In een recent artikel in het Financieel Dagblad wordt een belangrijke uitspraak van de Hoge Raad belicht die de rechtspositie van belastingbetalers versterkt. De uitspraak verplicht belastinginspecteurs om belastingplichtigen te wijzen op hun recht op rechtsbijstand wanneer hen een bestuurlijke boete boven het hoofd hangt. Dit moet gebeuren voordat de belastingplichtige wordt verhoord. Tot nu toe was een dergelijke verplichting alleen van kracht in het strafrecht. Advocaat Anke Feenstra juicht de uitspraak toe.
We geven u alvast een voorproefje van het artikel met enkele quotes van Anke:
Het recht op verhoorbijstand is onderdeel van een eerlijk proces, aldus Feenstra, die hierover publiceerde in het Nederlands Juristenblad. De verplichting om burgers en bedrijven hierop te wijzen bij bestuursrechtelijke en fiscale boetes volgt volgens haar uit het Europees Verdrag ter bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM)
De zaak waarin de Hoge Raad onlangs zijn arrest heeft gepubliceerd gaat over btw-fraude, waarbij een Nederlands bedrijf auto’s aan een andere lidstaat leverde. Een kantoorgenoot van Feenstra, Angelique Perdaems, vertegenwoordigde dit bedrijf.
Feenstra meent ook dat de uitspraak gevolgen heeft voor de rechtsbescherming bij verhoren en boetes van andere bestuursorganen. Dat zijn bijvoorbeeld gemeenten maar ook De Nederlandsche Bank, de Autoriteit Consument en Markt (ACM) of de Inspectie voor de Leefomgeving.
Een logisch vervolg zou volgens Feenstra zijn dat de wetgever de plicht om expliciet te wijzen op verhoorbijstand in de Algemene wet bestuursrecht zet.
Voor meer informatie over de uitspraak en de impact ervan kunt u het volledige artikel in het Financieel Dagblad lezen.
Wilt u meer weten over het recht op rechtsbijstand? Neem dan contact met ons op.