Expertises
Fiscale boetes
De Belastingdienst beschikt over een ruim arsenaal aan fiscale boetes. Er zijn twee soorten fiscale boete: de verzuimboete en de vergrijpboete. Een vergrijpboete is vaak torenhoog. Deze boete beloopt meestal een vast percentage van de te weinig geheven belasting. Er wordt nauwelijks rekening gehouden met de specifieke omstandigheden van het geval.
De bewijslast van de feiten die aan een boete ten grondslag worden gelegd, ligt bij de fiscus. Die moet de feiten overtuigend aantonen, aannemelijk maken is niet genoeg. De fiscus schiet echter regelmatig schromelijk te kort in deze bewijsvoering. Wij helpen u om fiscale boetes effectief te bestrijden.
Boetes kunnen niet alleen worden opgelegd aan de belastingplichtige, maar ook aan diens belastingadviseur, accountant, notaris, e.a. Daarvoor gelden speciale voorschriften. Zo moet de inspecteur voordat een boete aan een deelnemer (zoals een fiscalist die van medeplegen wordt beticht) wordt opgelegd, eerst om toestemming vragen aan algemeen directeur van het betreffende organisatieonderdeel van de Belastingdienst en aan de hoofddirecteur van de concerndirectie Fiscalen en Juridische zaken van de Belastingdienst. Die toestemming is een vereiste voor het kunnen opleggen van een boete aan een deelnemer en niet slechts een instructienorm.
Wat is een verzuimboete?
Een verzuimboete wordt gezien als een lichte overtreding van de wet en is bedoeld om fiscale verplichtingen in te scherpen. Een verzuimboete kan bijvoorbeeld worden opgelegd als geen aangifte wordt gedaan of als dat te laat gebeurt en als bepaalde belastingen (zoals de omzetbelasting of loonbelasting) niet of te laat worden betaald.
Wat kunt u tegen een verzuimboete doen?
U kunt binnen zes weken na de dagtekening van de boetebeschikking een bezwaarschrift indienen bij de inspecteur.
Wat kunt u tegen een verzuimboete inbrengen?
Een verzuimboete kan worden opgelegd door het enkele overtreden van bepaalde wettelijke verplichtingen, zoals het niet tijdig doen van aangifte. Daartegen kan een zogenoemd AVAS-verweer worden gevoerd. AVAS staat voor “afwezigheid van alle schuld”. Daarvan is slechts in uitzonderlijke gevallen sprake. De belastingplichtige wordt namelijk geacht de nodige maatregelen te nemen, zodat aan de wettelijke verplichtingen wordt voldaan. Alleen als iedere schuld ontbreekt, kan het zin hebben een beroep op AVAS te doen. Ook in het geval van een zogenaamd “pleitbaar standpunt” (zie hierna) kan geen verzuimboete worden opgelegd. U kunt onder omstandigheden ook aanvoeren dat de verzuimboete te hoog is en dat deze gematigd dient te worden. Daarbij kan een beroep worden gedaan op persoonlijke omstandigheden en op het evenredigheidsbeginsel.
Overigens moet wel met precisie worden vastgesteld of sprake is van een verzuim. Zo ontstaat de verplichting tot het doen van aangifte pas als de inspecteur u heeft uitgenodigd tot het doen van aangifte.
Wat is een vergrijpboete?
Een vergrijpboete kan alleen worden opgelegd bij opzet of grove schuld. Dat zijn (beide) ernstige verwijten. Vergrijpboetes kunnen worden opgelegd bij de primitieve aanslag (dan alleen in geval van opzet), de navorderingsaanslag of naheffingsaanslag.
Wat is opzet?
Het verwijt van opzet bestaat uit twee elementen: weten en willen. De belastingplichtige weet dat hij een onjuiste aangifte doet en wil dat ook. Onder opzet wordt in het fiscale boeterecht hetzelfde verstaan als in het fiscale strafrecht. In beide gevallen wordt gesproken van fraude.
Waarop dient het opzet te zijn gericht?
Het opzet dient te zijn gericht op de onjuistheid van de aangifte, beoordeeld op het moment dat de aangifte wordt gedaan. Latere feiten of omstandigheden doen er niet toe, zij het dat die latere feiten of omstandigheden wel licht kunnen werpen op de situatie ten tijde van het doen van de aangifte. Overigens is de delictsomschrijving in de boetebepaling ruimer dan die in de strafbepaling. Opzet in het boeterecht kan ook zijn gericht op andere gedragingen (dan het indienen van een aangifte) die tot gevolg hebben dat te weinig belasting wordt geheven.
