Spring naar content
Expertises

Buitenlands vermogen en inkeer

Heeft u een vragenbrief ontvangen van de Belastingdienst over vermogen op een buitenlandse bankrekening of over cryptovaluta? Worden u vragen gesteld over betrokkenheid bij een buitenlandse structuur? Of overweegt u zelf om betrokkenheid bij een structuur of nog niet in de belastingaangifte aangegeven buitenlands vermogen te melden? Kortom, wilt u weten of u nog kunt gebruik kunt maken van de inkeerregeling? Neem dan contact met ons op.

Onze advocaten hebben ruime ervaring met het bijstaan van belastingplichtigen in deze (inkeer) procedures.

Vragenbrief van de Belastingdienst

Door de steeds verdergaande internationale informatie-uitwisseling beschikt de Belastingdienst over steeds meer gegevens over buitenlands vermogen. In de afgelopen jaren heeft de Belastingdienst informatie ontvangen van buitenlandse belastingdiensten, tipgevers, transactieverwerkers of via de media. Daarbij kunt u denken aan de eerder vermelde groepsverzoeken aan Zwitserland (over rekeninghouders bij de UBS, Credit Suisse, Julius Bär en BNP Paribas), het project debet- en creditcards, Panama Papers, Paradise Papers, Pandora Papers en informatie van de IRS over American Express kaarthouders. Ook op basis van de FATCA en CRS zullen bankgegevens aan de Nederlandse fiscus worden verstrekt.

De Belastingdienst kan op basis van deze ontvangen informatie een vragenbrief sturen met daarin de mededeling dat de aangifte onjuist of onvolledig is, soms ook specifiek met de vermelding van de betreffende bank(rekening). Ook komt het steeds vaker voor dat een buitenlandse bankrekening is opgenomen in de vooraf ingevulde aangifte. In dergelijke gevallen is het zeer de vraag of u nog gebruik kunt maken van de inkeerregeling. De Belastingdienst moet zich niettemin bij het opvragen van informatie en het vaststellen van belastingaanslagen aan spelregels houden, zoals het evenredigheidsbeginsel, de voortvarendheidseis en de aanslagtermijnen. Ook de bewijslastverdeling speelt een belangrijke rol.

Vestigingsplaatsonderzoek

Als een vennootschap in het buitenland is gevestigd, dan kan de Belastingdienst het standpunt innemen dat een Nederlandse belastingplichtige betrokken is bij deze vennootschap, bijvoorbeeld als UBO. Of stellen dat de vennootschap in Nederland is gevestigd. In het eerste geval zal worden onderzocht of het buitenlands vermogen van de vennootschap aan de belastingplichtige kan worden toegerekend. Soms stelt de Belastingdienst dat de Nederlandse belastingplichtige de feitelijke leiding geeft aan de buitenlandse vennootschap. Waar feitelijk leiding wordt gegeven, is doorgaans een belangrijke toets. Wij zien in deze onderzoeken, evenals in woonplaatsonderzoeken, dat veel feiten worden verzameld. Het is belangrijk de rechten van de belastingplichtige vennootschap en aandeelhouder te bewaken, zoals het recht op privacy en het verbod van een fishing expedition.

Cryptovaluta

Niet alleen het buitenlands vermogen op een bankrekening in landen met een bankgeheim en buitenlandse ‘structuren’ met (offshore) vennootschappen, zoals bekend geworden uit de Panama Papers en de Paradise Papers, staan in de belangstelling van de Belastingdienst. Ook cryptovaluta (zoals bitcoin, litecoin, ripple en ethereum) hebben de aandacht getrokken, waardoor ook hier aandacht is voor de inkeerregeling. Cryptovaluta worden aangemerkt als ‘overige bezittingen’ in box 3. Ook resultaat uit overige werkzaamheden in box 1 kan aan bod komen.

Inkeren

De inkeerregeling is van toepassing als alsnog een juiste aangifte wordt gedaan, of als alsnog juiste en volledige inlichtingen worden verstrekt. Op deze manier kan een onjuiste aangifte worden hersteld. Inkeren is mogelijk totdat de belastingplichtige objectief gezien weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat de inspecteur met de onjuistheid of onvolledigheid van de aangifte bekend was of zou worden.

De inkeerregeling is de laatste jaren steeds beperkter geworden. Vanaf 1 januari 2018 geldt de inkeerregeling niet meer voor verbeteringen van in het buitenland aangehouden vermogen dat als box 3-vermogen kwalificeert. Dit komt erop neer dat de boetevrije periode van twee jaar vervalt en dat strafrechtelijke vervolging mogelijk is.

De gevolgen voor het inkeren van buitenlands box 3-vermogen blijven vooralsnog beperkt, omdat een overgangsregeling is opgenomen. Daarin is bepaald dat inkeer ten aanzien van het buitenlands box 3-vermogen wel mogelijk blijft voor aangiften die vóór 1 januari 2018 zijn ingediend of ingediend hadden moeten worden.

Met ingang van 1 januari 2020 is de inkeerregeling verder ingeperkt. Inkeren is ook niet meer mogelijk voor box 2-inkomen en binnenlands box 3-vermogen. Inkeren is alleen nog mogelijk voor bijvoorbeeld box 1-inkomen en de schenk- en erfbelasting.

