De ontwikkelingen in het kader van de Wet DBA en de opheffing van het handhavingsmoratorium volgen elkaar in rap tempo op. Zo heeft de Hoge Raad op vrijdag 21 februari 2025 een aantal belangwekkende prejudiciële vragen beantwoord,[1] waarmee een nieuw hoofdstuk is toegevoegd aan de hele (schijn)zelfstandigheid-saga. De onderliggende kwestie van deze beslissing ziet op een conflict tussen vakbond FNV en Uber.
Angelique Perdaems schreef hier een column over voor Flexmarkt. Lees hier alvast een voorproefje:
De kern van de beslissing van de Hoge Raad zit hem in de uitleg van (een deel van) het inmiddels ook welbekende ‘Deliveroo’-arrest van maart 2023, waarin het ging om de vraag of Deliveroo-bezorgers al dan niet werkzaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst. In dat arrest oordeelde de Hoge Raad dat deze vraag moet worden beantwoord aan de hand van een aantal specifieke omstandigheden die daarbij van belang zijn. Eén van die omstandigheden is of degene die de werkzaamheden verricht zich in het economisch verkeer als ondernemer gedraagt of kan gedragen (‘ondernemerschap’), bijvoorbeeld gelet op het aantal opdrachtgevers waarvoor diegene werkzaamheden verricht.
Over deze omstandigheid uit het Deliveroo-arrest heeft de Hoge Raad zich nader uitgeweid in zijn beslissing van 21 februari 2025. Hierin wordt benadrukt dat in het Deliveroo-arrest geen rangorde is aangebracht tussen de diverse omstandigheden die van belang zijn voor de vraag of iemand al dan niet werkzaam is op basis van een arbeidsovereenkomst. De Hoge Raad voegt daaraan toe – als een soort boodschap aan de wetgever – dat hij voor het aanbrengen van een rangorde ook geen aanleiding ziet. Daarmee is de Hoge Raad van oordeel dat de omstandigheid ‘ondernemerschap’ niet van ondergeschikt belang is ten opzichte van de andere ‘Deliveroo’-omstandigheden. Dat brengt met zich mee dat het een cruciaal verschil kan zijn of iemand zich in het economisch verkeer als ondernemer gedraagt. Ook betekent dit dat het zo kan zijn dat ten aanzien van hetzelfde werk voor de één wel een arbeidsovereenkomst aanwezig moet worden geacht en voor een ander niet. Er dient volgens de Hoge Raad dus echt per persoon en per concreet geval te worden beoordeeld of sprake is van een zelfstandige dan wel een werknemer. Dit sluit wat mij betreft aan bij de wijze waarop in het verleden met de verklaring arbeidsrelatie werd bepaald of sprake was van zelfstandigheid of loondienst.
Het is dan ook van belang om ook op het ondernemerschap van de zelfstandige te focussen. Daarbij kan worden gedacht aan de ondernemersrisico’s die worden gelopen en het maken van reclame om meer opdrachtgevers binnen te halen. Maar ook aan de fiscale behandeling voor de omzetbelasting en de inkomstenbelasting alsmede de wijze waarop verzekeringen zijn geregeld. De zelfstandige heeft er dus zeker belang bij om zich op het ondernemerschap te richten.
Lees de volledige column op Flexmarkt: Wet DBA: Van Deliveroo naar Uber en controles door de Belastingdienst
Meer lezen over de wet DBA? Bekijk dan ook dit artikel: Handhaving Wet DBA: vanuit Den Haag nog steeds (com)motie.