Spring naar content
Expertises

Crypto

Crypto en fiscaliteit vormen een boeiende combinatie. De komst van crypto’s heeft steeds meer invloed op de fiscaliteit. Zo komt steeds vaker de vraag op hoe crypto’s in de aangifte moeten worden verwerkt en/of voor crypto kan worden ingekeerd. Bij geschillen met de Belastingdienst over bijvoorbeeld de waardering van crypto is praktijkervaring en relevante technische kennis van crypto essentieel.

Hertoghs advocaten heeft jarenlange ervaring opgebouwd met fiscale procedures en volgt de ontwikkelingen omtrent crypto assets van begin af aan op de voet. Wij bieden bijstand bij inkeer voor crypto, vragen van de Belastingdienst over niet in de aangifte verantwoorde crypto’s en discussies met de Belastingdienst over de fiscale kwalificatie en waardering van crypto’s zoals ook de box 3-heffing over crypto.

Daarnaast verzorgen we cursussen voor vele belastingadviseurs en gerelateerde partijen met betrekking tot cryptovaluta en de fiscaliteit. Waar nodig werken wij samen met ons netwerk van professionele cryptodienstverleners, bijvoorbeeld op het gebied van asset tracing.

Of het nou gaat om bitcoins, mining, staking, tokens zoals NFT’s, de van overheidswege (nog) uit te geven CBDC’s, implicaties van smart contracts of de fiscale vestigingsplaats van DAO’s: de fiscale jurisprudentie over digitale assets en blockchain-gebaseerde smart contracts is volop in beweging en de ontwikkelingen gaan razendsnel.

Crypto informatie-uitwisseling DAC8

Circa 2 miljoen Nederlanders bezitten cryptovaluta. Dat weet de Belastingdienst ook. Uit onderzoeken zou blijken dat slechts 1,5% van de belastingplichtigen cryptobezit aangeeft bij de Belastingdienst. De Europese Richtlijn DAC8 moet daar verandering in brengen.

De DAC8 Richtlijn heeft tot doel om samenwerking tussen lidstaten te bevorderen en belastingfraude, belastingontduiking en belastingontwijking te bestrijden. Concreet betekent DAC8 dat alle rapportageplichtige Europese aanbieders van cryptoactivadiensten vanaf 1 januari 2026 wettelijk verplicht zijn om jaarlijks informatie te verstrekken aan de eigen Belastingdienst, waarna deze binnen Europa wordt gedeeld. In Nederland zal dit verwerkt worden in de Wet op de internationale bijstandverlening bij de heffing van belastingen (WIB). De systematiek is ontleend aan de Common Reporting Standard (CRS) en de door de OESO opgestelde Crypto-Asset Reporting Framework (CARF). De te rapporteren informatie bestaat (onder meer) uit personalia (naam, adres lidstaat, fiscaal identificatienummer, geboorteplaats- en datum), de naam van en het type cryptoactief, het totaal betaalde- of ontvangen brutobedrag, de eenheden en aan- en verkooptransacties tegen fiat valuta, de reële marktwaarde en het totaal aantal eenheden van overdrachten naar distributed ledger adressen.

De informatie over het jaar 2026 zal naar alle waarschijnlijkheid in 2027 moeten worden gerapporteerd. De gerapporteerde gegevens kunnen in Nederland mogelijk worden gebruikt voor de vooraf ingevulde aangifte (VIA). Afhankelijk van het box 3 heffingsvrij vermogen kan dit tot belastingheffing leiden. Het verleden is echter ook belangrijk. De Belastingdienst kan vragenbrieven sturen en zelf onderzoek doen naar het bezit van crypto in het verleden. Ook zal de herkomst van het vermogen worden onderzocht. Deze vragenbrieven leiden vaak tot discussie met de Belastingdienst, omdat de informatieverzoeken vaak erg ver gaan. Bij inkomen of vermogen dat is opgekomen in het buitenland is het voor de fiscus onder bepaalde omstandigheden mogelijk om over de afgelopen 12 jaar gegevens op te vragen en belasting na te vorderen. Voor cryptovaluta zal de vraag of de 12 jaarstermijn van toepassing is niet altijd eenvoudig zijn te beantwoorden, omdat de huidige wetgeving daar niet op is ingericht. Aan de hand van de specifieke situatie kunnen wij dat toelichten.

