Skip to content

#227 Wwftenswaardigheden: relevante aspecten voor onze praktijk

02 augustus 2021

In de afgelopen periode is het jaaroverzicht 2020 van FIU-Nederland  gepubliceerd. Daarnaast is een geüpdatete versie van de Algemene Leidraad Wwft in consultatie gegeven. In deze Hertoghs Beschouwt wordt nader ingegaan op de relevante aspecten die wij signaleren voor onze praktijk. Gelet op de verhouding tussen ongebruikelijke en verdachte transacties die zijn gemeld door dienstverleners, is de ‘kwaliteit’ van deze meldingen kennelijk zo gek nog niet. Daarnaast wordt aandacht gevraagd voor de gemiste kans om opheldering te geven in de Leidraad bij de vage normen en begrippen uit de Wwft.

 

FIU jaaroverzicht 2020

Uit het jaaroverzicht 2020 van FIU-Nederland blijkt dat in totaal 722.247 ongebruikelijke transacties zijn gemeld, waarvan 57 procent op basis van de subjectieve indicator. FIU-Nederland heeft in 2020 103.947 transacties als verdacht aangemerkt. Die hoeven overigens niet noodzakelijkerwijs allemaal in 2020 te zijn gemeld als ongebruikelijk. Niettemin is het aantal verdachte transacties bijna twee keer zo hoog als in 2019. Dienstverleners, zoals advocaten, accountants, belastingadviseurs en notarissen, worstelen dagelijks met deze meldingsplicht. Voor het overzicht is in onderstaande tabel opgenomen hoeveel ongebruikelijke en verdachte transacties zijn gesignaleerd.

Instelling Ongebruikelijk Verdacht
Advocaat 21 6
Accountant 2466 573
Belastingadviseur 383 96
Notaris 1060 538

 

Het lijkt onwaarschijnlijk dat bij de in de tabel genoemde ongebruikelijke transacties veel meldingen zitten op basis van de objectieve indicator (i.e. een contante betaling aan de dienstverlener). Het overgrote deel van deze transacties zal derhalve zijn gemeld op basis van een subjectief vermoeden van witwassen of financiering van terrorisme. Hoewel de ongebruikelijke transacties over één jaar dus niet kunnen worden vergeleken met de verdachte transacties, valt op dat FIU-Nederland ongeveer 25 procent als verdacht aanmerkt. Dat roept de vraag op of deze dienstverleners niet te streng zijn voor zichzelf en hun cliënten, omdat 75 procent van de meldingen (nog) niet opgepakt wordt. Anderzijds valt op dat de verhouding tussen ongebruikelijk en verdacht bij deze specifieke dienstverleners in de jaren 2018 en 2019 16 procent respectievelijk 10 procent was. Dat lijkt er dus op te duiden dat deze dienstverleners juist een betere inschatting maken dan voorheen.

Algemene Leidraad Wwft

Op 7 juni jl. is de herziene versie van de Algemene Leidraad Wwft gepubliceerd op de website met internetconsultaties. De consultatie is op 5 juli jl. gesloten. Deze algemene leidraad van het Ministerie beoogt om Wwft-instellingen behulpzaam te zijn bij de toepassingen van de wettelijke verplichtingen. Een groot deel van de aanpassingen in het consultatiedocument ziet op de invoering van het UBO-register. Eén van de eerste aanpassingen begint bemoedigend met de mededeling dat bepaalde typen cliënten of producten een verhoogd integriteitsrisico met zich meebrengen, maar dat dit dus niet betekent dat dit type cliënten categoraal geweigerd moet worden. De Wwft wet- en regelgeving is evenwel doorspekt met open normen en vage definities, zoals allerlei ‘kan’-bepalingen en weinigzeggende termen als ‘adequaat’ en ‘voldoende betrouwbaar’.

Gezien de ervaringen uit onze praktijk leiden die vage normen ertoe dat cliënten grote problemen ondervinden bij het voortzetten van hun relatie met bankinstellingen, verzekeringsmaatschappijen en financiële en juridische dienstverleners. Ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat dit niet ver begint af te wijken van een categorale weigering. Een echt praktische invulling met concrete voorbeelden ontbreekt immers. Hierover worden ook opmerkingen geplaatst in de reacties die op het consultatiedocument zijn gegeven.

Het lijkt mij een gemiste kans, te meer nu met de hoge transacties die zijn gesloten met ING en ABN AMRO een duidelijk signaal is afgegeven dat bij overtredingen geen coulance meer wordt betracht. Deze banken krijgen evenwel van de overheid en hun toezichthouders – in mijn ogen terecht – een tweede kans. Dat lijkt echter voor veel cliënten die geen warme relatie met de overheid onderhouden door toedoen van allerlei Wwft-perikelen steeds moeilijker te worden.

 

Gepubliceerd door onze specialist:

Mr. A.A. (Anke) Feenstra