Bij de wijziging per 1 januari 2020 is niet in overgangsrecht voorzien. Dit heeft tot gevolg dat strafrechtelijke vervolging mogelijk is voor zover de vrijwillige verbetering van de aangifte ziet op box 2-inkomen, binnenlands box 3-vermogen (vanaf 2020) en buitenlands box 3-vermogen (vanaf 2018). Op het niet opnemen van overgangsrecht is het nodige af te dingen.

Uitgangspunten boetematiging

Hoewel de inkeerregeling aanzienlijk is ingeperkt, is het vrijwillig melden van onjuistheden in de aangifte een strafverminderende omstandigheid. Als u de onjuistheid of onvolledigheid in uw aangifte vrijwillig meldt, wordt daarmee rekening gehouden bij het bepalen van de hoogte van de boete en de keuze of het strafrecht wordt ingezet.

Het wettelijke maximale boetepercentage is 100%. Sinds 2 juli 2009 is het wettelijk maximale boetepercentage voor correcties van het box 3-vermogen verhoogd naar 300%. De boete wordt bepaald aan de hand van het verschuldigde bedrag aan inkomstenbelasting. De Belastingdienst heeft met betrekking tot de hoogte van de boete algemene uitgangspunten geformuleerd die gelden bij een vrijwillige verbetering. Het is van belang te realiseren dat dit algemene uitgangspunten zijn. Per geval kan dit verschillen. De inspecteur kan bepalen in bepaalde gevallen de boete (verder) te matigen, dan wel te verhogen.

Hulp nodig bij een procedure omtrent buitenlands vermogen?

Heeft u een brief over buitenlands vermogen van de Belastingdienst ontvangen? Of vraagt u zich af of het in uw situatie verstandig is om in te keren? Neem dan contact op met Anke Feenstra of Angelique Perdaems.

In een notendop

Vragenbrief van de Belastingdienst
Vestigingsplaatsonderzoek
Cryptovaluta
Inkeren
Uitgangspunten boetematiging

 

Neem contact op met onze specialisten

Mr. A.A. (Anke) Feenstra

Mr. A.J.C. (Angelique) Perdaems

Kennisartikelen over dit onderwerp

#345 Beroepsorganisaties r(ichtsn)oeren de trom!

In de opsporing van fraude is de focus van het onderzoek verschoven van de aanpak van ondermijning naar…

Lees meer

#336 DAC8: vanaf 2026 Europese informatie-uitwisseling cryptobezit

Het voor de Belastingdienst verzwijgen van buitenlands Europees cryptobezit is vanaf 2026 niet meer mogelijk. De DAC8 richtlijn…

Lees meer

#327 Voortvarendheidseis deel II: wees kritisch op de luie inspecteur!

Vorige week schreef mijn kantoorgenoot Angelique Perdaems in Hertoghs Beschouwt #326 over de voortvarendheidseis. Zij concludeerde dat de…

Lees meer

#326 Voortvarendheidseis: geen navorderingsaanslag bij niet voortvarend handelen

De navorderingstermijn van twaalf jaar in buitenlandsituaties is alleen gerechtvaardigd als de Belastingdienst voortvarend handelt. Die voortvarendheidseis geldt…

Lees meer

Niet inleveren aangiften na verstrijken aanslagtermijn is geen kwade trouw. Annotatie NLF 2023/1425

Niet inleveren aangiften na verstrijken aanslagtermijn is geen kwade trouw. Voor NL Fiscaal schreef Angelique Perdaems een uitgebreide…

Lees meer

#322 Fiscus haalt 5 miljard ‘verhuld vermogen’ binnen

Zo kopte één van de Nederlandse kranten een paar weken geleden.[1] Het was de kop van een interview…

Lees meer

De jacht op buitenlands vermogen. Wolters Kluwer, serie Fiscaal Actueel

In de afgelopen jaren is de aanpak van grensoverschrijdende belastingontwijking en belastingontduiking hoog op de politieke agenda gezet….

Lees meer

Ontwikkelingen in de inkeerregeling. VFP 2021/86

Wanneer een belastingplichtige uiterlijk twee jaar nadat hij een onjuiste of onvolledige aangifte heeft gedaan of aangifte had…

Lees meer

De rechtsgeldigheid van een inkeermelding bij groepsverzoeken: terecht of onterecht een discussiepunt? TFB 2021, nr 4

Tot wanneer kan rechtsgeldig worden ingekeerd na een groepsverzoek? In de afgelopen jaren heeft de Belastingdienst aan meerdere…

Lees meer

#208 Van wit naar zwart of toch niet?

Over de strafvervolging van witwassen na een rechtsgeldige inkeer Dat het strafrecht meer een ‘optimum remedium’ is geworden…

Lees meer

#203 Objectieve beoordeling inkeermelding – Je gaat het pas zien als je het doorhebt

In 2014 vroeg de Belastingdienst voor het eerst informatie aan Zwitserland over een groep Nederlandse rekeninghouders van een…

Lees meer

#151 De jacht op buitenlands vermogen anno 2020

Uit het Jaarplan 2020 dat eind november 2019 werd gepubliceerd, blijkt dat de jacht op buitenlands vermogen onverminderd…

Lees meer