Skip to content

#178 Het (blijven) leveren van maatwerk

10 augustus 2020

Het leveren van maatwerk is oog hebben voor de specifieke situatie en daarnaar handelen. Daar liggen weloverwogen standpunten aan ten grondslag, die recht doen aan de feiten en omstandigheden bij de justitiabele. De recent verschenen jurisprudentie laat zien dat maatwerk niet altijd wordt geleverd. Dat kan het geval zijn bij alle partijen die betrokken zijn bij het rechtsgeding. Echter, de laatste tijd betreft het vooral nieuwsberichten en rechtspraak over het handelen van de Belastingdienst en het Openbaar Ministerie. Het niet leveren van maatwerk wordt door de rechters geconstateerd, al dan niet door een verweer van een oplettende gemachtigde of justitiabele, waarna hieraan consequenties worden verbonden. Dat kan de niet-ontvankelijkheid van het beroepschrift van de inspecteur zijn of zelfs de meest vergaande sanctie van niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie. De Belastingdienst en het Openbaar Ministerie snijden zich nu in de vingers, maar ook de justitiabelen zijn daarvan de dupe. Daar moet een einde aan komen.

De Belastingdienst onder vuur

De Belastingdienst heeft zijn eigen imago geen goed gedaan. Zo hanteerde de Belastingdienst een ‘zwarte lijst’, waarbij personen in de applicatie Fraude Signalering Voorziening (FSV) werden geregistreerd als fraudeur op basis van ‘signalen en vermoedens’.[1] Zo’n signaal was een dubbele nationaliteit. Deze lijst is in strijd met de nieuwe privacywetgeving, zo kopte de media, en na publiekelijke bekendwording hiervan in februari van dit jaar heeft de Belastingdienst de applicatie stopgezet. Niet alleen met de zwarte lijst kwam de Belastingdienst negatief in het nieuws, uiteraard ook de toeslagenaffaire van het Combiteam Aanpak Facilitators (CAF) heeft heden ten dage nog de maatschappelijke aandacht. Dit leidde onder andere tot een rapport van Biemond over de strafrechtelijke aangifteplicht jegens de Belastingdienst[2], de aangifte wegens vermoeden van knevelarij en beroepsmatige discriminatie[3] en zijn onlangs Kamervragen gesteld over het ‘keihard liegen’ door de Belastingdienst.[4]

Een andere fraudejacht was echter ook gaande – blijkbaar al vanaf 2012 – bij de controle van de aangiften inkomstenbelasting. Onder de noemer ‘project 1043’ trad de Belastingdienst hard op bij bijvoorbeeld aftrekposten en giften in aangiften en kregen belastingplichtigen een kruisje achter hun naam.

Geen maatwerk = geen correctie op de belastingaangifte

In de rechtspraak heeft Hof Den Haag op 9 juni jl. al een streep door ‘project 1043’-correcties van de inspecteur gezet. De inspecteur had onder andere gebruik gemaakt van volstrekt ondoorzichtige en niet controleerbare analyses. Het hof verweet de inspecteur gebruik te hebben gemaakt van het spreekwoordelijke potjeslatijn. De correcties kwamen te vervallen én het hof veroordeelde de inspecteur tot een hogere proceskostenvergoeding.[5] Ook slecht procederen door de inspecteur leidde er eerder bij Hof Dan Haag in een andere zaak toe dat de inspecteur niet werd ontvangen in zijn hoger beroep. Van de inspecteur als professionele partij mag namelijk worden verwacht dat hij in zijn hoger beroepschrift duidelijk kenbaar maakt wat (de omvang van) het geschil is en op welke gronden hij de rechtbank uitspraak bestrijdt.[6]

Ook Rechtbank Zeeland-West-Brabant zag zich onlangs geconfronteerd met een ‘enigszins rommelige wijze’ van procederen door de inspecteur. Het ontbreken van een verweerschrift en het in verschillende fases indienen van de zaakstukken maakten van de standpunten van de inspecteur een zoekplaatje. Die standpunten waren niet steeds aanstonds duidelijk, niet steeds consistent en er werd niet steeds naar achterliggende bewijsstukken verwezen. De rechtbank verbindt hier geen zelfstandige gevolgen aan, maar vindt het niet haar taak om het werk van de inspecteur te verrichten. Bij onduidelijkheden laat de rechtbank dit dus voor risico van de inspecteur komen. Dit is niet alleen een proceseconomische noodzaak, maar houdt ook verband met de eisen van een behoorlijke rechtspleging.[7]

Het deksel op de neus van het Openbaar Ministerie

Niet alleen de Belastingdienst, maar ook het Openbaar Ministerie kreeg het deksel op de neus. Rechtbank Amsterdam verklaarde het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging, vanwege het gemankeerde – want niet voltooide – onderzoek en het lange tijdsverloop (circa 10 jaar).[8] De integriteit van het strafproces heeft het Openbaar Ministerie in een andere fraudezaak gefrustreerd door een documentairemaker tijdens het onderzoek te laten meelopen en kennis te laten nemen van opsporingsinformatie. De rechtbank was hier – op zijn zachtst gezegd – niet van gecharmeerd.[9]

Het leveren van maatwerk = de norm

Dit is nog maar een kleine greep uit de recente jurisprudentie met betrekking tot het handelen van de Belastingdienst en het Openbaar Ministerie. Hoewel het recht uiteindelijk zegeviert, is het kwaad dan wel al geschied. Justitiabelen worden dan in rechte betrokken of zien zich genoodzaakt om zelf een procedure te starten om hun gelijk te (kunnen) behalen. Dit heeft een forse impact op de justitiabele, terwijl dit met maatwerk vooraf voorkomen had kunnen worden. Het leveren van maatwerk door de betrokken instantie ongeacht de ‘kleur’ van de procedure en de fase waarin die zich bevindt is en blijft de norm. Het is goed om te zien dat rechters hier, al dan niet vanwege een verweer van de justitiabele, alert op zijn en daar ook (vergaande) consequenties aan verbinden.

 

 


[2] Te vinden via de website van de Rijksoverheid. Betreft bijlage 1 bij Kamerbrief second opinion ambtsmisdrijven van 19 mei 2020, kenmerk 2020-0000096006.

[3] Te vinden via de website van de Rijksoverheid. Betreft bijlage 2 bij Kamerbrief second opinion ambtsmisdrijven van 19 mei 2020, kenmerk 2020-0000096006.

[4] ‘Het keihard liegen door de Belastingdienst/Toeslagen’, Kamervragen van P. Omtzigt van 24 juli 2020, nr. 2020Z14309.

[5] Hof Den Haag 9 juni 2020, nr. 19/00372, FutD 2020-2231.

[6] Hof Den Haag 1 april 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:788.

[7] Rb. Zeeland-West-Brabant 5 maart 2020, ECLI:NL:RBZWB:2020:1400.

[8] Rb. Amsterdam 26 mei 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:2829.

[9] RB. Rotterdam 23 juli 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:6587 t/m 5689.