Wat is grove schuld?
Grove schuld is een ernstig verwijt. Het grenst aan opzet. Het gaat om een ernstige vorm van onachtzaamheid, onzorgvuldigheid of onvoorzichtigheid. Het gaat dus om de mate van schuld: is deze voldoende ernstig om van grove schuld te kunnen spreken?
Wie moet wat bewijzen bij fiscale boetes?
Opzet of grove schuld moet door de inspecteur worden bewezen. Een fiscale boete wordt namelijk gekwalificeerd als een “criminal charge” in de zin van artikel 6 EVRM. Dat betekent (onder meer) dat de onschuldpresumptie van toepassing is. En dat betekent dat de inspecteur de feiten die aan een vergrijpboete ten grondslag worden gelegd, moet bewijzen.
Hoe sterk dient het bewijs te zijn bij fiscale boetes?
De inspecteur dient voor opzet of grove schuld overtuigend bewijs te leveren. Dat betekent dat de feiten buiten redelijke twijfel vast dienen te staan. Dat is (terecht) een hoge bewijslast. Aannemelijk maken is niet voldoende.
Schuldonderzoek door de Belastingdienst
De Belastingdienst beschikt niet over expliciete bevoegdheden om een schuldonderzoek te doen. De informatiebevoegdheden zien op informatie die voor de belastingheffing van belang kan zijn. Daaronder valt beboeting niet. Ons standpunt is dan ook dat er geen wettelijke grondslag is om een schuldonderzoek te verrichten. Vragen over weten en willen of de rol van de belastingadviseur mogen niet worden gesteld. Het Ministerie van Financiën heeft eerder voorgesteld een schuldonderzoek wettelijk mogelijk te maken. Dit voorstel stuitte op grote bezwaren van de Raad van State omdat dit inhield dat werd meegewerkt aan de eigen beboeting onder dreiging van een informatiebeschikking, civiele procedure of strafrechtelijke vervolging. Vooralsnog is het schuldonderzoek niet ingevoerd.
Pleitbaar standpunt? Dan geen opzet of grove schuld.
Opzet (dus belastingfraude) mag niet worden aangenomen als sprake is van een pleitbaar standpunt, ook al wordt de aangifte later door de rechter onjuist bevonden. Dat geldt ook voor het verwijt van grove schuld.
Wat is een pleitbaar standpunt?
Het moet gaan om een pleitbare uitleg van het fiscale recht. Daarvan is volgens de Hoge Raad sprake wanneer het een standpunt over de interpretatie van het fiscale recht betreft, dus om een rechtskundig standpunt. Een pleitbaar standpunt kan daarom geen betrekking hebben op de vaststelling van feiten, waaronder de waardering van het bewijs door de rechter. Wel kan een pleitbaar standpunt betrekking hebben op de rechtskundige duiding van feiten.
Wanneer is een standpunt pleitbaar?
Er moeten zodanige argumenten voor het standpunt zijn aan te voeren dat niet gesproken kan worden van opzet. De argumenten moeten dus een zekere kwaliteit hebben. Zo zal een standpunt op gezaghebbende literatuur moeten zijn gebaseerd.
Een standpunt is in ieder geval pleitbaar als het in een fiscale procedure door de rechter op rechtskundige gronden juist is bevonden (ook al wordt het standpunt door de rechter in hoger beroep niet gevolgd). Een standpunt is ook pleitbaar als het door een advocaat-generaal wordt onderschreven of als het standpunt tot het stellen van prejudiciële vragen heeft geleid.
De pleitbaarheid van een standpunt dient naar objectieve maatstaven te worden bepaald. Het weten en willen van de verdachte doet er in zoverre niet toe. Een pleitbaar standpunt kan ook achteraf, dus na het indienen van de aangifte, worden ingenomen of onderbouwd. Dat hangt samen met het objectieve karakter van het leerstuk van het pleitbare standpunt. Dus de pleitbaarheid van een standpunt kan ook achteraf, in de loop van de fiscale procedure, worden aangevoerd. Het hoeft niet zo te zijn dat de verdachte belastingplichtige het standpunt al tijdens het indienen van de aangifte voor ogen stond.
Kan opzet van een (belasting)adviseur aan u worden toegerekend?
