Skip to content

#216 Boete niet vermelden = niet opgelegd

17 mei 2021

Staat een boete niet op de boetebeschikking vermeld? Dan is deze boete niet opgelegd (!)

De inspecteur dient zich bij het opleggen van een fiscale boete te houden aan de spelregels als beschreven in het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst, de Algemene Wet Rijksbelastingen, de Algemene wet bestuursrecht en het EVRM.

Zo dient de inspecteur ten minste te vermelden welke feiten aanleiding hebben gegeven tot het opleggen van de boete, alsmede, indien sprake is van een vergrijpboete, de feiten en omstandigheden op grond waarvan kan worden aangenomen dat sprake is van opzet of grove schuld. Een ieder heeft namelijk het recht om op de hoogte te worden gesteld van de aard en de reden van de tegen hem ingebrachte beschuldiging.

 

Ontbreken “artikel 10a AWR” op de boetebeschikking

In deze door Hertoghs advocaten gevoerde procedure(s) stond de vraag centraal of aan belanghebbende zowel een boete ex artikel 67f AWR als 10a AWR kan worden opgelegd indien alleen artikel 67f AWR en niet artikel 10a AWR op het aanslagbiljet staat vermeld.

In de procedure bij het hof (ECLI:NL:GHSHE:2019:2155) werd het betoog van belanghebbende gevolgd. Volgens het hof mocht belanghebbende redelijkerwijs aannemen dat haar ten tijde van het uitreiken van het aanslagbiljet niet meer werd verweten het voorschrift van artikel 10a AWR te hebben overtreden en voor zover belanghebbende had moeten twijfelen aan de juistheid van het op het aanslagbiljet vermelde overtreden voorschrift, deze twijfel voor rekening en risico van de Inspecteur diende te komen.

Het hof kwam (ook) tot de conclusie dat aan belanghebbende alleen een boete op grond van artikel 67f AWR was opgelegd, en niet tevens een boete op grond van artikel 10a AWR. Over de (wel) opgelegde boete ex artikel 67f AWR achtte het hof (voorwaardelijk) opzet of grove schuld niet bewezen, en vernietigde de boete. De boete(s) waren daarmee van tafel.

 

De staatssecretaris in cassatie

De staatssecretaris ging tegen de uitspraak van het hof in cassatie met als klacht dat belanghebbende, kort gezegd, niet daadwerkelijk in haar verdedigingsrechten was geschaad vanwege het niet vermelden van artikel 10a AWR op het aanslagbiljet.

De Hoge Raad is het met de staatssecretaris eens dat met de bekendmaking van een controlerapport voldaan kan worden aan de eis van kennisgeving van een boete, maar dat het wel anders is indien in dat rapport twee boetes worden aangekondigd die zijn gebaseerd op verschillende fiscale boetebepalingen (artikel 67f en 10a AWR), die van elkaar verschillende gedragingen behelzen, en het aanslagbiljet daarna slechts één boete, één boetebedrag en één overtreden voorschrift vermeldt. In dat geval kan de boetebeschikking (het biljet) toch niet worden geacht beide aangekondigde boetebeschikkingen te behelzen. Zou dat namelijk wel worden aanvaard, dan zou dat zich niet verdragen met de op grond van artikel 67g, lid 2, AWR en artikel 5:9, aanhef en letter a, Awb vereiste duidelijkheid op welke overtreding(en) en welk(e) overtreden voorschrift(en) de boetebeschikking ziet.

Het hof heeft, volgens de Hoge Raad, terecht geoordeeld dat aan belanghebbende alleen een boete op grond van artikel 67f AWR is opgelegd en niet tevens een boete op grond van artikel 10a AWR (ECLI:NL:HR:2021:704). Daarmee is een eind gekomen aan deze boeteprocedure(s).

 

Belang van deze boeteprocedure

De boetebeschikking (de aanklacht) is de formalisering van hetgeen een belastingplichtige “ten laste wordt gelegd”. Het is niet mogelijk na de genomen boetebeschikking, bij wege van herstel, nadere gedragingen of materiële boetebepalingen ten grondslag te leggen.

De gronden waarop de boete berust dienen uiterlijk, als formeel vereiste, bij de oplegging van de boete aan de belanghebbende te worden meegedeeld. Staat een boete niet op de boetebeschikking vermeld? Dan is deze boete niet opgelegd.

Gepubliceerd door onze specialist:

Mr. R. (Ron) Jeronimus