Expertises
Witwassen
Witwassen wordt nogal eens geassocieerd met commune criminaliteit, maar in werkelijkheid is het bereik van deze strafbepaling veel breder. Witwassen kan betrekking hebben op de opbrengsten van verschillende strafbare feiten, waaronder financiële en fiscale fraude. Juist vanwege deze financiële en/of fiscale component van witwassen, wordt ons kantoor regelmatig ingeschakeld.
Wat is witwassen?
Witwassen is als misdrijf strafbaar gesteld in artikel 420bis (e.v.) van het Wetboek van Strafrecht. In deze bepaling worden verschillende handelingen als witwassen gedefinieerd. Het gaat dan om het verbergen of verhullen van een voorwerp, zoals (meestal) contant geld, sieraden, luxegoederen of crypto wetende dat deze uit misdrijf afkomstig zijn. Ook het opzettelijk verwerven, voorhanden hebben, overdragen of omzetten van een voorwerp dat afkomstig is uit misdrijf, is als witwassen strafbaar gesteld.
Welke voorwerpen kunnen worden witgewassen?
Allerlei voorwerpen kunnen worden witgewassen, zowel (stoffelijke) zaken als vermogensrechten (zoals een bankrekening). Het gaat veelal om contant geld, sieraden, luxegoederen of cryptovaluta, mits deze afkomstig zijn uit misdrijf.
Over welke misdrijven hebben we het?
De wet spreekt over een voorwerp dat uit “enig” misdrijf (ook wel het gronddelict genoemd) afkomstig is. Dat kan in beginsel ieder strafbaar feit zijn. Ook belastingontduiking (fraude) valt daaronder: de te weinig geheven belasting is dan uit dat misdrijf afkomstig.
Voldoende is dat komt vast te staan dat het niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is. Dat betekent dat niet hoeft te worden bewezen uit welk misdrijf het voorwerp precies afkomstig is en ook niet wie dat misdrijf heeft gepleegd.
Het stappenplan bij een verdenking van witwassen
In de rechtspraak is een zogenaamd “stappenplan” ontwikkeld voor de gevallen dat het gronddelict niet bekend is, dus als niet bekend is uit welk misdrijf het voorwerp (geld e.d.) afkomstig is. Dat wordt een onbekend gronddelict genoemd.
In een dergelijk geval moet het Openbaar Ministerie eerst feiten en omstandigheden aandragen die een vermoeden rechtvaardigen dat het niet anders kan zijn dan dat het voorwerp van misdrijf afkomstig is. Daartoe worden zogenoemde witwastypologieën gebruikt.
De Financial Intelligence Unit (FIU) heeft tal van witwastypologieën opgesteld met “min of meer objectieve kenmerken die, naar de ervaring leert, duiden op het witwassen van opbrengsten van misdrijven”. Deze typologieën worden door het Openbaar Ministerie gebruikt om het vermoeden van witwassen te onderbouwen. Zo wordt het voorhanden hebben van grote contante geldbedragen, of het vervoer daarvan, al snel als vermoeden van witwassen gezien. Daarbij speelt ook een rol of het geld bijvoorbeeld op ongebruikelijke plekken is verstopt en of dat bankbiljetten worden aangetroffen die bestaan uit grote in het dagelijks verkeer ongebruikelijke coupures van € 500, € 200 en € 100.
Verklaring van de verdachte
Als het vermoeden van het Openbaar Ministerie is gerechtvaardigd, mag van de verdachte worden verwacht dat hij “een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring” geeft dat het voorwerp niet afkomstig is van misdrijf.
Blijft zo’n verklaring achterwege, bijvoorbeeld als iemand zich op zijn zwijgrecht beroept, of voldoet de verklaring niet aan de eisen uit de rechtspraak, dan mag de rechter dat als omstandigheid meenemen bij een bewezenverklaring. In de praktijk wordt het bewijs van witwassen dan veelal aangenomen.