Opzet van bijvoorbeeld een adviseur kan niet aan de belastingplichtige worden toegerekend. De Belastingdienst zal dus opzet van de belastingplichtige zelf moeten bewijzen. Dat opzet zal moeten worden gebaseerd op het weten en willen van die belastingplichtige zelf. Dus los van het opzet van de adviseur.
Mag u vertrouwen op uw adviseur?
Als u de aangifte laat indienen door een (deskundige) belastingadviseur, betekent dat niet automatisch dat u vrijuit gaat. Er worden op dit punt eisen gesteld aan de belastingplichtige. U moet voldoende zorg betrachten bij de keuze van en samenwerking met uw adviseur. U kunt zich dus niet zomaar verschuilen achter een adviseur. Wat als voldoende zorg geldt, zal van geval tot geval verschillen. Dat hangt onder andere af van de complexiteit van de fiscale regelgeving die in een aangifte aan de orde is. Als u een deskundig adviseur hebt ingeschakeld en hem voldoende hebt geïnformeerd dan kunt u een beroep doen op de zogenoemde adviseursjurisprudentie.
Onderscheid tussen opzet en (grove) schuld
Als iemand geen onjuiste aangifte heeft willen indienen, kan niet van (voorwaardelijk) opzet worden gesproken. Dit is bijvoorbeeld het geval als u rekent op een goede afloop. U neemt dan de kans op onjuistheid niet op de koop toe. De wilscomponent (van het weten en willen) ontbreekt. Ook als door de inspecteur wordt gesteld dat u had kunnen of had moeten weten dat de aangifte niet goed is, kan niet van opzet worden gesproken. Wel kan dan sprake zijn van (grove) schuld en dat is geen opzet (fraude).
Wat is de hoogte van een vergrijpboete?
Op grond van de wet kan een vergrijpboete 100% van de te weinig geheven belasting belopen. De maximumboete bij inkomen uit sparen en beleggen (box 3) beloopt maximaal zelfs 300%. Er gelden beleidsregels (BBBB) waarin staat dat de vergrijpboete in geval van opzet 50% bedraagt en in geval van grove schuld 25%. Bij box 3-inkomen is dat 150% bij opzet en 75% bij grove schuld.
Uiteindelijk dient een boete altijd passend en geboden te zijn. Dat betekent dat steeds gekeken zal moeten worden naar de ernst van de gedraging die wordt beboet, naar de specifieke omstandigheden van het geval en naar de persoon die wordt beboet. Bij de beoordeling moet de inspecteur rekening houden met strafverminderende omstandigheden. Het opleggen van een boete behoort geen rekensom te zijn, maar maatwerk. De inspecteur dient alle relevante omstandigheden van de zaak mee te wegen. Dat gebeurt in de praktijk nog steeds veel te weinig. Een beroep op het evenredigheidsbeginsel kan tot matiging van de boete leiden omdat de boete evenredig moet zijn tot de beboetbare gedraging.
Aan wie kan een vergrijpboete worden opgelegd?
Een vergrijpboete kan worden opgelegd aan de belastingplichtige. Dat kunnen natuurlijke personen zijn en rechtspersonen. Ook aan de fiscale eenheid voor de omzetbelasting kan als belastingplichtige een boete worden opgelegd.
Deelnemers aan beboetbare feiten
Naast de belastingplichtigen kunnen fiscale boetes ook aan andere betrokkenen worden opgelegd. Dat worden ook wel ‘deelnemers’ genoemd. Dat zijn degenen die het (beboetbare) feit doen plegen, medeplegen of uitlokken. Ook aan een medeplichtige kan een vergrijpboete worden opgelegd.
Zo kan een belastingadviseur of diens kantoor bijvoorbeeld als medepleger van een beboetbaar feit worden aangemerkt of als medeplichtige aan zo’n feit.
Ook aan degene die feitelijke leiding heeft gegeven aan de (beboetbare) gedraging kan een vergrijpboete worden opgelegd. Dat kan bijvoorbeeld de bestuurder zijn van een rechtspersoon. Ook anderen kunnen als feitelijk leidinggever worden aangemerkt.
Openbaarmaking medepleegboete
Als een medepleegboete is opgelegd aan een belastingadviseur, kan de inspecteur ook besluiten deze boete openbaar te maken. Dit kan voor fiscale boetes die zien op overtredingen die na 1 januari 2020 zijn begaan. Tegen zowel de boete als het besluit om deze openbaar te maken, kan een bezwaarschrift worden ingediend. Openbaarmaking mag pas plaatsvinden als zowel de boete als de openbaarmakingsbeschikking onherroepelijk zijn komen vast te staan.
