Skip to content

#209 Omarm de kritische geest en zend hem niet heen!

29 maart 2021

Kamerlid Pieter Omtzigt[1] is als kritisch Kamerlid de luis in de pels[2] van de regering. Zijn voortdurende inspanningen in onder meer de Toeslagaffaire dwongen groot respect af. De regering is zoals bekend vanwege diezelfde affaire gevallen. Omtzigt neemt als Kamerlid verantwoordelijkheid en durft. Zo ook zijn motie over het verkrijgen van een overzicht van wetten waar de Belastingdienst zich niet aan heeft gehouden. Staatssecretarissen van Financiën Vijlbrief en Van Huffelen hebben 12 maart jl. schriftelijk daarop gereageerd aan de Tweede Kamer[3].

 

Hoe triest is het te zien dat minister van Binnenlandse Zaken Kasja Ollongren, verkenner van een nieuwe kabinetsformatie, op het Binnenhof wordt betrapt met aantekeningen waarop de zin: ‘positie Omtzigt: functie elders’ te zien was. De voorzitter van het CDJA ziet een rol weggelegd voor Omtzigt in een volgend kabinet als minister voor Rechtsbescherming of met een bijzondere portefeuille. Het gezegde ‘alle wijzen komen uit het oosten’ is op de man uit Enschede zeker van toepassing. Omarmen die man!

 

Motie Omtzigt: Overzicht van wetten waar de Belastingdienst zich niet aan gehouden heeft

Op 21 februari 2021 heeft het CDA-kamerlid Pieter Omtzigt een motie ingediend met het verzoek aan de regering een overzicht op te stellen van alle wetten waaraan de Belastingdienst zich de afgelopen zeven jaar niet gehouden heeft. Deze motie is door de Tweede Kamer aangenomen. Op 12 maart 2021 hebben de Staatssecretarissen van Financiën Vijlbrief en Van Huffelen hier, in een maar liefst 11 pagina’s tellende brief met voorbeelden, schriftelijk op gereageerd.

 

Volgens de staatssecretarissen handelt de Belastingdienst niet in alle gevallen in overeenstemming met de wet, of heeft de Belastingdienst niet in alle gevallen volgens de wet gehandeld. Ondanks het ietwat ‘omzichtig’ woordgebruik laat dat antwoord een schokkend beeld zien. Met name omdat de staatssecretarissen aangeven dat het voor hen niet mogelijk is om een overzicht te geven van alle gevallen en situaties waarin de Belastingdienst of Toeslagen niet in overeenstemming met de Wet heeft gehandeld. Zij beperken zich tot een aantal voorbeelden die zich meer systematisch hebben voorgedaan. Een disclaimer dus…

 

De voorbeelden die onder meer worden genoemd zijn:

  • ten onrechte niet-verminderde vervolgingskosten;
  • ten onrechte niet vergoeden van invorderingsrente;
  • invordering van verjaarde belastingschulden dat wil zeggen die niet tijdig zijn gestuit;
  • de gegevenshuishouding is niet op orde bij de Belastingdienst, hetgeen strijdigheid kan opleveren met         AVG[4] en de Archiefwet;
  • strijdig handelen met de AVG bij de verwerking van persoonsgegevens;
  • niet of onvoldoende in acht nemen van de wettelijke termijn waarbinnen een beslissing op bezwaar              moet komen;
  • op de zaak betrekking hebbende stukken achterhouden of te laat verstrekken aan de burger of rechter;
  • onvoldoende in acht nemen van het proportionaliteits- en evenredigheidsbeginsel bij besluiten.

Vooral op het terrein van de invordering is er werk aan de winkel bij de Belastingdienst. De sterke voorrangspositie en dwangmiddelen die de ontvanger heeft bij het incasseren van belastingschulden draagt al jaren bij aan een ongelijke machtsverhouding tussen overheid en burger. Tel daar het ontbreken van fatsoenlijke rechtsbescherming in invorderingskwesties bij op – namelijk het ontbreken van toetsing door de fiscale rechter als het gaat om uitstel van betaling en betalingsregelingen – en het leed is compleet. Wat ook genoemd wordt, is dat op de zaak betrekking hebbende stukken in bezwaar- of beroepsprocedures niet worden verstrekt of achtergehouden. Een praktijk die ons helaas maar wat bekend voorkomt. Ook dat kan absoluut niet!