Als de verdachte wél een verklaring geeft die aan de eisen voldoet, moet het Openbaar Ministerie daar onderzoek naar doen. De rechter beoordeelt de resultaten van het nadere onderzoek dan bij de beslissing over het bewijs. Dan zal in het bijzonder worden bezien of de verklaring ook kan worden onderbouwd.
Als het Openbaar Ministerie geen nader onderzoek doet naar de verklaring van de verdachte, is er een goede kans dat de rechter tot vrijspraak komt. Dan kan immers niet zonder meer worden aangenomen dat het niet anders kan zijn dan dat het contante geld van misdrijf afkomstig is.
Het al dan niet verklaren is dus van cruciale betekenis in witwaszaken. Ook het moment van het geven van een verklaring is belangrijk. Als dat pas in een heel laat stadium is, kan dat ten nadele van de verdachte worden uitgelegd.
Kwalificatieuitsluitingsgrond
Als een verdachte een voorwerp voorhanden heeft dat onmiddellijk afkomstig is uit een zelf gepleegd misdrijf, worden in de rechtspraak nadere eisen gesteld aan het verwijt van witwassen. Er moet dan worden bewezen dat de criminele herkomst van het voorwerp daadwerkelijk is verborgen of verhuld. Met andere woorden: er zijn dan actieve gedragingen vereist. Deze eisen gelden ook als het voorwerp door de verdachte van witwassen zelf is verworven. Ook dan moet meer komen vast te staan dan het enkele verwerven van het voorwerp.
Als niet aan de eisen wordt voldaan die in de rechtspraak zijn ontwikkeld, dient de verdachte te worden ontslagen van alle rechtsvervolging. Het ten laste gelegde feit kan dan niet worden gekwalificeerd als witwassen. Vandaar de term: kwalificatieuitsluitingsgrond.
Schuldwitwassen
Als niet kan worden bewezen dat opzettelijk is witgewassen, kan iemand nog worden vervolgd voor schuldwitwassen. Dan moet bewezen worden dat de persoon die witwashandelingen heeft verricht redelijkerwijs moest vermoeden dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig was.
Waarom Hertoghs
Witwassen is een complexe strafbepaling en een verdenking daarvan kan verstrekkende juridische en financiële gevolgen hebben. Inzicht in de wet- en regelgeving en in de rol van opsporingsinstanties, zoals de FIOD is daarom van groot belang. Dankzij onze ruime ervaring met de behandeling van witwaszaken doorgronden wij de complexiteit en staan wij sterk in de bescherming van uw belangen.
In een notendop
Witwassen
Stappenplan bij verdenking
Verklaring verdachte
Kwalificatieuitsluitingsgrond
Schuldwitwassen
Neem contact op met onze specialisten
Mr. A.A. (Anke) Feenstra
Mr. J.N. (Judith) de Boer
Kennisartikelen over dit onderwerp
Vaklunch #640: Van gezinsportemonnee tot witwasdossier
De recente conclusie van de advocaat-generaal Sinnige in de zaak ECLI:NL:PHR:2025:1006 zet de discussie over de grenzen van het bewijs…
#421 Van ongebruikelijk naar verdacht; van opvoeden naar afbreken?
Onlangs is het conceptwetvoorstel Implementatiewet ter voorkoming van witwassen en terrorismefinanciering (Iwt) in consultatie gegeven. Dit wetsvoorstel implementeert…
#415 Contant geld minder snel in het verdachtenbankje
Een positieve ontwikkeling in de anti-witwasaanpak van banken. De bankenwereld gaat de teugels met betrekking tot transacties met…
Vaklunch #629: Witwas-stoelendans: van bekend naar onbekend gronddelict
Op 17 juni 2025 wees het hof Den Bosch een arrest in een zaak waarin verdachte werd verweten zich schuldig…
Vaklunch #624: Witwasindicatoren als startpunt, geen sluitstuk
De witwasindicatoren houden de gemoederen nog altijd bezig. Onlangs heeft de rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in drie samenhangende zaken,…
Vaklunch #594: Het witwasfeit als kers op de taart
De recente uitspraak van de rechtbank Den Haag over een ambtenaar van de Belastingdienst roept interessante vragen op…