Skip to content

#229 Geen naheffing btw bij nummerverwerving

13 september 2021

Sinds het arrest HvJ Italmoda (ECLI:EU:C:2014:2455) is het duidelijk dat het aan de nationale autoriteiten en rechterlijke instanties is om in de btw-richtlijn neergelegde rechten te weigeren bij fraude of misbruik. De inspecteur kan de btw van een nummerverwerving niet naheffen, omdat de teruggaaf geen “in de btw-richtlijn neergelegd recht” is. Dat is duidelijk geworden in het oordeel van rechtbank Noord-Holland (ECLI:NL:RBNHO:2021:3177).

 

Intracommunautaire transacties

Een ondernemer die goederen intracommunautair levert aan een ondernemer in een andere lidstaat, brengt geen btw in rekening aan de afnemer, maar mag btw die aan hem in rekening is gebracht wel aftrekken (een zogenoemde vrijstelling met recht op aftrek).

 

Tegenover een vrijgestelde intracommunautaire levering (in Nederland: een levering tegen het nultarief) staat steeds een belaste intracommunautaire verwerving. De belastingheffing wordt daarmee verlegd van de leverancier naar de afnemer c.q. het land van verbruik. De afnemer van de goederen moet de btw over de intracommunautaire verwerving op aangifte voldoen en kan die (in veel gevallen) in dezelfde aangifte in aftrek brengen.

 

Naast deze intracommunautaire verwerving van goederen is ook sprake van een intracommunautaire verwerving op basis van het btw-identificatienummer waaronder de afnemer de verwerving heeft verricht. Via de systematiek van artikel 40 en 41 btw-richtlijn wordt de maatstaf van heffing van deze “nummerverwerving” verlaagd in de lidstaat die het btw-identificatienummer heeft toegekend, indien de btw van de “reguliere” verwerving wordt geheven in de lidstaat van aankomst.[1]

 

Recht op teruggaaf?

Volgens het Hof van Justitie dienen lidstaten consequenties te verbinden aan de vaststelling dat een belastingplichtige zich schuldig maakte aan belastingfraude, dan wel dat een belastingplichtige wist of had moeten weten dat de handeling waaraan hij deelnam onderdeel was van btw-fraude. Of een teruggaaf van btw van een nummerverwerving als een “recht op teruggaaf” moet worden gezien, kan niet uit het arrest HvJ Italmoda worden afgeleid. In r.o. 62 van dat arrest besliste het Hof van Justitie dat het gaat om het “(…) weigeren van het recht op aftrek, vrijstelling of teruggaaf van de btw (…)”. Of de teruggaaf van btw van de nummerverwerving ook hieronder moet worden begrepen, is nog niet expliciet door het Hof bepaald.

 

Ook de Hoge Raad maakte, nadat het Hof van Justitie de door de Hoge Raad gestelde vragen in Italmoda had beantwoord, niet expliciet of een teruggaaf van btw van een nummerverwerving als een ‘recht’ moet worden gezien. Opvallend is wel dat in de inhoudsindicatie bij het arrest van de Hoge Raad staat vermeld: “wanneer sprake is van btw-fraude (…) het recht op het nultarief voor een intracommunautaire levering en/of het recht op aftrek dan wel het recht op teruggaaf ter zake van een nummerverwerving te weigeren (…)”.[2]

 

Rechten van de Unie

Het lijkt erop dat onderscheid gemaakt wordt tussen de rechten van een belastingplichtige die geweigerd kunnen worden, zoals het recht op aftrek van btw, de toepassing van het nihiltarief en de teruggaaf van btw en de teruggaaf van btw van de nummerverwerving.

 

De systematiek van de nummerverwerving, zoals gecodificeerd in artikel 40 en 41 btw-richtlijn, wijkt af van de ‘traditionele’ rechten, omdat de teruggaaf van de nummerverwerving een bijzondere regeling is die is weergegeven in een overgangsregeling.[3] Artikel 40 en 41 btw-richtlijn vormen namelijk een correctiemechanisme om te voorkomen dat over één intracommunautaire verwerving tweemaal belasting wordt geheven.

 

In de onlangs verschenen uitspraak van rechtbank Noord-Holland (ECLI:NL:RBNHO:2021:3177) wordt dan ook een streep gezet door de naheffing van de nummerverwerving, omdat die geen recht van de Unie betreft. Door alsnog na te heffen, wordt het heffingsrecht ten onrechte uitgebreid. Hierbij is nog van belang dat de rechtbank expliciet opmerkt dat deze teruggaaf geen uit de btw-richtlijn voortvloeiend recht is dat kan worden geweigerd.

 

Inspecteur mag niet weigeren

Het is voor de inspecteur niet mogelijk om deze teruggaaf te weigeren, zelfs niet als de belastingplichtige wist of had moeten weten van fraude in de keten. De teruggaaf van btw van de nummerverwerving is immers geen recht dat, met een beroep op HvJ Italmoda, kan worden geweigerd.

 

Met deze uitspraak is een duidelijke inperking van het almaar uitdijende heffingsrecht op basis van “wist of had moeten weten” gegeven. Met name de vaststelling dat deze teruggaaf van btw geen recht is in de zin van Italmoda, is van groot belang voor de btw-praktijk: de inspecteur mag deze btw niet naheffen!

[1] Artt. 40 en 41 btw-richtlijn
[2] https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:2016:442
[3] HVJ EU 22 april 2010, ECLI:EU:C:2010:217, r.o. 30 tot en met 35

Gepubliceerd door onze specialist:

Mr. R. (Ron) Jeronimus