Skip to content

Vereenzelviging en una via: pas op voor dubbele bestraffing. Vaklunch.nl #466

23 March 2022

Het una via-beginsel bepaalt dat iemand niet bestuursrechtelijk en strafrechtelijk mag worden gestraft voor hetzelfde feit. Maar wat als de bestuurlijke boete is opgelegd aan een rechtspersoon en vervolgens de DGA wordt vervolgd op basis van hetzelfde feitencomplex?

Lees hier alvast een voorproefje:

Het una via-beginsel is een van de belangrijkste beginselen in het fiscale (straf)recht. Dit beginsel – dat is vastgelegd in artikel 243 Sv en artikel 5:44 Awb – dwingt de autoriteiten een keuze te maken tussen strafrechtelijke en bestuursrechtelijke bestraffing van een overtreding. In Vaklunch #423 stonden we stil bij de recente ontwikkelingen in de jurisprudentie. De rechtspraak is duidelijk: wanneer iemand voor een feit via het bestuursrecht is beboet, kan die persoon niet vervolgens voor datzelfde feit ook nog worden vervolgd, en vice versa. Maar wat als de bestuurlijke boete is opgelegd aan een rechtspersoon en vervolgens de directeur-grootaandeelhouder (DGA) wordt vervolgd op basis van hetzelfde feitencomplex? Over die vraag laat de Hoge Raad zich uit in zijn arrest van 15 maart.

Dit arrest is het vervolg op een arrest van het hof Den Bosch 4 juni 2019 waar wij in Vaklunch #326 over schreven. In die zaak waren eerder fiscale verzuimboeten opgelegd aan een vennootschap wegens onder meer het niet (tijdig) indienen van en het niet betalen van de btw-aangifte in het eerste kwartaal van 2015 (artikel 67b en 67c AWR (oud)). De DGA werd vervolgens strafrechtelijk vervolgd voor het feitelijk leiding geven aan verschillende strafbare gedragingen van de vennootschap, waaronder het opzettelijk niet (tijdig) doen van btw-aangifte (artikel 69 lid 1 AWR). De verdediging betoogde dat het una via-beginsel was geschonden. Volgens de verdediging was voor het eerste kwartaal van 2015 sprake van ‘hetzelfde feit’ in de zin van artikel 68 Sr en artikel 243 Sr, namelijk het niet doen van btw-aangifte. Het hof ging daarin mee en verklaarde het OM op dit onderdeel niet-ontvankelijk in de vervolging.

Het OM ging tegen dit oordeel in cassatie, met succes. De Hoge Raad overweegt dat het una via-beginsel voorschrijft dat na de oplegging van een bestuurlijke boete dezelfde persoon niet opnieuw voor hetzelfde feit in rechte mag worden betrokken, behoudens in geval van nieuwe bezwaren. In deze zaak werd de verdachte als natuurlijk persoon in de hoedanigheid van feitelijk leidinggever vervolgd voor door de vennootschap gepleegde feiten. De eerdere verzuimboetes waren niet aan de natuurlijke persoon opgelegd, maar aan de vennootschap. Daarmee was geen sprake van ‘dezelfde persoon’. De enkele omstandigheid dat de verdachte enig aandeelhouder was van de BV doet daar volgens de Hoge Raad niet aan af. Wel kan die omstandigheid worden meegewogen in de straftoemeting.

Daarover meer in de Vaklunch van 23 maart van Linda Gruijthuijsen.