden blijven. Een van de kenmerken van de transactie is immers dat geen strafrechtelijke schuldvaststelling plaatsvindt. Hiermee onderscheidt de transactie zich van de strafbeschikking, waarbij wél schuldvaststelling plaatsvindt.