Mogelijkheid om in te keren

Het is mogelijk om DAC8 niet af te wachten en nu al in actie te komen. Dit kan door een inkeermelding te doen bij de Belastingdienst. Inkeren (vrijwillige verbetering) is een strafverminderende omstandigheid die aanleiding geeft tot matiging van een eventuele vergrijpboete.

Uit een recent gepubliceerd intern memo van de Belastingdienst blijkt dat het uitgangspunt wordt gehanteerd dat – ook in de gevallen dat geen sprake meer is van een tijdige vrijwillige verbetering – meewerken als boetematigende omstandigheid in aanmerking wordt genomen. Het negeren of verwijderen van een bankrekening in de vooraf ingevulde aangifte wordt voor de beboeting wel als een strafverzwarende omstandigheid gezien.

Kortom: het kan lonen om op dit moment, ruim voor de implementatie van DAC 8, een inkeermelding te doen en vrijwillig reeds ingediende aangiften te verbeteren. Deze mogelijkheid kunt u met onze advocaten bespreken. Lees meer hierover op onze expertisepagina Buitenlands vermogen en inkeer.

Markets in Crypto-Assets Regulation (MiCA)

Recent hebben de Raad en het Europees Parlement de verordening over markten in cryptoactiva (hierna: MiCA) aangenomen. MiCa heeft als doel om de regelgeving voor cryptodienstverleners binnen heel Europa gelijk te trekken en zo een ‘level playing field’ te creëren. Ook gaan er stemmen op over het invoeren van een ‘travel rule’, die cryptodienstverleners zou verplichten om bij een transactie zowel de verzender als ontvanger te identificeren. Daarmee behoren transacties met anonieme non-custodial wallets (in eigen beheer) in zekere zin tot het verleden.

Bij het omzetten van uw non-custodial crypto naar fiat hechten exchanges, platformen en cryptovermogensbeheerders er waarde aan dat bewezen kan worden dat de crypto fiscaal is verantwoord bij de Belastingdienst. Onze advocaten kunnen u begeleiden bij het fiscaal regulariseren van (non-custodial) crypto assets.

Crypto en btw

In 2015 oordeelde het HvJ EU in ‘Hedqvist’ dat het inwisselen van traditionele valuta’s tegen bitcoins en omgekeerd, tegen betaling (inclusief een winstmarge voor de bitcoinhandelaar) ‘diensten onder bezwarende titel’ zijn. Deze diensten zijn in beginsel belast met btw, maar vielen volgens het HvJ EU onder de vrijstelling voor handelingen betreffende “deviezen, bankbiljetten en munten die een wettig betaalmiddel zijn”. Anno 2024 kan betwijfeld worden of deze uitleg in het licht van de doelstellingen en de context van de btw-vrijstelling nog juist is. Bitcoin wordt (afgezien van het lightning netwerk) alom gezien als asset/investering, niet als betaalmiddel.

Rechtbank Den Haag oordeelde in 2021 dat bitcoin-mining een economische prestatie vormt. Er zou een rechtstreeks verband bestaan tussen het minen en de transactiefee. De rechtbank oordeelde dat er geen onderscheid gemaakt moet worden tussen werkzaamheden die gericht zijn op het valideren en authentiseren van transacties in bitcoins en anderzijds het delven van blokken. Voor de omvang van het recht op vooraftrek moest de belanghebbende aannemelijk maken welk deel van de afnemers buiten de EU was gevestigd. Nu ‘passende bewijsmiddelen’ ontbraken, volstond de rechtbank met een eigen schatting van het aantal afnemers (in goede justitie).

Anno 2024 is de bewijspositie van een cryptobezitter of miner in soortgelijke casussusen volgens ons al sterk verbeterd, mede dankzij blockchain analystics.

