Skip to content

#173 Lacunes in de fiscale rechtsbescherming – deel 2

06 juli 2020

Staatssecretaris van Financiën Vijlbrief heeft eerder dit jaar een externe adviescommissie benoemd die onderzoek gaat doen naar de bestaande praktische (fiscale) rechtsbescherming voor burgers en kleine ondernemers.[1] Tegen welke hindernissen lopen de belastingplichtigen aan en wat kan er worden verbeterd om de rechtsbescherming zo goed mogelijk te waarborgen? In onze praktijk lopen wij regelmatig tegen gebreken in de rechtsbescherming aan. In de Hertoghs Beschouwt van vorige week besteedden wij al aandacht aan het gesloten stelsel van rechtsbescherming, afwijzing verzoek uitstel van betaling, bezwaar- en beroepstermijnen en de beperkte termijn voor teruggaaf van btw.

Deze week gaan wij in op het gebrek aan rechtsbescherming dat ontstaat doordat in fiscale procedures bij een gegrond beroep een zeer beperkte proceskostenvergoeding wordt toegekend en in de bezwaarprocedure vaak geen ‘echte’ heroverweging wordt gemaakt. Ook gaan wij in op het gebrek aan rechtsbescherming bij internationale inlichtingenuitwisseling en derdenonderzoeken.

Geen noemenswaardige proceskostenvergoeding

Bij een gegrond beroep ontvangt de belastingplichtige een forfaitaire proceskostenvergoeding. Dat is een schijntje vergeleken met de daadwerkelijk gemaakte kosten als in een procedure een adviseur of advocaat wordt ingeschakeld. Het inschakelen van een deskundige is in fiscale pro­cedures belangrijk omdat de fiscale wetgeving voor een burger of bedrijf niet is te volgen. Het procederen tegen de Belastingdienst vergt kennis en kunde. Vaak worden procedures niet ge­voerd omdat de belastingplichtige vreest dat de proceskosten niet opwegen tegenover het bedrag aan belasting waarover wordt geprocedeerd. Ook als een boete wordt opgelegd, procedeert de belastingplichtige vaak niet omdat de proceskosten niet worden vergoed als blijkt dat de boete ten onrechte is opgelegd. Op grond van artikel 2, lid 3 van het Besluit proceskosten bestuursrecht kan bij bijzondere omstandigheden een integrale proceskostenvergoeding worden toegekend. Deze vereisten worden zo streng uitgelegd dat daar bijna nooit aan wordt voldaan. 

Voor strafzaken is in artikel 530 Sv bepaald dat de kosten van een raadsman worden vergoed bij bijvoorbeeld een vrijspraak. De rechtsbescherming in fiscale procedures zou enorm verbeteren als hierbij wordt aangesloten. De belastingplichtige zal enerzijds een belastingaanslag eerder aan de belastingrechter voorleggen. Anderzijds zal de Belastingdienst in de bezwaarprocedure een betere afweging maken omdat procederen dan ineens potentiële financiële gevolgen voor de Belastingdienst kan hebben.

Geen rechtsingang bij inlichtingenuitwisseling

Als de Belastingdienst informatie uitwisselt over een Nederlandse belastingplichtige aan een an­der land dan wordt de Nederlandse belastingplichtige daarover niet geïnformeerd. Daardoor is het niet mogelijk om controle uit te oefenen op het proces van informatie-uitwisseling. Het tekort aan rechtsbescherming bij internationale gegevensuitwisseling is door de Raad van State erkend in de uitspraak van 12 februari 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:453). In deze uitspraak werd een bestuurlijk rechtsoordeel gelijkgesteld met een besluit. Bij internationale gegevensuitwisse­ling zou aan de fiscale rechter moeten kunnen worden voorgelegd of het verzoek aan de vereisten voldoet, zoals dit ook in het Zwitserse systeem is geregeld.

Geen heroverweging in bezwaarprocedure

Bezwaarprocedures tegen belastingaanslagen voegen vaak niks toe. Het bezwaar wordt regelmatig beoordeeld door een inspecteur die op dezelfde gang of zelfs kamer zit als de ambtenaar die de controle heeft uitgevoerd. Als er nog lopende jaren zijn waarover nog aanslagen moeten worden opgelegd, hebben de controlerend ambtenaar en de bezwaarbehandelaar veelvuldig contact. De bezwaarbehandelaar heeft vaak zijn oordeel al klaar en van een onbevangen heroverweging is in veel zaken geen sprake. De rechtsbescherming zou veel kunnen worden verbeterd door de bezwaarprocedure anders in te richten. Daarmee kunnen ook procedures bij de belastingrechter worden voorkomen. De bezwaren zouden door ambtenaren op een ander kantoor en in een ander team moeten worden behandeld. Zij moeten onafhankelijk worden opgeleid als soort rechter die kritisch naar de zaak kijkt en kritisch beoordeelt of het geschil wel aan de rechter moet worden voorgelegd. In bezwaar zou een echte heroverweging plaats moeten vinden. Het hoorgesprek hoort daarbij twee richtingen uit te gaan zodat de belastingplichtige het idee heeft dat naar zijn argumenten wordt geluisterd. De Belastingdienst zou zich ook als overheidsinstelling moeten opstellen en niet als partij die erop uit is om zijn gelijk te halen. Bij twijfel kan de belastingplichtige in het gelijk worden gesteld en hoeft de inspecteur niet aan fiscale grensverkenning te doen door wettelijke bepalingen op te rekken om zoveel mogelijk belasting te kunnen heffen. Het is dan aan de wetgever om die onduidelijkheid weg te nemen.

Geen rechtsbescherming bij derdenonderzoek

Bij derdenonderzoeken is er geen rechtsbescherming. De administratieplichtige kan niet aan de rechter voorleggen of het informatieverzoek rechtmatig of proportioneel is. Het enige wat hij kan doen als hij meent dat het informatieverzoek te ver gaat, is niet meewerken. Dan kan een kort geding volgen met dwangsommen en volgens de folder van de Belastingdienst zelfs gijzeling. De Belastingdienst maakt veel gebruik van derdenonderzoeken waarna degene waar het onderzoek plaatsvindt later ook getuige kan worden in een strafzaak of bij hem zelf een onderzoek kan starten. Het is daarom juist belangrijk dat de administratieplichtige de rechtmatigheid van het verzoek kan laten toetsen. De administratieplichtige wordt door de Belastingdienst gewezen op een geheimhoudingsplicht zodat hij vaak bang is dit verzoek met zijn adviseur te bespreken. Deze geheimhoudingsplicht heeft echter geen wettelijke basis omdat artikel 67 AWR waar de Belastingdienst zich op beroept niet geldt voor administratieplichtigen.

Wij kijken uit naar het advies van de Commissie en hopen de Commissie hiermee inspiratie te bieden om tot concrete voorstellen te komen voor de verbetering van de rechtsbescherming van belastingplichtigen.

 

 


[1] Onderzoek naar de verbetering van praktische rechtsbescherming, brief d.d. 19 februari 2020 aan de Voorzitter van de TK naar aanleiding van de motie van Omtzigt waarin hij vraagt onderzoek te doen naar de mogelijkheden tot verbetering van de praktische rechtsbescherming in belasting- en toezichtszaken.