Skip to content

#599: Halt aan schuldoordelen bij art. 530 Sv

13 November 2024

In drie recente beschikkingen heeft het gerechtshof Amsterdam verzoeken om vergoeding van de advocaatkosten op grond van artikel 530 Sv toegewezen. Het hof benadrukt in de beschikkingen dat de onschuldpresumptie, zoals neergelegd in artikel 6 lid 2 EVRM en uitgewerkt in de jurisprudentie van het EHRM, vereist dat de motivering in artikel 530 Sv-procedures geen vorm van schuldoordelen bevat. Een duidelijk signaal naar de rechtspraktijk, nu de grenzen van de onschuldpresumptie toch te vaak worden opgezocht.

Lees hier alvast een voorproefje:

Short recap: op grond van artikel 530 Sv kan een verdachte een verzoek indienen tot vergoeding van de advocaatkosten in het geval de strafzaak is geëindigd zonder straf of maatregel. In beginsel luidt de regel dat voor een verzoek tot kostenvergoeding irrelevant is hoé de zaak is geëindigd. Het zou dus niet uitmaken of een zaak is geseponeerd wegens gebrek aan bewijs (een technisch sepot, zoals sprake was in ECLI:NL:GHAMS:2024:3028) of op beleidsmatige gronden (een beleidssepot, zoals het geval was in ECLI:NL:GHAMS:2024:3024) bijvoorbeeld omdat er geen strafvorderlijk belang is bij vervolging. Ook zou een zaak kunnen eindigen in een voorwaardelijk sepot, hetgeen inhoudt dat er voorwaarden zijn verbonden aan de beëindiging van de strafzaak. Gedacht kan worden aan het volgen van een gedragscursus of betalen van de schade aan het slachtoffer (zoals het geval was in ECLI:NL:GHAMS:2024:3029). Mocht de verdachte de gestelde voorwaarden niet naleven, kan het Openbaar Ministerie toch nog tot strafvervolging overgaan.

De beoordeling van een verzoek op grond van artikel 530 Sv vindt plaats aan de hand van de billijkheidstoets. Hierbij wordt onderzocht of er op billijkheidsgronden aanleiding is om de advocaatkosten te vergoeden, waarbij de facturen van de advocaat als uitgangspunt dienen. Deze billijkheidtoets betekent echter niet dat een oordeel mag worden gevormd over de schuld van de verdachte en vervolgens van invloed mag zijn op de schadevergoeding, dit is in strijd met de onschuldpresumptie. Immers, iemand is onschuldig tot het tegendeel is bewezen

Lees meer in de nieuwe Vaklunch: #599: halt aan schuldoordelen art. 530 Sv

 

Gepubliceerd door onze specialist:

Mr. drs. S.H. (Seleyna) Çelik