Skip to content

#156 Verplicht digitaal procederen in fiscale cassatie

09 maart 2020

Eén van de laatste professionele organisaties die anno 2020 nog communiceren met briefpapier en fax zijn onze rechtbanken en gerechtshoven. Al in 2012 is de Raad voor de Rechtspraak gestart met een massale digitaliseringsoperatie, project KEI (Kwaliteit en Innovatie), dat destijds begroot werd op 7 miljoen euro. Dit ambitieuze project moest de werk- en juridische processen van de rechterlijke macht automatiseren en digitaal procederen mogelijk maken voor rechtszoekenden. Bijkomend voordeel zou een grote bezuiniging zijn op het administratief personeel.

Overheid en grote ICT-projecten gaan helaas slecht samen. Nadat de kosten waren opgelopen tot meer dan 200 miljoen euro werd in 2018 geconcludeerd dat het project jammerlijk was mislukt. De brief en de fax bleef het communicatiemiddel. Bij de Hoge Raad is het echter al sinds 2017 mogelijk om in civiele vorderingsprocedures digitaal te procederen via “Mijn Zaak Hoge Raad”. In december 2018 is digitaal procederen mogelijk gemaakt voor reguliere strafzaken en ontnemingszaken. Op 1 februari 2020 is dit zelfs uitgebreid naar alle strafzaken. Als kers op de taart maakte de Hoge Raad vorige week bekend dat het vanaf 15 april 2020 ook mogelijk (en zelfs verplicht) wordt om bij de derde kamer, de belastingkamer van de Hoge Raad, digitaal te gaan procederen.

Hoge Raad wel, rechtbanken en hoven niet?

Rechtbanken en Gerechtshoven vallen via de Raad voor de Rechtspraak onder de begroting van het Ministerie van Veiligheid en Justitie. Zo ook hun gezamenlijke project KEI. De Hoge Raad heeft een bijzondere positie in het Nederlands Staatsbestel en heeft om die reden een zelfstandige positie gekregen in het begrotingsproces, vergelijkbaar met die van de Hoge Colleges van Staat. Dit betekende ook dat de Hoge Raad zelfstandig aan de slag kon met een volledig eigen digitaliseringsproces. En met succes. Het webportaal voor zaken van de belastingkamer is door het projectteam digitale cassatie van de Hoge Raad uitgebreid en succesvol getest. Ook gebruikers hebben positieve ervaringen met het portaal. Het gebruiksgemak en de betrouwbaarheid worden in evaluaties met waardering genoemd. Tijdens informatiebijeenkomsten die in het kader van de uitbreiding van het portaal met belastingzaken gehouden zijn, spraken aanwezigen hun waardering uit voor de gekozen opzet.

Welke zaken

Digitaal procederen kan in alle zaken waarin cassatieberoep wordt ingesteld tegen uitspraken van rechtbanken, gerechtshoven, de Centrale Raad van Beroep, het College van Beroep voor het bedrijfsleven en van Caribische gerechten, die zijn gedaan op of na 15 april 2020. In deze zaken kunnen partijen via “Mijn Zaak Hoge Raad” het cassatieberoepschrift digitaal indienen, op elk moment het digitale dossier inzien en processtukken uploaden en downloaden. Ontvangst van stukken wordt real-time bevestigd. Zodra er iets wijzigt in het digitale dossier wordt automatisch een melding verstuurd via e-mail. Toegang tot het webportaal is mogelijk op drie manieren: via DigiD voor natuurlijke personen, via de Advocatenpas en gemachtigdenpas voor advocaten en hun kantoormedewerkers en via eHerkenning voor overige partijen.

Voor beroepsmatige rechtsbijstandsverleners verplicht!

Vanaf 15 april 2020 is digitaal procederen verplicht voor beroepsmatige rechtsbijstandverleners zoals advocaten, niet-natuurlijke personen (bedrijven) en vertegenwoordigers van bestuursorganen, in zaken waarin op of na die datum door de vorige instantie uitspraak wordt gedaan. Natuurlijke personen die niet worden vertegenwoordigd door een derde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, kunnen vanaf dat moment in die zaken kiezen tussen digitaal of ouderwets op papier procederen.

