Skip to content

Vaklunch #597: Gerechtvaardigd vertrouwen bij een transactie?

30 October 2024

Op 22 oktober 2024 wees de Hoge Raad een relevant arrest over de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie nadat een transactie werd gesloten met de verdachte ter afdoening van – in ieder geval – een witwasverdenking. De Hoge Raad vernietigde de uitspraak van het hof ’s-Hertogenbosch, waarin werd vastgesteld dat het OM niet-ontvankelijk was vanwege deze transactie, die de verdachte gerechtvaardigd vertrouwen zou hebben gegeven dat hij niet voor andere feiten zou worden vervolgd.

Hoe is het mogelijk dat onduidelijk bestaat over de reikwijdte van een transactie? Ook wij vinden het een bijzondere situatie. En aan wie is het dan om helderheid te verschaffen? Heeft het OM een mededelingsplicht of de verdachte een onderzoeksplicht?

Eerst een korte schets van de afdoening van de zaak. Op 28 februari 2020 kwam een transactie (zie Vaklunch #576 voor een korte omschrijving van de verschillende buitengerechtelijke afdoeningsmodaliteiten) tot stand tussen het OM en de verdachte ten behoeve van – in elk geval – een witwasverdenking zoals naar voren kwam uit het strafrechtelijk onderzoek INCA. Het was dan ook artikel 420bis Sr (bepaling eenvoudig witwassen) dat in het transactievoorstel als misdrijf werd genoemd. Later werd de verdachte alsnog gedagvaard, en werd hem drugshandel tenlastegelegd.

Lees het volledige artikel hier: #597: Gerechtvaardigd vertrouwen bij een transactie?

Gepubliceerd door onze specialist:

Mr. drs. S.H. (Seleyna) Çelik