 

De staatssecretarissen concluderen dat de Belastingdienst in het algemeen volgens de wet- en regelgeving handelt en is het ook de voortdurende inzet daar naar te handelen. Tegelijkertijd wordt geconstateerd dat dit helaas niet altijd het geval is geweest. Dat vinden zij ernstig en het is dan ook van belang te blijven toetsen of de Belastingdienst conform de wet werkt. Dat is een doorlopend proces waarover de Kamer altijd wordt geïnformeerd, althans, dat wordt gezegd. Dat was eerder zeker niet het geval. De toeslagaffaire werd niet spontaan gemeld aan de Kamer, evenmin als deze lijst met voorbeelden waarin de Belastingdienst zich niet aan de wet houdt.

 

Op alle punten doen de staatssecretarissen ook toezeggingen voor verbetering. De verbeteringen kunnen in de kern zo worden samengevat dat men ernaar streeft om binnen de wettelijke kaders ten behoeve van burgers op een praktische en zo eenvoudig mogelijke manier te werken. Bij de invulling kan spanning ontstaan met bestaande wet- en regelgeving. Alsdan zal een keuze moeten worden gemaakt tussen aanpassing van de werkwijze of aanpassing van de regelgeving. Per situatie zal worden bezien op welke manier daar het beste mee kan worden omgegaan. Dit mag volgens hen nooit ten koste gaan van de rechtsbescherming. De Belastingdienst heeft een dienende taak richting de individuele burger en moet die taak altijd in het oog houden. Op macht gebaseerd handelen is daarbij uit den boze. Als er bij de uitvoering van de wet spanning ontstaat, kom je er, volgens mij, doorgaans wel met een redelijke wetstoepassing. Een uitleg in het voordeel van de belastingplichtige mag soms ten koste van de wet gaan. Andersom is vragen om problemen.

 

Anders nog?

Wat opvalt is dat de leden die zich de afgelopen tijd stevig hebben geroerd in de Tweede Kamer ook de meeste voorkeursstemmen bij de verkiezingen van 17 maart jl. hebben gekregen. Omtzigt is op nummer 1 geëindigd met 342.472 stemmen, Van Haga (FvD) op nummer 2 met 241.193 stemmen en Leijten (SP) op nummer drie met 143.924. Naast Omtzigt heeft Renske Leijten als lid van de Parlementaire onderzoekscommissie haar stempel zeker gedrukt. Van Haga durft als het de corona-maatregelen betreft als één van de weinige Kamerleden vragen te stellen aan minister de Jonge. Gaan staan wordt door de burger in elk geval gewaardeerd. Mocht het CDA deelnemen aan de toekomstige regering, dan kan de opmerking ‘functie elders voor Omtzigt’ wellicht geïnterpreteerd worden als een positie als minister voor Rechtsbescherming of anderszins. Of dat minister-president Rutte het daar naartoe draait? Hij is er handig genoeg voor om dat te kunnen doen…

 

Tot slot. Na de parlementaire ondervraging over de toeslagaffaire[5] komt er ook nog een volledige parlementaire enquête. De Tweede Kamer heeft daartoe in februari jl. besloten. De vraag is wat een dergelijke enquête nog voor extra’s gaat opleveren, anders dan we nu al weten uit het rapport ‘Ongekend onrecht’. De belastingplichtige is waarschijnlijk meer gediend met een Belastingdienst die zich vanaf nu als een redelijk dienende overheid opstelt en handelt, politici die hun verantwoordelijkheid pakken, zowel op wetgevingsvlak als op hun controlerende taak van de regering en uitvoering, en een fiscale rechter die voldoende rechtsbescherming geeft aan de belastingplichtige. Iedereen deed zijn plas en alles bleef zoals het was, doen we deze keer dus niet.

 

 

[1] ‘Een nieuw sociaal contract’ van Pieter Omtzigt, 2021, Prometheus; over macht en tegenmacht.
[2] ‘Sodepieterop’, columm Youp van ’t Hek NRC van 27 maart 2021.
[3] Brief d.d. 12 maart 2021 aan de Tweede Kamer, kenmerk 2021-000009313 naar aanleiding van vragen van het lid Omtzigt aan de Staatssecretarissen van Financiën over een overzicht van alle wetten waar de belastingdienst zich de afgelopen zeven jaar niet aan gehouden heeft (2021Z04282).
[4] Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).
[5] Verslag Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag Ongekend onrecht, d.d. 17 december 2020 nr. 35 510.

Gepubliceerd door onze specialist:

Mr. R. (Roelof) Vos