Inkeren (vrijwillig verbeteren)
De inkeerregeling van artikel 67n AWR geeft belastingplichtigen de mogelijkheid om verzwegen inkomsten of vermogen alsnog vrijwillig te melden bij de Belastingdienst. Sinds 1 januari 2020 geldt dat volledige boetevrijstelling alleen wordt verleend als de inkeer binnen twee jaar plaatsvindt. Bij een latere inkeer kan de Belastingdienst de boete nog wel matigen, maar alleen wanneer de belastingplichtige volledig en actief meewerkt. Wie de melding uitstelt, informatie achterhoudt of pas reageert nadat de Belastingdienst zelf vragen stelt, komt doorgaans niet in aanmerking voor matiging.
De wettelijke inkeerregeling is in de afgelopen jaren sterk ingeperkt en geldt niet (meer) voor inkomsten uit aanmerkelijk belang (box 2) of inkomsten uit sparen en beleggen (box 3). Ondanks het afschaffen van de inkeerregeling wordt het vrijwillig melden nog wel als een strafverminderende omstandigheid gezien die tot boetematiging leidt.
Waarom Hertoghs
Hertoghs heeft ruime ervaring in het voeren van verweren tegen én het voorkomen van fiscale boetes. Zo wordt de bewijsvoering van de inspecteur kritisch geanalyseerd en wordt nogal eens geconstateerd dat de inspecteur veel te gemakkelijk conclusies trekt, die niet door de feiten worden gedragen. Het gaat erom dat de feiten buiten redelijke twijfel, dus overtuigend kunnen worden vastgesteld. Die bewijslast ligt ten volle bij de inspecteur.
In een notendop
Verzuimboete
Vergrijpboete
Bewijsvoering
Schuldonderzoek
Pleitbaar standpunt
Medepleegboete
Inkeren
Neem contact op met onze specialisten
Mr. A.A. (Anke) Feenstra
Mr. P.J. (Peter) van Hagen
Mr. A.J.C. (Angelique) Perdaems
Kennisartikelen over dit onderwerp
#414: Streep door vergrijpboete ex-bestuurder voetbalclub
Als een fiscale vergrijpboete wordt opgelegd aan een (ex)bestuurder heeft dat grote impact. Niet alleen financieel, maar het…
#400 Bewijsminima in het fiscale boeterecht
Sinds de uitspraak van de Hoge Raad van 8 april 2022 staat de bewijsmaatstaf voor het opleggen van…
#390 Recht op rechtsbijstand bij bestuurlijke boetes in het hele bestuursrecht!
Op 24 december 2024 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State de Hoge Raad gevolgd en…
#384 Doen plegen, niet doen
Zo nu en dan komt er een deelnemersboete voorbij in de feitenrechtspraak. Dit keer van de rechtbank Zeeland-West-Brabant.[1]…
Verruimde toepassing van het evenredigheidsbeginsel: een manier van symptoombestrijding? – Tijdschrift Formeel Belastingrecht
Antoine Blomen schreef een bijdrage in Tijdschrift Formeel Belastingrecht over de verruimde toepassing van het evenredigheidsbeginsel. Lees hier…
Vaklunch #587 Niet zomaar (voorwaardelijk) opzet!
Voorwaardelijk opzet dient niet al te gemakkelijk te worden aangenomen met de redenering dat de verdachte zelf meer…
#244 Verboden bewijs, boete foetsie
Het Bossche hof doet zo nu en dan prikkelende uitspraken. Ook nu weer. Het hof oordeelt over een…
#234 De adviseur als proefkonijn in boeterecht
De belastingkamer van de rechtbank Den Haag heeft korte metten gemaakt met een fiscale boete voor een belastingadviseur,…
#221 Inspecteur, krijg ik nu de cautie? Nee hoor, niet nodig.
Gesprekken met de inspecteur kunnen soms ongemakkelijke situaties opleveren. Zeker als de inspecteur zinspeelt op de onjuistheid van…
#216 Boete niet vermelden = niet opgelegd
Staat een boete niet op de boetebeschikking vermeld? Dan is deze boete niet opgelegd (!) De inspecteur dient…
#212 Een schuld is soms geen schuld meer en daaraan hoef je geen (grove) schuld te hebben
De rekening-courant tussen de aandeelhouder en zijn B.V. leidt vaak tot discussies met de Belastingdienst. In een recente…