Skip to content

Winst- en omzetcorrecties juwelier; omkering bewijslast; brutowinstpercentage. Annotatie NLF 2021/1509

Omkering en verzwaring van de bewijslast kan worden toegepast nadat een informatiebeschikking onherroepelijk vaststaat of als de vereiste aangifte niet is gedaan. In deze procedure heeft het Hof geoordeeld dat omkering en verzwaring van de bewijslast wegens het niet voldoen aan de administratie- en bewaarplicht niet aan de orde kan zijn omdat de Inspecteur geen informatiebeschikking heeft genomen. De Hoge Raad onderschrijft dat oordeel.

Lees hier alvast een voorproefje: Omkering en verzwaring van de bewijslast kan worden toegepast nadat een informatiebeschikking onherroepelijk vaststaat of als de vereiste aangifte niet is gedaan. In deze procedure heeft het Hof geoordeeld dat omkering en verzwaring van de bewijslast wegens het niet voldoen aan de administratie en bewaarplicht niet aan de orde kan zijn omdat de Inspecteur geen informatiebeschikking heeft genomen. Dit is met name relevant bij omzetcorrecties juwelier waar administratieplicht centraal staat.

De Hoge Raad onderschrijft dat oordeel. De vraag is dan of omkering en verzwaring van de bewijslast kan worden toegepast omdat niet de vereiste aangifte is gedaan of dat dit alleen kan via een informatiebeschikking. De Hoge Raad is helder en overweegt dat bij het niet voldoen aan de administratie- en bewaarplicht omkering en verzwaring van de bewijslast ook aan de orde kan komen als de vereiste aangifte niet is gedaan. De bewijslast daarvoor rust op de Inspecteur.

De Inspecteur dient te bewijzen dat de volgens de aangifte verschuldigde belasting op zichzelf beschouwd en verhoudingsgewijs aanzienlijk lager is dan de werkelijk verschuldigde belasting én
dat de belastingplichtige zich daarvan bewust moet zijn geweest. Als de Inspecteur stelt dat de administratie niet volledig is, dan is het de vraag hoe hij kan bewijzen dat de werkelijk verschuldigde belasting aanzienlijk hoger is.

In de praktijk komt het voor dat dit bewijs wordt geleverd aan de hand van theoretische berekeningen, zoals de toepassing van een brutowinstpercentage. Op basis van een theoretische berekening wordt dan bepaald dat niet de vereiste aangifte is gedaan. Ik meen dat daar meer voor nodig is dan alleen een theoretische berekening aan de hand van een brutowinstpercentage, zoals een andere geldstroom of een vermogensvergelijking waaruit blijkt dat het inkomen hoger moet
zijn geweest.

Lees verder.

Gepubliceerd door onze specialist:

A.J.C. (Angelique) Perdaems