Rechtsgrond

Het project KEI heeft een ‘eigen’ juridische basis in wetten en besluiten.[1] De Spoedwet KEI maakte op 1 oktober 2019 definitief een einde aan een deel van deze wetgeving, en daarmee aan de KEI-pilots bij de rechtbanken Gelderland en Midden-Nederland. Terug was de papieren dagvaarding.

De huidige rechtsgrond voor het digitaal procederen bij de Hoge Raad volgt uit het in 2010 ingevoerde artikel 8:40a Awb (Elektronisch verkeer met de bestuursrechter), dat in artikel 29 AWR op de behandeling van het beroep in cassatie van overeenkomstige toepassing is verklaard. Blijkens de Memorie van Toelichting geeft dit artikel een algemene regeling voor het elektronisch verkeer met de rechtbanken als bestuursrechters, de ABRvS, de CRvB en het College van Beroep voor het bedrijfsleven, alsmede voor de gerechtshoven als in hoger beroep rechtsprekende belastingrechters en de Hoge Raad als belastingrechter rechtsprekend in cassatie.[2]

Op grond van art. 8:40a, lid 2 Awb kunnen nadere regels worden gesteld over het elektronisch verkeer met de Bestuursrechter bij of krachtens AMvB. Dit is gebeurd in het Besluit elektronisch verkeer met de bestuursrechter (Stb. 2010, 278) en de daarop gebaseerde Regeling aanwijzing betrouwbaarheidsniveau authentificatie bij elektronisch verkeer met de bestuursrechter (Stcrt. 2010, 15000). In artikel 1 van het Besluit elektronisch verkeer is bepaald dat bij de bestuursrechter beroep slechts langs elektronische weg mag worden ingesteld op een vanwege de gerechten aangegeven wijze.[3]

De Hoge Raad is nu voornemens om een nieuwe paragraaf 5.1 toe te voegen aan het  procesreglement, genaamd “Beroep in cassatie bij de derde kamer van de Hoge Raad” om digitaal procederen mogelijk en in sommige gevallen verplicht te maken.[4] Tot 10 februari jl. was het mogelijk om bij het projectteam input te geven op de concepttekst. De tekst van de conceptparagraaf is via onze website te downloaden. Naar verwachting volgt er binnenkort meer informatie op de site van de Hoge Raad.

In de beperking toont zich de meester

KEI beoogde alle juridische processen, met alle procesrechtelijke uitzonderingen op uitzonderingen, volledig te digitaliseren. Dit bleek extreem complex en vrijwel onmogelijk. In tegenstelling tot KEI bestaat de webportaal “Mijn Zaak Hoge Raad” enkel uit een digitale brievenbus. Bij het uploaden van documenten kan een vinkje worden gezet bij de classificatie van het processtuk, en daar houdt de complexiteit ook op. De griffie zal het stuk vervolgens beoordelen en controleren. Bij twijfel kan een procespartij simpelweg bellen met de griffie, net als vroeger. Een elegante en simpele oplossing. In navolging van de Hoge Raad richt de Raad voor de Rechtspraak zich nu op digitale toegankelijkheid, in plaats van het automatiseren van juridische procedures.[5] Wat ons betreft een goede ontwikkeling. Het (fiscale) procesrecht is uitermate complex. Feiten zijn in de vertaling naar juridische begrippen voor velerlei uitleg vatbaar. Dit is mensenwerk, voor juristen van vlees en bloed, dat mensenwerk behoort te blijven. Heeft u vragen over de mogelijkheden voor het voeren van een digitale fiscale cassatieprocedure? Neem dan gerust vrijblijvend contact op met onze cassatiedesk.

 

—————————————————————

[1]  Wet van 13 juli 2016 tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de Algemene wet bestuursrecht in verband met vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht (Stb. 2016, 288) en Invoeringswet vereenvoudiging en digitalisering procesrecht, het Besluit digitalisering burgerlijk procesrecht en bestuursprocesrecht en het Aanpassingsbesluit vereenvoudiging en digitalisering procesrecht (Stb. 2017, 174)

[2] Zie MvT bij Wet elektronisch verkeer met de bestuursrechter, Kamerstukken 31867, nr. 3.

[3] Dit is in het tweede lid van overeenkomstige toepassing bepaald op het bij de bestuursrechter aanwenden van andere rechtsmiddelen en geschriften, in het kader van de procedure.