De ontwikkelingen rondom de jurisprudentie over btw-fraude houden de gemoederen flink bezig. Onlangs wees de Hoge Raad, verrassend snel na de omvangrijke conclusie van advocaat-generaal Ettema, arrest in de zaak van Italmoda. De uitspraak van de Hoge Raad beperkt zich tot een verwijzingsopdracht aan Hof Den Haag naar aanleiding van de uitspraak van het HvJ. In deze bijdrage zal worden ingegaan op de interferentie tussen fiscaal recht en strafrecht bij btw-fraude. Meer in het bijzonder komt de vraag aan de orde of het beoogde effect van deze jurisprudentie moet worden gekwalificeerd als herstelmaatregel of strafsanctie.
Lees hier alvast een voorproefje:
Italmoda heeft in Nederland en in Duitsland goederen van ondernemers gekocht en deze doorverkocht aan afnemers in Italië. De aan haar in rekening gebrachte btw voor de Nederlandse leveringen heeft zij volledig in aftrek gebracht. Haar Duitse leveranciers hebben geen btw in rekening gebracht, ervan uitgaande dat sprake was van intracommunautaire leveringen. Op de leveringen vanuit Nederland en Duitsland aan de afnemers van Italmoda in Italië heeft zij het nultarief toegepast. Er zijn door leveranciers en afnemers geen btw-aangiften gedaan van intracommunautaire leveringen, noch van intracommunautaire verwervingen.
Aan Italmoda zijn vier naheffingsaanslagen btw opgelegd, waarvan er nog twee in geschil zijn. Deze naheffingsaanslagen zien op correcties in verband met de weigering van het nultarief en de weigering van teruggaaf in verband met de nummerverwervingen. Ook de Italiaanse fiscus heeft aftrek geweigerd, omdat sprake is van fraude, en btw nageheven van de Italiaanse afnemers. Vaststaat dat enkel fraude heeft plaatsgevonden in Italië.