Cryptovaluta en box 3

De waarde van cryptovaluta zoals Bitcoin behoort volgens de Belastingdienst – kort samengevat – op grond van artikel 5.3, tweede lid, sub f Wet IB 2001 tot het bezit in box 3 (overige vermogensrechten, de restcategorie), tenzij sprake is van een werkzaamheid (ROW) of Winst uit Onderneming in box 1. Op grond van artikel 5.2 in samenhang met artikel 5.3 van de Wet IB 2001 moeten bezittingen gewaardeerd worden op de waarde in het economisch verkeer op de peildatum 1 januari. Het kon dan nog wel lastig zijn om de waarde te bepalen op de peildatum 1 januari, omdat die informatie niet altijd voorhanden is. Die gegevens kunnen worden bewaard door op 1 januari van elk jaar de waarde vast te leggen bijvoorbeeld met een printscreen van een erkende exchange.

Sinds het Kerstarrest uit 2021 en de Wet rechtsherstel box 3 is het niet eenvoudig om de belastingheffing over crypto te bepalen. Cryptobezit kan door de jaren heen rondom de box 3 peildata extreem in waarde fluctueren, met als bijkomend probleem dat er zonder onttrekkingen en met werkelijk negatief rendement geen fiat geld liquide/beschikbaar is om de vermogensbelasting mee te voldoen. Recent oordeelde de Rechtbank Noord-Holland in een dergelijke casus dat de belastingheffing in box 3 zover af stond van een redelijke benadering van het werkelijk rendement, dat ook met inachtneming van de wet rechtsherstel box 3 de belastingheffing de proportionaliteitstoets van artikel 1 van het EP, in samenhang met artikel 14 van het EVRM niet kon doorstaan en in zoverre buiten toepassing dient te blijven. De rechtbank zette het rendement op de cryptovaluta op nihil, nu er in werkelijkheid sprake was van een negatief rendement.

Box 1 of box 3

Bij verliesgevende crypto(activiteiten) kan box 1 gunstiger uitpakken dan een heffing in box 3. Een verlies uit box 1 kan worden verrekend met positieve box 1 inkomsten uit de 3 voorafgaande jaren en met positieve box 1 inkomsten uit de 9 volgende jaren. Rechtbank Gelderland oordeelde in 2022 dat er bij een crypto trading bot geen sprake was van objectieve voordeelsverwachting en daarmee ook geen bron van inkomen in box 1 (winst uit onderneming). Koersresultaten van de cryptovalutatransacties van die crypto trading bot behoorden dus niet tot de fiscale winst. Er was niet voldaan aan een belangrijke bronvoorwaarde. De arbeid die bestond uit het programmeren en laten draaien van de Trading Bot hing samen met pure speculatie. Het resultaat bestond uit koerswinsten en verliezen, niet uit de vermeende ‘marktimperfecties’ die de Trading Bot zogenaamd zou kunnen exploiteren. De Bot had geen invloed op deze speculatieve koerswisselingen. Bij het gebruik van een simpele aangekochte Bitcoin of Satoshi Trading Bot is de ‘extra’ arbeid vaak beperkt tot het aanmaken en koppelen van API keys aan de crypto handelsplatformen.

Deze uitspraak – al is het van een lagere rechter – lijkt een aanwijzing te zijn dat opbrengsten van Trading Bots niet belast worden in de progressieve tarieven van box 1. De lagere belastingdruk in box 3 lijkt gunstig, maar daar staat dus tegenover dat verliezen niet verrekenbaar zijn zoals box 1.

Verder is het maar de vraag of deze jurisprudentie stand zal houden bij meer complexe Bots, waarbij de opbrengst simpele koersschommelingen te boven gaat en daadwerkelijk gerelateerd kan worden aan de programmeer-arbeid.

Forks en box 3

Een fork, zoals Bitcoin Cash, is – simpel gezegd – een nieuwe afsplitsing van een bestaande blockchain van een cryptomunt. Bij een cryptocurrency fork krijgen houders van de originele valuta ook de nieuwe munten, toegankelijk met dezelfde private key. Het claimen van deze nieuwe munten na een fork kan risicovol zijn vanwege mogelijk onbedoeld verzenden van originele munten, tenzij er bescherming tegen ‘replay attacks’ is ingebouwd in de broncode. De Belastingdienst stelt dat deze risico’s verbonden aan het claimen van gevorkte cryptomunten nu eenmaal inherent zijn aan het bezit van cryptovaluta. Ook indien een bezitter de gevorkte munten niet claimt uit angst voor deze risico’s moet hij het bezit opgeven in box 3. In theorie zou de bezitter ze volgens de Belastingdienst jaren later immers nog altijd kunnen claimen.

