Skip to content

#134 Nee, nee en nog eens nee

23 september 2019

Op Prinsjesdag is het pakket Belastingplan 2020 gepubliceerd. Wij hebben dit plan uiteraard met de nodige aandacht bekeken op gevolgen voor de rechtsbescherming van de belastingplichtige. De wijzigingen van de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen staan in het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2020. De meest opvallende wijzigingen betreffen de openbaarmaking van vergrijpboetes die worden opgelegd aan medeplegers die beroeps- of bedrijfsmatig bijstand verlenen, de afschaffing van de inkeerregeling voor box 2 en 3 en de gelijkstelling van de ‘spontane aangifte’ met een op uitnodiging gedane aangifte. In antwoord op de vraag of de belangen van de belastingplichtige met deze wijzigingen wordt gediend, luidt het antwoord drie keer: ‘nee’.

Openbaarmaking vergrijpboetes

In eerdere edities van Hertoghs beschouwt hebben wij reeds aandacht besteed aan het voorstel van de Staatssecretaris van Financiën om vergrijpboetes openbaar te maken die worden opgelegd aan medeplegers die beroeps- of bedrijfsmatig bijstand verlenen (HB 25-09-2017 en HB 14-01-2019). De wetgever heeft de kritiek op deze wetgeving ter harte genomen en heeft allerlei beperkingen aangebracht op het oorspronkelijke wetsvoorstel. Een boete zal pas openbaar kunnen worden gemaakt, nadat deze onherroepelijk vaststaat, er is overgangsrecht van toepassing en er is voorzien in het indienen van een zienswijze en een integrale belangenafweging. Het meest wezenlijke kritiekpunt van allerlei beroepsorganisaties was echter dat deze wijze van naming en shaming niet geoorloofd zou moeten zijn. Er zijn andere manieren om de ‘rotte appels’ uit een beroepsgroep te verwijderen, zoals het tuchtrecht of het strafrecht. Of de thans voorgestelde belangenafweging, die nog vooral beleidsmatig of op basis van ervaringen uit de praktijk moet worden vormgegeven voldoende waarborgen biedt, valt naar onze mening te betwijfelen. Bovendien wordt deze maatregel gezien als publieksvoorlichting, terwijl van het publiek toch eigenlijk niet kan worden verwacht dat zij aan de hand van enkele beperkt gepubliceerde gegevens een ‘keuze’ maakt, anders dan niet voor deze persoon aan de schandpaal te kiezen. De opmerking van de Staatssecretaris dat het niet de bedoeling is om een beroepsverbod te bewerkstelligen, zijn volgens ons dan ook loze woorden.

Afschaffing inkeerregeling

Met ingang van 1 januari 2018 is inkeren al niet meer mogelijk voor box 3-vermogen dat in het buitenland wordt aangehouden (HB 15-01-2018). In het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen wordt de inkeerregeling nog verder ingeperkt. Artikel 67n AWR bepaalt vanaf 1 januari 2020 dat inkeren niet meer mogelijk is voor zowel box 2-inkomen als box 3-inkomen. Of de aandelen in een buitenlandse of een binnenlandse vennootschap worden gehouden dan wel het vermogen in het buitenland of in Nederland wordt aangehouden, is niet meer relevant. Dit betekent dat inkeren alleen nog mogelijk is voor box 1-inkomen en andere belastingen, zoals de schenk- en erfbelasting. Deze wijziging is voor fiscale discussies beperkt te noemen, nu bij inkeer uitsluitend voor de laatste twee kalenderjaren nog de volledige boete komt te vervallen. De wijziging van de strafrechtelijke tegenhanger, artikel 69 AWR, heeft grotere consequenties. Bij discussies over box 2-inkomen met hogere belastingtarieven zal sneller worden voldaan aan de financiële grens van het AAFD-protocol. De belastingplichtige die zich vrijwillig meldt loopt daarmee een aanzienlijk risico op strafvervolging. Opmerkelijk is dat hier in het wetsvoorstel geen aandacht aan is besteed, terwijl de Staatssecretaris nog steeds oproept om wel vrijwillig te blijven melden. Het lijkt er dan ook op dat de inperking van de inkeerregeling zowel boete- als strafrechtelijk ondoordacht in het wetsvoorstel is gekomen. Als de wetgever daadwerkelijk wenst dat nog wordt ingekeerd, zal hij het voorstel om artikel 69 AWR te wijzigen in moeten trekken of zullen er duidelijke beleidsregels moeten komen hoe strafvervolging kan worden voorkomen.

Spontane aangifte

Een derde opvallende wijziging betreft de spontane aangifte. Aan artikel 9 AWR wordt een lid toegevoegd waarin is opgenomen dat als gegevens worden verstrekt zonder een voorafgaande uitnodiging tot het doen van aangifte, deze verstrekking wordt aangemerkt als het op uitnodiging doen van aangifte als bedoeld in artikel 8 AWR. De inspecteur wordt in dit kader eveneens een verlenging van de aanslagtermijn gegund van zes maanden (artikel 11 en 16 AWR). In de memorie van toelichting is te lezen dat bij deze onverplichte informatieverstrekking in het verleden, ongetwijfeld tot grote frustratie van de inspecteur, niet de wettelijke correctie- en sanctiebevoegdheden konden worden ingezet. Wij vermoeden dat het Openbaar Ministerie zich hierbij heeft aangesloten, omdat ook in strafzaken nog geregeld discussie ontstaat over de bewijsbestemming van een later ingediend aangiftebiljet of de bij de belastingwet voorziene aangifte (HB 12-10-2017). Er is nog geen regeling getroffen voor aangiftebelastingen, omdat het onderzoek naar spontane aangiften bij aangiftebelastingen nog gaande is. Wij verwachten echter dat deze aanpassing nog wel zal volgen, nu bijvoorbeeld de suppletiemelding niet tot strafvervolging kan leiden.

Kortom, rechtsbescherming voor belastingplichtigen in het pakket Belastingplan 2020: nee, nee en nog eens nee. Het lijkt er vooral op geënt om het de belastinginspecteur weer wat makkelijker te maken.