Skip to content

#194 De onvoltooide verzending

01 december 2020
Gerelateerde expertises:

Ons cassatieteam reageert regelmatig op een conclusie van een Advocaat-Generaal. In deze Hertoghs Beschouwt reageren wij op de conclusie van Advocaat-Generaal IJzerman van 28 september 2020.[1] In deze conclusie staat het bekendmaken van belastingaanslagen centraal. Als de belastingaanslag niet op de juiste wijze bekend wordt gemaakt dan kan dit tot gevolg hebben dat de belastingplichtige daartegen te laat bezwaar maakt. Daarnaast kan het gevolg zijn dat de aanslag buiten de aanslagtermijn is opgelegd. Wanneer is nu sprake van op de voorgeschreven wijze bekendmaken? De A-G concludeert – volgens ons terecht – dat het enkel aangetekend verzenden van een aanslag niet voldoende is voor het op de voorgeschreven wijze bekendmaken daarvan als de aanslag onbestelbaar retour komt. Het gaat er dan om of een afhaalbericht is achtergelaten. In tegenstelling tot de A-G menen wij dat de Hoge Raad de zaak zelf af kan doen omdat volgens ons in cassatie vaststaat dat geen afhaalbericht is achtergelaten.

Op voorgeschreven wijze bekendmaken

De aanslag inkomstenbelasting over het jaar 1997 is aangetekend verzonden naar het door de belanghebbende opgegeven Poolse adres. Het Hof stelt vast dat de aanslag aangetekend is verzonden naar het juiste adres. Op basis van dit feit oordeelt het Hof dat de aanslag op de voorgeschreven wijze bekend is gemaakt. De aanslag is daardoor op de datum van ter postbezorging, 7 december 2000, bekendgemaakt en volgens het Hof tijdig opgelegd.

Conclusie van de A-G

De A-G betwijfelt of het alleen aangetekend verzenden in dit geval zorgvuldig was. Hij acht het van belang dat de aangetekend verzonden brief, waarin de afwijking van de aangifte bekend is gemaakt, retour is gekomen. Ondanks dat heeft de inspecteur de aanslag alleen aangetekend verzonden en niet per gewone post. De aanslag is eveneens retour gekomen.

Bekendmaking van de aanslag heeft niet op de voorgeschreven wijze plaatsgevonden indien de zending de belastingplichtige niet heeft bereikt en dit het gevolg is van een fout van de Belastingdienst.[2] De A-G bespreekt vaste rechtspraak waaruit volgt dat in de situatie waarin een afhaalbericht wordt achtergelaten het niet afhalen van de post voor rekening en risico van de belanghebbende komt. Indien geen afhaalbericht is achtergelaten dan is de aangetekende verzending naar het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van Staat niet voltooid. Als de Hoge Raad in het kader van de rechtseenheid hierbij aansluit dan gaat het er dus om of een afhaalbericht is achtergelaten.

De A-G leidt uit het proces-verbaal van de zitting af dat de belanghebbende heeft gesteld dat geen afhaalbericht is achtergelaten. De A-G komt tot de conclusie dat verwijzing moet volgen om vast te stellen hoe een en ander met betrekking tot het afhaalbericht in Polen geacht moet worden te zijn verlopen.

Reactie op de conclusie van de A-G

Wij zijn het met de A-G eens dat in het dit geval het alleen aangetekend verzenden van de aanslag onvoldoende is voor het op de voorgeschreven wijze bekendmaken daarvan. Wij menen echter dat de Hoge Raad de zaak zelf kan afdoen. Tijdens de zitting bij het Hof zijn vragen aan de belanghebbende gesteld over de gang van zaken in Polen met betrekking tot het afhaalbericht. De belanghebbende heeft toegelicht dat aangetekende post in Polen anders werkt dan in Nederland en dat als een afhaalbericht was achtergelaten zijn partner het poststuk wel had opgehaald. De inspecteur heeft de aanslag aangetekend verzonden en heeft mogelijkheden om bij het postbedrijf na te gaan of zijn verzending is aangekomen en zo niet of een afhaalbericht is achtergelaten. Kennelijk is geen bewijs naar voren gekomen waaruit blijkt dat een afhaalbericht is achtergelaten. De inspecteur heeft namelijk de uiteenzetting van belanghebbende over het niet ontvangen van het afhaalbericht niet weersproken. Daarmee is volgens ons feitelijk vast komen te staan dat geen afhaalbericht is achtergelaten, waardoor geen verwijzing hoeft te volgen. De gang van zaken rondom het afhaalbericht is immers bij het Hof besproken. De inspecteur heeft toen de mogelijkheid gehad de stellingen van belanghebbende daaromtrent te weerspreken.

Wat zijn de gevolgen voor de aanslagtermijn?

Met de A-G menen wij dat niet is voldaan aan het vereiste dat de aanslag kenbaar is gemaakt indien niet vaststaat dat een afhaalbericht is achtergelaten. De aanslag is dan niet op de voorgeschreven wijze bekendgemaakt voor de dagtekening van de aanslag, in casu 29 december 2000. Als de aanslag na dagtekening bekend is gemaakt dan is het arrest van de Hoge Raad van 18 april 2014[3] van belang. In dat arrest oordeelde de Hoge Raad dat de aanslag niet is vastgesteld binnen de aanslagtermijn als de aanslag niet binnen die termijn op de voorgeschreven wijze bekend is gemaakt. De Hoge Raad stelt voorop dat de aanslagtermijn ertoe strekt om aan belastingplichtigen een waarborg te bieden dat zij binnen een redelijke termijn hun belastingafrekening ontvangen. Daarmee lijkt de Hoge Raad afstand te hebben genomen van zijn oordeel uit 2012 dat bekendmaking van een besluit geen voorwaarde is voor de totstandkoming van het besluit. Als vaststaat dat geen afhaalbericht is achtergelaten dan is de aanslag buiten de aanslagtermijn bekendgemaakt waardoor de Hoge Raad de aanslag zelf kan vernietigen. Wij zijn benieuwd of de Hoge Raad in het kader van rechtseenheid aansluiting zoekt bij de rechtspraak waarin is geoordeeld dat de verzending pas is voltooid als vaststaat dat een afhaalbericht is achter gelaten.


[1] Conclusie van Advocaat-Generaal IJzerman, 28 september 2020, ECLI:NL:PHR:2020:856.
[2] Hoge Raad, 17 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:960.
[3] Hoge Raad, 18 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:930.