Er zijn nuances. De meeste particuliere cryptobezitters gebruiken, al dan niet op hun smartphone, een online wallet bij een online exchange (handelsplatform). Zij hebben zelf niet de beschikking over de private key. Deze sleutel tot het cryptobezit (en de nieuwe fork) wordt feitelijk beheerd door de exchange in de online wallet. In de praktijk kan het voorkomen dat een online exchange of dienstverlener besluit om de cryptomunten die zijn ontstaan uit een hard fork niet te ondersteunen. In dat geval erkent de Belastingdienst dat de belastingplichtige de ontstane cryptomunten niet zal kunnen gebruiken, waarmee het onredelijk is om deze waarde in box 3 in aanmerking te nemen. De belastingplichtige moet in dat geval wel zelf aannemelijk maken dat hij de gevorkte munten nooit zal kunnen gebruiken.

Asset tracing / source of funds

Er kan discussie ontstaan met de Belastingdienst, de bank of een crypto vermogensbeheerder over de herkomst van cryptovaluta. Vaak heeft een belastingplichtige een moeilijke positie. De exchange of het platform waar ooit de crypto assets zijn aangekocht of verhandeld is bijvoorbeeld failliet en van de aardbodem verdwenen. Indien er gebruik werd gemaakt van non-custodial (hardware) wallets kan het lastig zijn om het verloop van cryptobezit achteraf aan te tonen. Indien er in een ver verleden via een mining-pool of ASIC’s eigenhandig crypto waren gegenereerd zijn fysieke bewijsstukken of digitale accounts vaak al jaren geleden verloren gegaan. Wij werken samen met gerenommeerde partners die forensische blockchainanalyses en traceringsrapporten opstellen. Deze bewijsmiddelen gebruiken wij in fiscale procedures bij de Belastingdienst en bij onboarding/KYC-trajecten van financiële instellingen, accountants en belastingadvieskantoren om de (fiscale) bron van vermogen voor externe partijen te verduidelijken.

NFT’s, DAO’s, ICO’s, DeFi

Veel fiscale kwesties omtrent crypto zijn nog lang niet uitgekristalliseerd. De fiscale vestigingsplaats van een DeFi organisatie die volledig online gerund wordt door token smart contracts op een blockchain, de zogenaamde Decentralized Autonomous Organisation (DAO), is een black box. Het is onduidelijk of de DAO gekwalificeerd kan worden als een ‘lichaam’ in de zin van artikel 4 AWR. Mogelijk wordt aangesloten bij ons coöperatiebegrip of simpelweg bij de fiscale vestigingsplaats van enkele participanten met het meeste zeggenschap/stemrecht.

Verder voorzien wij in de toekomst discussies voor (onder meer) de schenkbelasting bij ICO’s en airdrops. Een interessant punt is de vraag of bezitters van NFT’s gebruik kunnen maken van de vele speciale fiscale faciliteiten voor kunst, zoals de kwijtscheldingsregeling voor de erfbelasting bij het nalaten van kunstvoorwerpen (art. 67 Sw) of de vrijstelling van voorwerpen van kunst en wetenschap (artikel 5.8 Wet IB).

Onze advocaten pionieren op dit snijvlak van cutting-edge cryptotoepassingen en fiscaliteit en volgen deze ontwikkelingen dan ook fervent op de voet.

 

In een notendop

Crypto informatie-uitwisseling

Inkeren

Markets in Crypto-Assets Regulation

Crypto en Btw

Crypto en box 3

Forks en box 3

Asset tracing/source of funds

NFTs, DAOs, ICOs, DeFi

 

 

Neem contact op met onze specialisten

Mr. A.J.C. (Angelique) Perdaems

Mr. R.J. (Reinder) de Jong

Kennisartikelen over dit onderwerp

Ontwikkelingen in de inkeerregeling. VFP 2021/86

Ontwikkelingen in de inkeerregeling! Wanneer een belastingplichtige uiterlijk twee jaar nadat hij een onjuiste of onvolledige aangifte heeft…

Lees meer